Van het kruis naar het koninkrijk

Gods eeuwige Verbonden

Van het Kruis naar het Koninkrijk.

7.1     Inleiding

Vandaag de dag worden afspraken tussen twee of meerdere partijen in een contract vastgelegd. Er zijn verschillende contracten met verschillende condities waaraan de partijen zich houden en waarbij de partijen gebruik kunnen maken van elkaars diensten. Als wij over Gods Woord praten dan spreken we ook vaak over het Verbond van God.

Zonder het te weten is een pas wedergeboren gelovige die Jesjoea aangenomen heeft, een vrucht en het resultaat van een verbond dat God ooit met één van onze geloofsvaders gesloten heeft. Dit was het verbond dat God met Abraham had opgesteld. Ons bestaan in Christus hebben we dus te danken aan afspraken die God met Abraham sloot.

Zelfs de komst van Jesjoea op aarde is door God beloofd en in een verbond vastgelegd. In één van de vorige lessen hebben we gesproken over de Tora als Gods Gerechtigheid, dat wil zeggen een levensstijl in overeenstemming met Gods instructies die in één van de verbonden welke in de Tora staan opgeschreven. In deze les gaan we de Tora vanuit een ander perspectief zien, namelijk als een of meerdere verbonden die God De Vader met Zijn kinderen heeft.

Wie het Verbond van God ondertekent (accepteert) zal zich aan de regels van dat verbond dienen te houden (dat is wederzijds). Elk verbonds-gelovige ontvangt daarmee de beloften en diensten (zegen) die God in dat verbond afgesproken en opgetekend heeft. Een verbond wordt vaak bekrachtigd met een teken. In de zakenwereld is dat vaak een handtekening en/of een betaling van een som geld. Bij de verbonden van God zijn er ook tekenen (bekrachtiging van het verbond) waarmee het verbond in werking wordt gezet.

In één van de vorige lessen hebben we ook gezien dat Jesjoea zich hield aan de Tora. In deze en de volgende les zal duidelijke worden welk(e)) verbond(en) dat is/zijn, welke verbondsafspraken Hij aan Zijn volgelingen leerde, zodat ook wij Zijn voorbeeld kunnen volgen en een verbond met God aangaan. De keuze is aan jou, blijf je een gelovige (op zich een goede keuze) of wordt je een discipel.

Joh.8:31-32        Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Joh.8:28              “Jezus dan zeide: Wanneer gij de Zoon des mensen verhoogd hebt, zult gij inzien, dat Ik het ben en niets uit Mijzelf doe, doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft”. 

Overeenkomstig de afspraken van het verbond dat God aan Mozes gaf (De Tora) ging Jesjoea op de sabbatdag naar de synagoge om van Zijn Vader te leren.

Luc.4:16             “En hij kwam te Nazaret, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen”.

Joh.8:38              “Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik; zo doet ook gij, wat gij van uw vader gehoord hebt”.

Wat Gij van de Vader gehoord hebt

Jesjoea zegt dat we behoren te doen wat Zijn Vader gezegd heeft.

In deze les zullen we gaan ontdekken dat het Plan van God die De Vader voor Zijn kinderen heeft, onder andere voor eeuwig zijn vastgelegd en opgeschreven in meerdere verbonden. Daarom is het zo belangrijk om te weten dat Het Verbond(en) van God eeuwig is/zijn zoals God eeuwig is en dat deze niet door God verbroken kan worden. Er is ook werkelijk niets wat ons kan scheiden van de liefde van Christus, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods. Mocht het verbond toch verbroken worden, dan zal dit dan ook niet aan de kant van God liggen.

In de volgende les gaan we dieper in op de werking van Het Verbond. Wij gaan dan begrijpen dat leven in overeenstemming met Zijn Gerechtigheid in het Koninkrijk der Hemelen (Gods), een leven is onder Het Verbond van God. Discipelen van het Koninkrijk gaan ontdekken dat hun relatie met God een Verbondsrelatie is. Maar eerst zullen we Het Verbond of verbonden die God in het leven geroepen heeft bespreken. Dit is nodig om te weten hoe de relatie tussen God en Zijn kinderen in een verbond is vastgelegd.

We hebben al eerder gezien, bijvoorbeeld in het gesprek van Jezus met Nicodemus dat er een tweede fase in de persoon van de gelovige komt. Velen zijn er geroepen, maar weinig uitverkoren. Er zijn vele gelovigen, maar weinig discipelen. Wat ik daarmee wil zeggen is dit: het geloofsleven na de (eerste) bekering is niet het doel. God heeft voor je nieuwe levenswandel nog meer in petto. Hij is een Verbond God en wil ook een verbond met jou sluiten. Zo word je dan een discipel van het Koninkrijk van God. (Mat.13:52)

7.2     Introductie van Gods verbonden

Vaak spreken we over het nieuwe verbond en/of het oude verbond. Wat betekent dat? Is dat terecht? En wat is daarvan in het leven van een gelovige terechtgekomen? Realiseer je je, dat je een verbondskind van God bent met rechten en plichten? Of ben je op dit moment alleen een geloofskind van Hem? Wat is het verschil? Kom je je afspraken (nog) na die in het verbond staan opgeschreven? Allemaal vragen waar je in de komende twee lessen een antwoord op zult krijgen.

  • Waarom en welke verbonden worden in de Bijbel genoemd?
  • Hoe belangrijk zijn de verbonden voor het volk van God?
  • De beperkte kennis van Gods verbond(en) in de kerk/gemeente.
  • Het gebrek (niet aanwezig) van Gods verbond(en) in de kerk/gemeente.

Er zijn ook algemene vragen voor zowel de geroepenen als het uitverkoren volk van God. Net als in de vorige les zien we twee elementen die elkaar opvolgen nog sterken in de verbonden terugkomen. We hebben de volgende stellingen:

  1. Er is een geroepen volk, zij die tot geloof gekomen zijn.
  2. Er is een uitverkoren volk, de volgelingen (van het Woord) of discipelen

Het verbond in het hof van Eden

Gen.1:26-28       “En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt”.

Gen.2:15-17       “En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven”.

Over het verbond (gebod) dat God met Adam had gesloten, kunnen we vandaag zeggen dat de mens (Adam) het verbond verbroken heeft. Adam heeft zich niet aan de afspraak van het verbond gehouden. En de heerschappij over de aarde heeft Adam door zijn ongehoorzaamheid aan de tegenstander weggegeven. “want zij is mij overgegeven” (Lucas 4;5)

Een nieuw verbond met Adam

Gen.3:14-19     “Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren”.

Door de ongehoorzaamheid van Adam is de belofte van het verbond in het hof van Eden (het eeuwig leven) veranderd in een vloek (gij zult sterven). We zien hier de basisprincipes van de werking van elk overeengekomen verbond. Deze is afhankelijk van het onderwerp waar het verbond voor is opgemaakt. Als je aan het verbond houdt ontvang je de voordelen en de zegen ervan. Wanneer je deze verbreekt, dan ontvang je het tegengestelde. In het bovengenoemde voorbeeld het tegengestelde van leven.

We zien hier tevens twee belangrijke aspecten van een Verbond.

  1. Het verbond (in het hof van Eden) wordt gecontinueerd. In het vernieuwde verbond met Adam is het onderwerp nog steeds leven, weliswaar onder moeilijke omstandigheden.
  2. Adam stierf (geestelijk) en daarom moest het verbond vernieuwd (aangepast) worden. God belooft de komst van de Messias om alles weer te herstellen.

Het verbond met Noach

Gen.8:21-22       “Toen de HERE de liefelijke reuk rook, zeide de HERE bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan, en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik gedaan heb. Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden”.

Gen.9:1-19         “En God zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde. En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven. Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid. Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten. En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al het gedierte zal Ik het eisen en van de mensen onderling zal Ik het leven des mensen eisen. Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt. En gij, weest vruchtbaar en wordt talrijk, wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop. En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht, en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven. En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, zal Ik mijn verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is. En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft”.

Ook in het verbond dat God met Noach heeft opgesteld zien we een voortzetting van het verbond met Adam: “En gij, weest vruchtbaar en wordt talrijk, wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop”.

Vanwege de goede daad van Noach (de liefelijke reuk, geur, offer) is de vervloeking over de aarde gedeeltelijk weggenomen. De zegen van God kwam weer terug. Ook nu weer, zien we dat het verbond vernieuwd is. Er zijn nieuwe gunsten, maar ook nieuwe voorwaarden in het verbond opgenomen: “Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten”.

Het verbond van Noach is dus een voortzetting van het verbond van Adam. Bij beiden gaat het over de voortgang en het leven op aarde. Het verbond van Adam werkt nog steeds omdat het een eeuwig verbond is. God is immers eeuwig en kan Zijn Woord niet verbreken. Continuïteit is één van de belangrijkste kenmerken van de verbonden die God de Vader opgesteld heeft. Telkens als er een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis met Gods kinderen gebeurt wordt het verbond verbeterd en vernieuwd. Het Verbond van God groeit als het ware naar betere omstandigheden die op dat moment spelen.

Het verbond met Abraham

Gen.12:1-3         “De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden”.

Gen.15                “Hierna kwam het woord des HEREN tot Abram in een gezicht: Vrees niet, Abram, Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn. En Abram zeide: Here HERE, wat zult Gij mij geven, daar ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn huis, dat zal deze Damascener Eliëzer zijn. En Abram zeide: Zie, mij hebt Gij geen nakroost gegeven, en nu moet een onderhorige mijn erfgenaam zijn. En zie, het woord des HEREN kwam tot hem: Deze zal uw erfgenaam niet zijn, maar uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgenaam zijn. Toen leidde Hij hem naar buiten, en zeide: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn. En hij geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid. En Hij zeide tot hem: Ik ben de HERE, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven. En hij zeide: Here HERE, waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal? En Hij zeide tot hem: Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif. Hij haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet. Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg. Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken. Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven worden. Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol. Toen de zon was ondergegaan, en er dikke duisternis was, zie, een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging. Te dien dage sloot de HERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat: de Keniet, de Kenizziet, de Kadmoniet, 20 de Hethiet, de Perizziet, de Refaïeten, 21 de Amoriet, de Kanaäniet, de Girgasiet en de Jebusiet”.

Gen.17                “Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.

Voorts zeide God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond. En de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken. Verder zeide God tot Abraham: Wat uw vrouw Sarai betreft, gij zult haar niet Sarai noemen, maar Sara zal haar naam zijn. En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik u uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal; koningen van volken zullen uit haar voortkomen. Toen wierp Abraham zich op zijn aangezicht, lachte en zeide bij zichzelf: Zal dan aan een honderdjarige een kind geboren worden, en zal Sara, een negentigjarige, baren? En Abraham zeide tot God: Och, mocht Ismaël voor uw aangezicht leven! Maar God zeide: Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Isaak noemen, en Ik zal mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond, voor zijn nageslacht. En wat Ismaël betreft, Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen. Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Isaak, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgend jaar baren zal. Toen God geëindigd had met hem te spreken, voer Hij van Abraham op.

Daarop nam Abraham zijn zoon Ismaël en allen die in zijn huis geboren waren, ook allen die door hem voor geld gekocht waren, al wat mannelijk was onder Abrahams huisgenoten, en hij besneed het vlees van hun voorhuid op diezelfde dag, zoals God tot hem gesproken had. En Abraham was negenennegentig jaar oud, toen hij het vlees van zijn voorhuid liet besnijden. En zijn zoon Ismaël was dertien jaar oud, toen hij het vlees van zijn voorhuid liet besnijden. Op diezelfde dag werden Abraham en zijn zoon Ismaël besneden. En al zijn huisgenoten, zowel die in zijn huis geboren, als die van een vreemdeling voor geld gekocht waren, werden met hem besneden”.

Kenmerk van het verbond van Abraham ten opzichte van de vorige is dat dit verbond niet zomaar voor iedereen geldt. Abraham geloofde God en God antwoordde met genade. Het verbond was gesloten tussen God de Vader met een persoon die specifiek gehoor gaf. Het volk van Israel ziet Abraham ook als hun Vader. Wedergeboren gelovigen zien Abraham als hun geestelijk Vader. Zij hebben het voorbeeld van Abraham en dat is geloof overgenomen en daarmee ook het verbond van Abraham.

Gal.3:29              “Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen”.

 Wat was de belofte van dit Verbond? God belooft land, een volk en grote zegen. Niet alleen aan Abraham maar aan de gehele wereld, die door Zijn zaad (De Messias) het zaad van Abraham geworden zijn. Ondanks dat een ieder persoonlijk deel krijgt aan dit verbond zien we een voortzetting van de vorige eerdere besproken verbonden.

Het Verbond van Abraham is heel persoonlijk maar de belofte geldt voor al zijn na-zaad, dat wil zeggen die deel hebben gekregen aan dit verbond van Abraham. “Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad (zelfde geloofservaring als) van Abraham, en naar de belofte (in het verbond van Abraham) erfgenamen”. De wereld verkeert in een bepaalde staat. Afgesneden van God. Veroorzaakt door de daad van Adam. In de volgende les zullen we zien hoe je als wedergeboren gelovige deel hebt gekregen aan het verbond van Abraham en daarmee ook de zegen verkregen hebt die in dit verbond opgeschreven staat.

Het verbond met Mozes

Ex.19                  “In de derde maand na de uittocht der Israëlieten uit het land Egypte, op dezelfde dag, kwamen zij in de woestijn Sinai. Nadat zij van Refidim opgebroken waren, kwamen zij in de woestijn Sinai en legerden zich in de woestijn; en Israël legerde zich daar tegenover de berg. Toen klom Mozes op tot God, en de HERE riep tot hem van de berg, en zeide: Zó zult gij zeggen tot het huis van Jakob en meedelen aan de Israëlieten: gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.

Toen kwam Mozes en ontbood de oudsten van het volk en legde hun al deze woorden die de HERE hem geboden had, voor. En het gehele volk antwoordde eenparig: Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen. En Mozes bracht de woorden van het volk weder aan de HERE over. Daarna zeide de HERE tot Mozes: Zie, Ik kom tot u in een donkere wolk, opdat het volk kan horen, wanneer Ik met u spreek, en zij ook voor altoos in u geloven. En Mozes deelde de woorden van het volk aan de HERE mee.

En de HERE zeide tot Mozes: Ga tot het volk; heilig hen heden en morgen, en laten zij hun klederen wassen. En tegen de derde dag zullen zij gereed zijn, want op de derde dag zal de HERE nederdalen voor de ogen van het gehele volk op de berg Sinai. Daarom zult gij het volk buiten een bepaalde kring houden en zeggen: Wacht er u voor de berg te bestijgen, of maar de voet ervan aan te raken; ieder die de berg aanraakt, zal zeker ter dood gebracht worden. Geen hand zal hem aanraken, want dan zal men zeker gestenigd of met pijlen doorschoten worden; hetzij dier hetzij mens, hij zal niet blijven leven. Eerst bij de langgerekte toon van de hoorn mogen zij de berg bestijgen. Toen daalde Mozes de berg af naar het volk; hij heiligde het volk en zij wiesen hun klederen. En hij zeide tot het volk: Weest over drie dagen gereed, nadert niet tot een vrouw. En het geschiedde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er donderslagen en bliksemstralen en een zware wolk op de berg waren en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in de legerplaats was, beefde. Toen leidde Mozes het volk uit de legerplaats God tegemoet en zij stelden zich op onder aan de berg. En de berg Sinai stond geheel in rook, omdat de HERE daarop nederdaalde in vuur; de rook daarvan steeg op als de rook van een oven, en de gehele berg beefde zeer. Het geluid van de bazuin werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak, en God antwoordde hem in de donder. Toen daalde de HERE neder op de berg Sinai, op de bergtop, en de HERE riep Mozes naar de bergtop, en Mozes klom naar boven. Daarna zeide de HERE tot Mozes: Daal af, waarschuw het volk, dat zij niet doordringen tot de HERE om iets te zien; dan zouden velen van hen vallen. En ook de priesters die tot de HERE naderen, zullen zich heiligen, opdat de HERE niet tegen hen losbreke. Toen zeide Mozes tot de HERE: Het volk kan de berg Sinai niet bestijgen, want Gij hebt ons gewaarschuwd: zet de berg af en heilig hem. Daarop zeide de HERE tot hem: Ga, daal af en klim met Aäron naar boven; maar de priesters en het volk mogen niet doordringen om tot de HERE op te klimmen, opdat Hij niet tegen hen losbreke. Toen daalde Mozes af tot het volk en zeide het hun”.

Ex.20                  “Toen sprak God al deze woorden: Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die. Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is. En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan. En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven. Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt. Het volk nu bleef van verre staan, maar Mozes naderde tot de donkerheid waarin God was. Toen zeide de HERE tot Mozes: Zó zult gij zeggen tot de Israëlieten: gij hebt gezien, dat Ik van de hemel met u gesproken heb: gij zult naast Mij geen goden maken; noch van zilver noch van goud zult gij ze u maken. Een altaar van aarde zult gij voor Mij maken en daarop offeren uw brandoffers en uw vredeoffers, uw kleinvee en uw runderen. Op elke plaats waar Ik mijn naam doe gedenken, zal Ik tot u komen en u zegenen. Indien gij echter een altaar van stenen voor Mij maakt, dan moogt gij het niet bouwen van gehouwen steen; wanneer gij dat met uw houweel bewerkt, ontwijdt gij het. Ook moogt gij niet langs een trap naar mijn altaar opklimmen, opdat daarop uw schaamte niet zichtbaar worde”.

Exodus 31

Exodus 21

Exodus 22

Exodus 23

Exodus 24

Ex.31:12-18        “De HERE zeide tot Mozes: Gij dan, spreek tot de Israëlieten: maar mijn sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht, zodat gij weet, dat Ik de HERE ben, die u heilig. Gij zult de sabbat onderhouden, want deze is iets heiligs voor u; wie hem ontheiligt, zal zeker ter dood gebracht worden, want ieder die daarop werk verricht, zal uitgeroeid worden uit het midden van zijn volksgenoten. Zes dagen mag men arbeiden, maar op de zevende dag zal er een volledige sabbat zijn, de HERE geheiligd: ieder die op de sabbatdag werk verricht, zal zeker ter dood gebracht worden. De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond. Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept. En Hij gaf aan Mozes, toen Hij geëindigd had met hem te spreken op de berg Sinai, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven door de vinger Gods”.

Dit is belangrijk om te weten:

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: “Het verbond dat God met Mozes heeft of eigenlijk via Mozes met het volk gemaakt heeft, is een voortzetting van het verbond met Abraham.” Het is namelijk gebaseerd op dezelfde beloften; het land, het volk en de grote zegen.

Aan Abraham en zijn zaad beloofde God het land en de zegeningen. Aan zijn nageslacht het volk en aan Mozes worden de zegeningen realiteit. Door het beloofde land binnen te gaan en te leven in overeenstemming met de inzettingen die in het verbond van Mozes staan opgeschreven, de Gerechtigheid Gods (van dat land), zullen de zegeningen van het verbond van Mozes hun deel zijn.

    • Door deel te hebben aan het verbond van Abraham, ontvang je de belofte. Dit komt overeen met stelling A. Er is een geroepen volk, zij die tot geloof gekomen zijn.
  • Door deel te hebben aan het verbond van Mozes mag je in die belofte en zegeningen leven. Dit komt overeen met stelling B. Er is een uitverkoren volk, de volgelingen (van het Woord) of discipelen die wandelen in overeenstemming met Gods Gerechtigheid.
  • Ex.20:10             “…maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont”.

Ex.31:16             “De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond”.

Opmerking

Een misverstand onder vele gelovigen is dat zij denken dat het houden van dat de sabbat geen voorwaarde is voor. Dit is ook zo als je het op menselijk (vleselijk) vlak/niveau bekijkt. Zo denkt een ongelovige die sigaretten rookt, dat hij niet meer mag roken als hij Jezus als zijn verlosser aanneemt. Maar we weten allemaal dat, als hij eenmaal een keuze gemaakt heeft, God hem heeft doen wedergeboren en zijn leven drastisch ten goede kan veranderen. Maar dan moet hij wel willen, zo is het ook met een gelovige. Een gelovige moet ook willen om de tweede stap te nemen.

Wie denkt wedergeboren te zijn, doet het goed, hij/zij ontvangt genade door geloof in overeenstemming met het verbond van Abraham. Hierna zal hij/zij nog geen tweede keuze moeten maken om geboren te worden uit water (Woord van God) en Geest, om het Koninkrijk van God binnen te gaan (Joh.3:5, zie ook vorige les). Deze tweede keuze/wedergeboorte is in overeenstemming met het verbond van Mozes.

Helaas zijn vele geroepenen nog geen uitverkorenen en vele gelovigen nog geen discipelen. Als zij het woordje Tora horen, denken zij (nog steeds) aan de ‘zogenaamde wet’ die de tegenstander als valse leer onder de gelovigen heeft verspreid. En zij denken en zeggen dan”ik ben verlost en bevrijd zijn van de wet”, zonder te weten welke wet er mee bedoelt wordt. En “ik hoef de sabbat niet te doen”, en begrijpen niet dat de sabbat is geen voorwaarde voor het verbond van Mozes is. De sabbat is in de eerste plaats een teken voor God, dat je het met Hem eens bent in alles wat Hij zegt. Daarom is het ook een teken van het verbond dat God met Mozes heeft gesloten. Als je het met God eens bent zul je zijn geboden bewaren net als Jezus Zijn geboden bewaard heeft. Geboden bewaren betekent letterlijk Zijn instructie/onderwijs (=Tora) opvolgen.

Na eenmaal een besluit genomen te hebben om geboren te worden uit water (Het Levend Woord) en Geest, leer je te wandelen in Gods Gerechtigheid, welke in overeenstemming met het verbond van Mozes staat opgeschreven. En je zal zien dat God doet wat Hij belooft heeft. En je zal ook zien dat je heel graag de sabbat wil houden om Hem te ontmoeten en te spreken. In een andere cursus, “Het Plan van God met de schepping en Zijn volk” kom ik hier op terug.

Het verbond met David

2 Sam.7:12-16    “Wanneer uw dagen vervuld zijn en gij bij uw vaderen te ruste zijt gegaan, dan zal Ik uw nakomeling, uw eigen zoon, na u doen optreden, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn Koninklijke troon voor immer bevestigen. Ik zal hem tot een vader zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn. Wanneer hij ongerechtigheid bedrijft, zal Ik hem tuchtigen met een roede der mensen en met slagen der mensenkinderen. Maar mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik haar heb doen wijken van Saul, die Ik voor uw aangezicht heb weggedaan. Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd”.

In het verbond van David zien we een Koninkrijk opkomen. We weten dat uiteindelijk de Messias zal terugkomen en zal regeren op de troon van David. En dit Koningschap zal eeuwig zijn. Het verbond van David is het derde verbond dat in de lijn is opgesteld met het verbond van Abraham en het verbond met Mozes. We zien wederom dat God de verbonden continueert.

Als je twee keer met ‘NEE’ geantwoord hebt, dan zal het verbond van God dat Hij met David maakte ook niet het verbond met Mozes ongedaan maken. Het zal hooguit verbeterd en vernieuwd worden omdat bepaalde zaken in het verbond vervuld zijn. Zo is bijvoorbeeld ook een gedeelte van het verbond van Adam vervuld omdat de Messias al verschenen is. Echter het zaad van de tegenstander is nog steeds de ‘hiel van de vrouw aan het vermorzelen’. Het Hebreeuwse woord voor ‘hiel’ is ‘Jacob’ (=Israel). Vandaag de dag zien we dan ook hoe de tegenstander probeert Israel van de kaart te vegen om Jezus wederkomst uit te stellen.

Belangrijk om te weten

De Verbonden van God zijn geen losstaande verbonden en het ene verbond wordt niet vervangen door de ander. De verbonden zijn op elkaar gebouwd als stenen die een huis vormen. God is één. God is dezelfde gisteren, vandaag en in de komende tijd. God kan niet liegen en iets zeggen dat Hij later weer ongedaan maakt. Nee, God onze Vader is een Verbonds-God die Zijn Woord na komt.

Het (ver)nieuw(de) verbond

Jer.31:31-34       “Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn Tora in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken”.

Hebr.8:6-13        “Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst verkregen, als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. Want indien dat eerste onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede. Want Hij berispt hen, als Hij zegt: Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen, niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here. Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten [Tora / verbond van Mozes] in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken. Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd [niet recent] verklaard. En wat veroudert en verjaart [oudere leeftijd], is niet ver van verdwijning”.

De vertaling naar ‘is niet ver van verdwijning’ kan ook vertaald worden met ‘is gerealiseerd in een bepaalde tijd of moment’. Maar zeker wordt er niet gezegd dat het vorige verbond of vorige verbonden niet meer geldig zijn of al verdwenen en/of ongeldig zijn verklaard. Nogmaals God kan zichzelf niet tegenspreken. Ook dit nieuw verbond is een continuering van de vorige verbonden. Het vernieuwt de vorige verbonden.

7.3     Kenmerken van Gods verbond(en)

Vader/Zoon relatie

Ex.4:22               “Dan zult gij tot Farao zeggen: Zo zegt de HERE: Israël is mijn eerstgeboren zoon; daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; zoudt gij echter weigeren hem te laten gaan, dan zal Ik uw eerstgeboren zoon doden”.

Hos.11:1             “Toen Israël een kind was, heb Ik het liefgehad, en uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen”.

De reden waarom de profeet Israel als Gods zoon terugroept, is vanwege de gehoorzaamheid en het geloof in Gods verbond. Een ander reden is dat Jesjoea ook de eerstgeboren Zoon is.

Rom.8:29            “Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen”.

Dit geldt ook voor ons, om het verbond met Mozes te zien als Vader/zoon relatie. Hierdoor leren we meer Jesjoea als Gods Zoon kennen. En omdat God ook onze Vader is, kunnen we als Zijn kinderen hierdoor ook De Vader beter leren kennen. We beginnen dan om het verbond van Mozes in ons leven toe te passen. Onthoud dat Tora geen ‘wet’ betekent maar ‘de Vaders instructie of onderwijs’ hoe Zijn kinderen zouden moeten leven in (Zijn Gerechtigheid) in Zijn Koninkrijk.

Natuurlijk is de Tora niet het enige instructieboek dat God gegeven heeft. Het boek Spreuken gaat specifiek over instructies voor een vader/zoon relatie. Echter, de Tora is fundamenteel voor het onderwijs, hoe wij als Gods kinderen kunnen leven en wandelen zoals onze Hemelse Vader dat graag wil.

Man/Vrouw relatie

Jes.54:5              “Want uw man is uw Maker, HERE der heerscharen is zijn naam”.      

De Tora is een Ketubah. Een Ketubah is een huwelijksdocument. Uw maker is uw man. Voor de man/vrouw relatie is de Tora niet een overzicht van verplichtingen naar elkaar toe. Het is een teken van een huwelijk tussen God en Zijn volk in een gelukkig en vruchtbaar leven op basis van liefde.

Ex.6:6-7              “Ik zal Mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, uw God, het ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid. En Ik zal u brengen naar het land, waarvan Ik gezworen heb het aan Abraham, Isaak en Jakob te zullen geven, en Ik zal het u geven tot een bezitting, Ik, de HERE”.

God zegt hier “Ik zal u aannemen”. Dit zijn de woorden van een man die een vrouw aanneemt als een huwelijk wordt voltrokken.

Jer.3:14              “Keert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des HEREN, want Ik ben heer over u; Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te Sion”.

 ‘Ik zal u nemen’ zegt de Ned. Vertaling. De Engelse vertaling zegt: ‘I am marriedunto you’. Dit is ook de juiste vertaling van de grondtekst. Het Volk (de geroepen en vrijgekochte) is de vrouw en God de Vader is haar man. Het huwelijk zal voltrokken worden op het moment wanneer zij samen in het verbond zijn getreden. Daar hoeft je dus niet op te wachten. Want het huwelijksaanzoek heeft al lang geleden plaatsgevonden.

Ex.19:5               “Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij”.

Ex.19:8               “En het gehele volk antwoordde eenparig: Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen”.

God wil bij Zijn Bruid, het volk zijn en bouwt een tabernakel om in het midden van Zijn volk te kunnen wonen.

We zien dat de Tora geen verzameling van wetten is zoals vele gelovigen denken. Het heeft vele gezichtpunten zoals een huwelijksvoltrekking. Een Kethubah, een liefdescontract tussen man en vrouw. Dit is wat Paulus een geheimenis noemt in zijn brief aan de gemeente te Efeziers. En waar elke geroepen gelovige deel aan kan hebben.

Ef.5:25-33           “Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord [Tora], en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet. [Als een maagdelijke Bruid] Zo zijn [ook] de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en [op] de gemeente. Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man”.

Wanneer wordt een verbond vernieuwd?

Deut.31:1-8        “Toen is Mozes deze woorden tot geheel Israël gaan spreken; hij zeide tot hen: Ik ben nu honderd en twintig jaar oud; ik kan niet meer uitgaan of ingaan, en de HERE heeft tot mij gezegd: De Jordaan hier zult gij niet overtrekken. De HERE, uw God, zelf zal voor u uit overtrekken; Hij zelf zal die volken vóór u verdrijven en verdelgen, zodat gij hun land in bezit kunt nemen; Jozua zal voor u uit overtrekken, zoals de HERE geboden heeft. En de HERE zal met hen doen, zoals Hij gedaan heeft met Sichon en Og, de koningen der Amorieten, die Hij heeft verdelgd; en met hun land. De HERE zal hen aan u overleveren, en gij zult met hen doen geheel overeenkomstig het gebod, dat ik u gegeven heb. Weest sterk en moedig, vreest niet en siddert niet voor hen, want de HERE, uw God, zelf gaat met u; Hij zal u niet begeven en u niet verlaten. Toen riep Mozes Jozua en zeide tot hem in tegenwoordigheid van geheel Israël: Wees sterk en moedig, want gij zult met dit volk komen in het land, waarvan de HERE hun vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou, en gij zult het hen doen beërven. Want de HERE zelf zal vóór u uit trekken, Hij zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt”.

Het verbond wordt overgedragen van Mozes op Jozua. Dit gebeurt wanneer Mozes aan het einde van zijn leven is. Omdat Jozua het verbond van Mozes overneemt, wordt het verbond vernieuwd.

Joz.24:20-28       “Wanneer gij de HERE verlaat en vreemde goden dient, dan zal Hij Zich omwenden, u kwaad doen en verdelgen, nadat Hij u heeft welgedaan. Het volk zeide echter tot Jozua: Neen, maar de HERE zullen wij dienen. Daarop zeide Jozua tot het volk: Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de HERE verkoren hebt, om Hem te dienen. Toen zeiden zij: Wij zijn getuigen! Nu dan, doet de vreemde goden weg, die in uw midden zijn, en neigt uw harten tot de HERE, de God van Israël. En het volk zeide tot Jozua: De HERE, onze God, zullen wij dienen, en naar zijn stem zullen wij horen. Te dien dage sloot Jozua een verbond met het volk en stelde inzetting en recht voor hen vast te Sichem. Jozua schreef deze dingen in het wetboek Gods, en hij nam een grote steen en richtte die aldaar op, onder de terebint, op de heilige plaats des HEREN. En Jozua zeide tot het gehele volk: Zie, deze steen zal tegen ons tot getuige zijn, want hij heeft al de woorden des HEREN gehoord, die Hij tot ons gesproken heeft. Daarom zal hij tot getuige tegen u zijn, opdat gij uw God niet verloochent. Daarop liet Jozua het volk gaan, een ieder naar zijn erfdeel”.

Op het moment dat Jozua sterft, zien we dat het verbond wordt overgedragen aan het volk. Ook hier zien we dat het verbond wederom wordt vernieuwd en niet vervangen. Het verbond wordt elke keer vernieuwd wanneer iemand komt te overlijden. We zien hetzelfde gebeuren met het verbond wanneer Jesjoea aankondigt dat Hij moet gaan sterven.

Luc.22:20           “Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt”.

Het Griekse woord dat hier met ‘nieuwe’ is vertaald heeft meer de betekenis van verfrissen of wel vernieuwd. Met andere woorden een vernieuwd verbond, gefundeerd op eerdere verbonden zoals die van Abraham, Mozes en David.

Als de Bijbel spreekt over een ‘nieuwe maan’, dan schept God ook niet elke maand een nieuwe maan. Maar de maan wordt als het ware vernieuwd om weer een nieuwe maancyclus te doorlopen.

We hebben gezien dat de verbonden in de Bijbel genoemd worden één groot eeuwig verbond is. Er bestaat geen ‘oud’ of ‘nieuw’ verbond. De Bijbel is één boek die een gemeenschappelijk doel heeft. Wie een discipel van Jesjoea wil zijn behoort zich te verdiepen in het verbond (of verbonden) van God. Hoe weet hij/zij anders te leven als een discipel.

Onze God is een Verbonds-God die een verbond met Zijn zonen en dochters heeft. Ook voor jou biedt God Zijn Verbond aan, om deel te hebben aan al Zijn beloften. Hoe weet je anders wat je moet doen om de wederzijdse afspraken na te komen en om van elkaars diensten gebruik te kunnen maken. Het wordt tijd om een keuze te maken om je kind zijn, af te leggen om vervolgens een zoon of dochter van God te worden.

Rom.8:19            “Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen [en dochters] Gods”.

One Response to “Gods eeuwige Verbonden”

Read below or add a comment...

  1. Egbert Bos says:

    Op welke wet zijn nu al die verbonden gesloten. Want ik mag aannemen, dar er een fundament is, een wetmatigheid van dat Rijk, waar de verbonden op gefundamenteerd zijn.
    volgens mij zijn dat de 10 geboden (+ de twee geboden der liefde én de profeten).
    De (wekelijkse-) Sabbat moet dan ook deel zijn van het verbondsvolk (Overblijfselen) van alle tijden én zij die zeggen Christus waarlijk lief te hebben en te willen navolgen.

Reageer

*