Van het kruis naar het koninkrijk

Paulus aan het woord

Van het Kruis naar het Koninkrijk.

9.1     Inleiding

We hebben inmiddels enig onderwijs ontvangen over de Tora en de verschillende verbonden. Nu zouden wij in staat moeten zijn om uitspraken van Paulus (in het Hebreeuws Sjaoel genoemd) aangaande zijn onderwijs te kunnen begrijpen. We nemen een willekeurig voorbeeld. Voordat je verder leest, probeer eerst eens zelf te onderzoeken wat Paulus in de volgende Bijbeltekst onderwijst. Zo zegt hij tegen de gelovigen in Galatië het volgende:

Gal.3:17              “Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het testament, waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen”.

 Analyse:

Paulus (Sjaoel) heeft het hier in de eerste instantie over het verbond van Abraham. God heeft daar Zijn rechtskracht aan verleend, dat wil zeggen Zijn belofte dat in een Verbond is vastgelegd, waar Hij niet meer op terug kan komen om deze te veranderen. God kan er niet meer van kan afwijken. Het blijft eeuwig van kracht omdat God eeuwig is. Het verbond van Abraham blijft voor altijd geldig.

Met de ‘wet’ verwijst Paulus (Sjaoel) naar de Tora die vierhonderd dertig jaar later via Mozes op de berg Sinai gegeven is. Ook wel het verbond van Mozes genoemd. Paulus zegt hier dat met de komst van het verbond van Mozes de eerdere afspraken die gemaakt zijn tussen God en Zijn dienstknecht Abraham daardoor niet tot het verleden behoren.

Opmerking:

In de brieven van Paulus haalt hij de ene keer het verbond van Abraham aan, en de andere keer het verbond van Mozes. Daarnaast spreekt hij ook over het Nieuwe Verbond in Christus. En dan ook nog, naar de negatieve kant van het verbond van Adam, de wet van zonde en dood.

De verschillende verwijzingen zijn soms moeilijk te achterhalen omdat zij allen met het woordje ‘wet’ vertaald zijn. Paulus verwijst veel naar de Tora maar soms bedoeld hij ook letterlijk een wet. Al deze verwijzingen zijn in de Bijbel vertaald met ‘wet’, wat het er niet eenvoudiger op maakt. Hierdoor zijn vele gelovigen het spoor bijster.

We weten dat ‘wet’ vertaald is van het Griekse woord ‘Nomos’. En Nomos is gebruikt voor de vertaling van onder andere de ‘Tora‘.

‘Nomos’ betekent in veel gevallen ook ‘wet’ maar ‘Tora’ betekent geen ‘wet’ en ‘Nomos’ betekent geen ‘Tora’. Om ‘Tora’ toch vertaald te krijgen is het ongelukkige woord ‘Nomos’ gekozen omdat er simpel weg geen goed woord in het Grieks voorhanden was om gebruikt te kunnen worden voor de vertaling van het woord ‘Tora’. De Grieken hebben immers geen Tora.

Tora betekent: ‘Gods Instructie’ of ‘Gods Onderwijs’ om te kunnen wandelen in Zijn Gerechtigheid met het doel om Jesjoea te kennen die de Levende Tora is. Het wordt pas echt problematisch als Paulus ‘Nomos’ gebruikt om daadwerkelijk ‘wet’ aan te geven als een leven onder legalisme. Nieuwe woorden als Wetticisme of wettisch bestonden in die tijd nog niet. Lees en let dus goed op in welke context Paulus het woordje ‘Nomos’ gebruikt.

Handelingen 21-23

Het boek Handelingen is geschreven in een groot tijdsbestek met als doel te getuigen van de gebeurtenissen die de apostelen met het geloof in Jesjoea meemaakten. Belangrijk is te weten dat er tussen Handelingen 20 en Handelingen 21 een groot gat zit van enkele tientallen jaren. Handelingen 21-23 is geschreven rond 56-58 Na Christus. Velen geloven dat Paulus ongeveer 34-35 Na Christus tot geloof in Jesjoea gekomen is. Dus is Paulus dan al ruim 20 jaar een wedergeboren gelovige.

In Handelingen 21 komt Paulus terug van een aantal reizen. Zijn brieven aan de gemeente te Rome en de gemeente te Galatië waren toen al geschreven. Dit geeft een andere kijk op de situatie van zijn gevangen neming. De aantijging was een gerucht op zijn onderwijs, die niet volgens de Tora geleerd zou zijn. Hier komen we straks op terug.

Willen we Paulus in zijn onderwijs kunnen begrijpen dan moeten we op z’n minst weten wie Paulus is, wat zijn achtergrond is en waar hij voor gaat en wat zijn beweegredenen waren om het Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen.

9.2     Rav Sjaoel (de apostel Paulus)

Volgens de Bijbel kunnen we opmaken dat Paulus drie nationaliteiten heeft. Hij is een Romeinse burger, een burger van Tarsus en hij is een Hebreeër. Daarnaast wordt Paulus buiten zijn werkgebied, voornamelijk in Joodse kringen rabbi Sjaoel genoemd wat zijn echte naam is. God heeft nooit zijn naam Sjaoel veranderd in Paulus.

Het hebben van twee namen komt ook vandaag de dag nog voor wanneer de oorspronkelijke naam niet correct of juist in de taal van het betreffende land uitgesproken kan worden.

Hand.13:9           “Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld met de heilige Geest…”

Sjaoel een Farizeeër en Jood

Dat geldt ook voor zijn identiteit. In de eerste plaats was Sjaoel (Paulus) van geboorte een Jood. In later stadium zei hij van zichzelf dat hij een Farizeeër is.

Hand 23:6           “En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de opstanding der doden”.

Vanwege een beschuldiging staat Sjaoel hier voor de raad. Sjaoel zei niet dat hij zijn Farizeïsme heeft afgelegd. Wat is er mis om een Farizeeër te zijn? Zij komen immers toch ook tot geloof in de Jesjoea. Velen denken dat het Nieuwe Verbond alleen voor vandaag de christenen geldt en zeggen dat het O.T. voor de Joden is. Maar ook het N.T. is voor en door Joden geschreven en het grootste deel zelfs door een Farizeeër.

Hand.6:7             “En het woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het geloof”.

Hand.21:20         “Gij ziet, broeder, hoevele [tien]duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de Tora”.

Zowel duizenden priesters (Farizeeën en Sadduceeën) als tienduizenden andere Joden kwamen tot geloof. Het Griekse woordje ‘murias’ betekent eerder tienduizenden dan duizenden. Hoe kunnen sommigen zeggen dat het Nieuwe Verbond voor christenen is en niet voor de Joden en de Tora voor Joden en niet voor christenen?

Sjaoel die het grootste deel van het Nieuwe Verbond schreef was trots om een wedergeboren Farizeeër te zijn en zijn taal als Jood was dan ook het Hebreeuws. Paulus was een Israëliet uit de stam Benjamin (Rom.11:1)

Hand.21:40         “En toen hij dit toegestaan had, wenkte Paulus, boven aan de trappen staande, het volk met zijn hand; en toen het geheel stil geworden was, sprak hij hen in de Hebreeuwse taal toe”.

Hand.22:2           “Toen zij nu hoorden, dat hij hen in de Hebreeuwse taal toesprak, hielden zij zich te meer stil”.

Sjaoel een man uit Tarsus

Hand.21:39         “Maar Paulus zeide: Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in Cilicië”.

Tarsus is een plaats in Cilicië (zuid Turkije). Volgens de Griekse geschiedenis stond de stad bekend als een plaats waar één van de grootste Griekse Universiteiten stonden. Zijn passie was op de eerste plaats zijn studie in de Tora onder leiding van Gamaliël.

Hand.22;3           “Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliël opgeleid met nauwgezette inachtneming van de wet [Tora] onzer vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt”.

Paulus (Sjaoel) heeft zijn Hebreeuwse opleiding genoten onder leiding van Gamaliël, hij was één van de grote Joodse leiders in die tijd. Zijn opleiding bestond dan ook niet alleen om de Tora uit het hoofd te leren, zoals de andere Joodse kinderen dat deden, maar hij werd speciaal opgeleid in leiderschap. En dit deed hij zeer nauwkeurig met veel ijver om de lessen van de Tora ook in de praktijk te brengen. Vanwege zijn woonplaats Tarsus zal hij ook veel hebben opgestoken van de Griekse mythologie.

Hand.21:37         “En toen Paulus de kazerne zou worden binnengedragen, zeide hij tot de overste: Mag ik u iets zeggen? En hij zeide: Kent gij dan Grieks”?

Vandaar dat Paulus (Sjaoel) ook regelmatig met veel Grieken in gesprek ging over hun Griekse gedachtegoed dat vaak tegen de Hebreeuwse denkwijze inging. Sjaoel begreep de Grieken vanwege hun filosofische achtergrond. Mede door de overheersing van Alexander de Grote, rond 330 voor Christus heeft de Griekse mythologie sterke invloed op het Joodse denken gehad, vooral bij de Sadduceeën (zij geloofden o.a. niet meer in de opstanding).

Als God een instructie geeft om deze na te leven, dan zegt de Griekse denkwijze “wat zegt die en die ervan, hoe denk jij hierover” of “is dit God wel die dat zegt”. De Hebreeuwse denkwijze zegt: “Zegt God dat? OK, zeg me wat ik moet doen”. Helaas is deze Hebreeuwse denkwijze in die tijd sterk beïnvloed, wat je vaak hoorde zeggen was; “Ik ben van Kajafas, die zegt dit.”, “Ik ben van Gamaliël, die zegt dat”. Sjaoel (Paulus) zegt: “Stop daarmee. We zijn van Christus.”

Sjaoel was net als Jesjoea een Rabbi, een leraar van de Tora. Jesjoea wees naar Zichzelf als vervulling van de Tora en Sjaoel wees naar Jesjoea. Het is verkeerd om discipelen te maken naar je eigen beeld, inzicht en kennis. De opdracht is niet om discipelen te maken en hen hetzelfde te leren wat jezelf ook geleerd hebt.

Mat.28:19           Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

Sjaoel een Romein

Hand.22:25-28    “En toen men hem met de riemen in de houding strekte, zeide Paulus tot de hoofdman, die erbij stond: Moogt gij een Romein, en dat zonder dat hij een vonnis heeft, geselen? Toen de hoofdman dit hoorde, ging hij naar de overste, berichtte het hem en zeide: Wat gaat gij doen? Want deze man is een Romein. En de overste ging erheen en zeide tot hem: Zeg mij, zijt gij een Romein? En hij zeide: Ja. En de overste antwoordde: Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen. Maar Paulus zeide: Doch ik bezit het door geboorte”.

Naast Jood en Griek heeft Sjaoel ook een Romeinse identiteit. In gesprek met de Romeinen zal hij ook Latijn hebben gesproken. Hij heeft drie nationaliteiten en spreekt op z’n minst drie talen, waarschijnlijk vier, immers, na de val van Babylon was de algemene voertaal in het land Aramees.

Zijn roeping

Als we Sjaoel in deze tijd zouden plaatsen dan zou hij voor zijn kennis van God en Zijn Woord een dokterstitel hebben of zelf hoogleraar zijn. Maar Sjaoel koos voor een eenvoudig bestaan als tentenmaker dat hij in het familiebedrijf geleerd had. Sjaoel bekeerde zich van het Judaïsme naar het geloof in Jesjoea. Hij is o.a. de grondlegger van evangelisatie naar de heidenen buiten de grenzen van Israel.

Hand.9:15           “Maar de Here zeide tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en [de] kinderen Israëls”.

Sjaoel bezat een enorme liefde voor de Tora, het woord van God. Als we zelf niet de kennis van de Tora bezitten dan moeten we iemand vinden die dat wel heeft. Sjaoel bezat die kennis en daarom koos God hem uit om de boodschap van het Nieuwe Verbond ook aan Zijn volk door te geven. Ook de apostelen vroegen regelmatig om zijn raad. Het doel waar Sjaoel op richtte was zijn Heiland, Jesjoea.

Fil.1:20-21          “naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. Want het leven is mij Christus en het sterven gewin”.

Gal.2:20              “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven”.

Jesjoea was de Nr 1 in zijn leven.

Zijn onbegrip

Zijn onderwijs wordt vaak niet begrepen vanwege onwil en vervolgens door verdraaiingen van de woorden die hij sprak. Eén van de redenen hiervoor is het gebrek aan kennis van het Woord van God. Nog een andere reden is dat de tegenstander niet wil dat Gods kinderen de waarheid (gaan) verstaan, vooral als het de Tora betreft of als het verbond van Mozes ter sprake komt. Dan zijn vele gelovigen opeens niet thuis. Dat is tot op de dag van vandaag nog steeds te merken.

De misverstanden van Sjaoel concentreren zich in Handelingen 21 en 22. Er was een gerucht over Sjaoel die heel Jeruzalem in rep en roer bracht. Mensen houden er niet van om te veranderen. Het gerucht ging datgene wat Sjaoel leerde, niet overeen kwam met de Tora. In werkelijkheid kwam het niet overeen met de Joodse traditie, omdat Paulus het vernieuwde Verbond verkondigde in overeenstemming met de besnijdenis van het hart. (Jer. 31:31)

Een andere reden was de angst van de leiders. Zij vreesden voor hun positie die zij hadden verkregen. Vooral de Sadduceeën die de belangen van de tempel behartigden. De Farizeeën hadden de leiding over de synagogen die verspreid waren in het land. Maar de Sadduceeën heulden met de Romeinen, met andere woorden er was een vorm van corruptie aanwezig. Zij waren ook de groep Joden die de Romeinen aanzette om Jesjoea te kruisigen.

Wat willen wij als Nieuw Verbondsgelovigen vandaag horen?

  1. Hoe wij als verbondskinderen onze relatie en liefde tot God en naar elkaar kunnen vergroten door in Zijn Gerechtigheid [de Tora] te wandelen.
  2. Of doorgaan met onze (eigen) tradities en religie door te geloven dat de Tora dat vertaald is met wet, en vooral ‘het verbond van Mozes’ is afgedaan.

Voor beiden groepen gelovigen geeft Sjaoel onderwijs afhankelijk in welke geloofsfase je bevind; in het verbond van Abraham, wandel in de genade en afhankelijk van wonderen en tekenen of in het verbond van Mozes, in de zegen, en alles zal u bovendien gegeven worden.

 9.3     “want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade”

Rom.6:1-14        “Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus. Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want
gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

In Romeinen 6 vers 1 t/m 14 legt Sjaoel de (eerste) wedergeboorte uit, ‘met Hem gekruisigd, gestorven, begraven, weer opgestaan en een nieuw leven hebben ontvangen in Hem’. Over de Tora en/of het verbond van Mozes wordt nog niet gesproken. Al doet Sjaoel daar wel een verzoek naar, “en stelt u leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God”.

Met het woordje ‘wet’ in vers 14 verwijst Sjaoel dus niet naar de Tora of het verbond van Mozes. Wat dan wel? Hier verwijst Sjaoel met ‘Nomos’ naar ‘de wet van zonde en dood’. Let op het woordje ‘WANT’ die vòòr deze zin staat en verwijst naar: ‘de zonde zal over u geen heerschappij voeren. Met andere woorden de wet of het verbond van Adam (in de negatieve zin), want de zonde brengt de dood voort.

In hoofdstuk 5 legt Sjaoel via een andere weg opnieuw het belang van de (eerste) wedergeboorte uit. Wie niet door het verbond van Abraham maar door de Tora te doen denkt gerechtvaardigd te zijn, kan het Koninkrijk van God nu eenmaal niet ingaan. Let op het woordje ‘roemen’ in vers 2, dus moeten we nog verder teruggaan naar hoofdstuk 4. Daar zien we dat Sjaoel het verbond van Abraham erbij haalt en zegt daarover het volgende:

“Want indien Abraham uit werken gerechtvaardigd is, dan heeft hij roem, maar niet bij God.”

Sjaoel zegt hier dat roem verkregen uit werken, bij God geen gerechtigheid voortbrengt. We weten dat Abraham gerechtvaardigd is uit geloof en niet door werken. Dit is de kern van de boodschap van Sjaoel aan de gelovigen in Rome. Romeinen waren bekend met roemen en wetten, alleen niet met de Tora.

Sjaoel waarschuwt hen die denken gerechtvaardigd te worden door de Tora te onderhouden zonder eerst tot geloof in Jesjoea te komen. Eerst komt geloof en genade en daarna komt gerechtigheid door de Tora in gehoorzaamheid te doen en niet door te roemen in eigen werken. Of dit nu Tora wetten zijn of eigen (Romeinse) wetten dat maakt voor God niet uit. Geloof komt eerst. En na geloof gehoorzaamheid.

Rom.6:15-23      “Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet onder de wet [Tora], maar onder de genade zijn? Volstrekt niet! Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid? Maar Gode zij dank: gij wáárt slaven der zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht, die u overgeleverd is; en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid. Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging. Want toen gij slaven waart der zonde, waart gij vrij van de gerechtigheid. Wat voor vrucht hadt gij toen? Dingen, waarover gij u nu schaamt; immers, het einde daarvan is de dood. Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven. Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here”.

Rom.3:31            “Stellen wij dan door het geloof de wet [Tora] buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet [Tora]”.

Rom.8:4              “opdat de eis der wet [Tora] vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest”.

Paulus zegt hier in Rom.8 vers 4 Wie de Tora afwijst, wandelt naar het vlees, is vleselijk of anders gezegd natuurlijk bezig. Dit komt geheel overeen met de definitie van Jeremia die het volgende over het Nieuwe Verbond zei: “Ik zal mijn wet [Tora] in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven” en dit is zoals we geleerd hebben een geestelijk zaak. Zo, wie de Geest van God ontvangen heeft en naar de Geest wandelt, vervult de Tora, precies zoals Jeremia geprofeteerd heeft over het Nieuwe Verbond (Jer. 31:31). “want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet [Tora] Gods”. (Rom. 7:22)

Tot zover, maar wat nu?

Let op vers 23 daar heeft Paulus het over een andere wet. In het Grieks geschreven met hetzelfde woord ‘Nomos’.

Rom7:23             “maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is”.

Paulus heeft het hier tegen Romeinen, die meer dan wie ook weten wat het is om onder een wet te leven die door de keizer is ingevoerd. Of je was slaaf of je was Romein. Met “gij zijt niet onder de wet maar onder de genade”, wordt dus niet verwezen naar de Tora. Maar naar de wet van zonde vanwege de natuurlijke (vleselijk) gesteldheid.

Rom.8:7              “Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet [Tora] Gods”.

De gelovige Romeinen hadden nog moeite met natuurlijk (vleselijk) denken en handelen. Want dit bracht hen (weer terug) onder de wet van de zonde. Zij moesten geestelijk worden en dat wordt je door te onderwerpen aan de Tora van God. Dat wil zeggen door Zijn Geest te laten onderwijzen in de Tora.

Bepaal zelf maar of je nog vleselijke of geestelijk denkt? Als je niet aan de Tora hebt onderworpen heb je nog een natuurlijke geest die de leiding in je leven bepaalt (vleselijk denken).

9.4     “zijt ook gij dood voor de wet”

Rom.7:1-14        “Of weet gij niet, broeders, – ik spreek immers tot wie de wet [Tora] kennen – dat de wet heerschappij voert over de mens, zolang hij leeft? Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond. Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten; wanneer echter de man sterft, is zij vrij van de wet, zodat zij geen echtbreekster is, indien zij zich aan een andere man geeft. Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de wet door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij Gode vrucht zouden dragen. Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter. Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren. Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet is de zonde dood. Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood. Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed. Is dan het goede mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft, opdat zij zou blijken zonde te zijn, door het goede mijn dood bewerkt, opdat de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod. Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde”.

In vers 1 staat: Alleen bestemd voor hen die in Gods Gerechtigheid [Tora] wandelen. Sjaoel zegt zelfs voor hen bij wie de Tora heerschappij over hen voert. Met andere woorden geheel overgegeven aan de gerechtigheid van God. Dit gedeelte is voor hen die deel hebben aan het verbond van Mozes welke een onderdeel is van het Nieuwe Verbond (zie vorige les).

Wie de les van het verbond (of de verbonden) niet kent kan deze boodschap maar moeilijk begrijpen. En wat doe je als je het niet begrijpt? Precies overslaan, voor velen dan ook jammer omdat zij veel van Gods belofte en zegen missen.

De kern van deze boodschap van Sjaoel is:

  • De Tora van God is Heilig (voor God apart gezet)
  • De Tora van God is Goed
  • De Tora van God is Gerechtigheid
  • De Tora van God is Geestelijk

Vers 1 t/m 3: Het doel van Gods Verbond wordt vergeleken met een huwelijk. Het verbond van God kan alleen verbroken worden door de mens (vrouw) en niet door God (de man) tenzij Hij overlijd.

Vers 4 is het vers dat vaak verkeerd wordt uitgelegd. Sjaoel zegt hieraan vooraf ‘indien gij zich aan een ander man geeft’ en daarna zegt Sjaoel dat je dan niet meer van Christus bent maar eigendom van een ander. En dit is precies wat het betekent, want als dit gebeurd ben je dood. (niet meer onder de Gerechtigheid van Gods)

De Tora is als een Katuba (huwelijksakte). Wie het verbond verbreekt en naar een ander gaat staat niet meer onder de bescherming (van de man).

9.5     “Gerechtigheid verkregen uit geloof”

Rom.9:30-10:3   “Wat zullen wij dan zeggen? Dit: heidenen, die geen gerechtigheid najaagden, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk gerechtigheid, die uit geloof is; doch Israël, hoewel het een wet ter gerechtigheid najaagde, is aan de wet niet toegekomen. Waarom niet? Omdat het hierbij niet uitging van geloof, maar van vermeende werken. Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. Broeders, de begeerte mijns harten en mijn gebed over hun behoud gaan tot God uit. Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand. Want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen”.

Sjaoel stelt hier een vraag: “wat zullen we zeggen?” De heidenen die tot geloof kwamen, waren nog niet bekend met de Tora. In tegenstelling tot het volk van Israel die wel de Tora deden. Echter, zij deden dit niet uit geloof maar door werken (legalisme). De heidenen waren wel gerecht-vaardigd geworden door geloof. Maar Sjaoel zegt hier niet dat de Tora daardoor is afgedaan. Het is pas het begin.

Nu zijn de rechtvaardigen, die genade hebben verkregen door geloof, wel in staat om de Gerechtigheid (de Tora) na te jagen. Let op de laatste zin: (ik formuleer het nu controverse, maar er wordt hetzelfde mee bedoeld.) “Nu wel bekend met Gods gerechtigheid en niet trachten om legalisme te doen, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods wel onderworpen”. (Zie les 3 over Gods Gerechtigheid)

Er is dus eerst gerechtvaardig zijn uit geloof. (Door Gods Genade).

En daarna gerechtigheid doen uit de Tora. (Door gehoorzaamheid)

9.6     “Christus is het einde der wet”

Rom.10:4-13      “Want Christus is het einde der wet [Tora], tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft. Want Mozes schrijft: De mens, die de gerechtigheid naar de wet [Tora] doet, zal daardoor leven. Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; of: Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen. Maar wat zegt zij? Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs, dat wij prediken. Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen; want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden”.

Velen denken dat Jesjoea een einde gemaakt heeft aan de Tora. Wie in Jesjoea gelooft hoeft zich niet langer meer aan de Tora te houden omdat Jesjoea voor hen de Tora vervuld zou hebben.

Dit hebben we al eerder besproken. Het Griekse woord ‘telos’ dat hier met ‘einde’ is vertaald, zou met ‘het doel’ of ‘einddoel’ vertaald moeten zijn. Een incorrecte vertaling dus. We weten dat Tora immers ook ‘Het doel raken’ betekent en dat ons doel is om Jesjoea te leren kennen. Daarom zegt Sjaoel direct daarachter: “Want Mozes schrijft: De mens, die de gerechtigheid (levenswandel) volgens de Tora doet, zal daardoor leven”.

9.7     “Christus heeft ons vrijgemaakt van de wet”

Gal.5:1-6             “Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen. Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen. Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen. Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. Wij immers verwachten door de Geest uit het geloof de gerechtigheid, waarop wij hopen. Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende”.

De werkelijke besnijdenis is die van het hart welke volgens het Nieuwe Verbond van kracht is geworden (Jer.31:31). Hier wordt wederom gewaarschuwd dat men alleen door werken der wet (legalisme) niet gerechtvaardigd kan worden, je staat dan ook nog buiten de genade.

9.8     “De wet aan het kruis genageld”

Col.2:13-14         “Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen”:

Omdat onbesneden en/of besneden verwijst naar het verbond van Mozes denken sommigen dat de deze tevens aan het kruis is genageld om nooit meer dienst te doen. Tja, de zonden is inderdaad aan het kruis genageld, echter, de Tora niet want dat betekent letterlijk het tegenovergestelde. Tora = Doel raken, Zonde = Doel missen. Het kan dus niet samen gaan.

Overigens was de besnijdenis al aanwezig in het verbond van Abraham. (Gen.17:10) Wie tot geloof gekomen is in overeenstemming met het verbond van Abraham en wedergeboren is heeft de besnijdenis van het hart meegemaakt.

9.9     “Niet uit werken de wet”

Gal.2:16-19         “Wij, geboren Joden, en geen zondaars uit de heidenen, wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus en niet uit werken der wet. Want uit werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden. Maar indien wij, trachtende in Christus gerechtvaardigd te worden, ook zelf zijn gebleken zondaars te zijn, staat Christus dan in dienst der zonde? Volstrekt niet. Immers, indien ik hetgeen ik afgebroken heb, weder opbouw, bewijs ik daardoor, dat ik zelf een overtreder ben. Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven. Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven”.

Het is juist dat men niet wordt gerechtvaardigd door werken uit de wet [Tora]. Je wordt gerechtvaardigd door geloof en uit genade welke men ontvangt door het geloof in de Messias (overeenkomstig het verbond van Abraham). Daarna eenmaal gerechtvaardigd door de genade van God ben je in staat om in gerechtigheid te wandelen door de Tora in je leven toe te passen (overeenkomstig het verbond van Mozes). God gaf de Tora, Zijn heil, niet in Egypte, maar nadat ze verlost waren.

Brood brengt geen bakker voort, maar een bakker wel brood. Wat bedoel ik daarmee te zeggen: gehoorzaamheid brengt geen geloof voort, maar geloof brengt gehoorzaamheid voort. Eerst komt geloof door genade en dan pas gehoorzaamheid door de Tora te doen. Gerechtigheid brengt geen rechtvaardige voort. Zo hoort een rechtvaardige gerechtigheid voort te brengen

Je wordt als buitenlander geen Nederlander door alle wetten van Nederland op te volgen. Je kunt alleen Nederlander worden door geboorte of door een goedkeuring van de Koning(in). Pas dan kom je in aanmerking voor alle rechten, maar er zijn ook plichten. Geheel volgens de Nederlandse wet, het verbond van de Nederlandse koning met de Nederlanders. Zo is het ook in Koninkrijk van God geregeld. Wie het Koninkrijk van God in wilt gaan zal in Gods Gerechtigheid moeten wandelen.

Conclusie

Jesjoea is niet gekomen om een nieuwe kerk te beginnen. Sjaoel een Farizeeër die het merendeel van het nieuwe verbond geschreven heeft, is niet gekomen om een nieuwe religie te verkondigen. God is dezelfde, gisteren en heden, Hij zal niet veranderen tot in eeuwigheid.

Sjaoel, anders gezegd Paulus, koos ervoor om de Tora, het verbond van Abraham en het verbond van Mozes in ere te houden. Hij koos ervoor om haar te gehoorzamen en de andere gelovigen in Jesjoea aan te moedigen, dat ze hun levensstijl behoorden aan te passen in overeenstemming met het verbond van Abraham en Mozes die in het Nieuwe Verbond zijn opgenomen.

Op het eerste gezicht lijken de brieven van Sjaoel erop te wijzen dat de gelovigen de Tora naast zich neer mogen leggen en haar niet hoeven te volgen. Een fout die velen maken is dat er een leer gecreëerd wordt rondom één enkele Bijbeltekst. Als het een regel uit een brief van Sjaoel is, leg dan de hele brief uit. Dat doen we toch ook met onze eigen brieven?

Op.22:13-14   “Ik ben de Alfa, en de Oméga, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad”. (SV)

Ingaan in het Koninkrijk van Jesjoea is voor hen die de witte klederen van gerechtigheid van God aangedaan hebben (= Zijn geboden doen). Als gerechtvaardige weet je nu wat het betekent om Gods Gerechtigheid aan te doen. God is een Verbond God en Hj geeft Zijn Verbond aan je om daarin te leven. Dan zullen we samen ingaan in de poorten van het Koninkrijk van God.

Zo was het in het begin en zo zal het ook weer zijn, in het hof waar de boom des levens staat.

One Response to “Paulus aan het woord”

Read below or add a comment...

  1. wim J says:

    Uw formulering 9.8 “De wet aan het kruis genageld” lijkt mij niet helemaal correct
    Het betreft, de aanklacht, namens Gods Onderwijzing, die wij niet volbracht hebben, deze heeft God uit het midden weggenomen, door dat aan het kruis te nagelen enz. enz.

    Die aanklacht wijst op onze zonde[n] en door de HERE te danken voor Zijn werk, dat door Zijn bloed verzoening brengt, belijdt een zondaar, dat deze de Geest der Waarheid nodig heeft en dat laat God nooit onbeantwoord

    in Uw uitleg gaat U min of meer ook die kant op

    {Helaas, dat in de verzen 16-17, de moderne vertalingen helemaal fout gaan , door daar het woordje ‘slechts’ toe te voegen en het woordje lichaam [soma] te vervangen door ‘werkelijkheid’ zie >> http://bit.ly/GFGL7g

    Inderdaad wanneer men Zijn Woorden in twijfel trekt[Matt 5:17-20 ], dan gaat e.e.a. slechts over een schaduw en daarna heeft men de vertaling en Gods Onderwijzing aangepast en valt men in de vervangingsleringen verdeeldheid en een eigen christendom dat het gemaakt heeft; 1Cor 4:6-9
    aangehaalde tekst inlezen >> http://bit.ly/GPxki6 }

Reageer

*