Van het kruis naar het koninkrijk

Jezus is ‘Het Levende Woord´

Van het Kruis naar het Koninkrijk.

5.1     Inleiding

In de vorige hebben we gezien dat Jeshua zijn bediening begon met onderwijs, door te zeggen dat het noodzakelijk was, dat elk tot geloof gekomen individu alle gerechtigheid moest vervullen.

Mat.3:15             Jezus echter antwoordde en zeide tot hem: Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen.

Wat is daarvan na 2000 jaar terechtgekomen? In ruim drie jaar onderwijs over het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid sprak Hij in tegenstelling tot de Schriftgeleerden, direct vanuit de Tora. Dit werd gezien als gezag en autoriteit dat nog niet eerder was getoond. Evenzo gaf Hij Zijn discipelen (volgelingen) de opdracht om hetzelfde onderwijs te verkondigen welke Hij gaf. “…en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb”. (Mat.28:19)

Het grote zendingsbevel, het heengaan in de gehele wereld om discipelen te maken, komt dus overeen met het onderwijzen en toepassen van Gods Gerechtigheid. In alle lessen, geen enkele uitgesloten gaf Jeshua, in tegenstelling tot de andere leraren (rabbi’s) de juiste interpretatie van de Tora. We hebben gezien dat deze interpretatie betrekking heeft op Jeshua zelf. Dit betekent ook dat de eigenschappen en kenmerken van de Gerechtigheids Gods aanwezig moeten zijn in persoonlijke wandel van de Bijbelleraar.

Mat.5:19             “Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen”.

Het geven van Bijbelonderwijs alleen is dus niet voldoende. Jeshua stelt hier duidelijk de kwalificaties vast. Deze is het toepassen van de gerechtigheid welke in de Tora beschreven is (zie les 3). Dit maakt het verschil met de (valse) leraren van die tijd, waartegen Jeshua optrad. Zij deden namelijk hun eigen gemaakte gerechtigheden, tradities en religies en onderwezen deze aan het volk. Zie de zes onderwijsvoorbeelden welke Jeshua in Matteus hoofdstuk 5 aan de kaak stelde.

De Kwalificatie van Jesjoea

In deze les onderzoeken we de kwalificaties die Jeshua zelf heeft om, zoals Hijzelf zei, ‘wie ze doet’ als leraar van de Tora, gekwalificeerd is om vanuit de Tora onderwijs te mogen geven.

We concentreren ons dan ook weer op Jeshua en de Tora, maar nu Jeshua als ‘Het Levende Woord’ (De Levende Tora). We ontdekten al dat Jeshua het doel is van de geschreven Tora en dat Hij daaruit onderwijs gaf aan Zijn discipelen. Nu gaan we ook zien dat Jeshua de Levende of vleesgeworden Tora is. Voor velen een wat moeilijk te begrijpen gezegde. In deze les hopen we daar meer duidelijkheid in te krijgen. We kijken of de volgende beweringen dan ook in het leven van Jeshua aanwezig was.

  • Jeshua is de perfecte vertegenwoordiging van de Tora.
  • Jeshua identificeerde zich met de Tora en volgde Gods Gerechtigheid in zijn dagelijkse wandel.
  • Jeshua deed de Tora in vervulling gaan.
  • Jeshua was het eens met de boodschap van de Tora en had een plan opgesteld om de wereld met Zijn Tora te bereiken. 

5.2     De natuur van de Tora

Joh.1:1-14          “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen;  en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes; deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht. Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid”.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­Wat betekent het als Paulus zegt:

1Cor.2:16            Want wie kent de zin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten? Maar wij hebben de zin van Christus.

De King James zegt: “But we have the mind of Christ.” Met andere woorden, het denken en de gedachte die in Jeshua was zou ook in onze gedachten moeten zijn. De vraag die je jezelf dan moet stellen is :”zijn de gedachten van Jeshua in mij aanwezig en wat waren Zijn gedachten dan?”. Zijn gedachten resulteerde in een leven vol van liefde, genade en gerechtigheid in overeenstemming met de Tora.

Inmiddels weten we uit de vorige lessen dat wanneer we in de Bijbel lezen over het Woord, we beseffen dat het volk van God alleen de beschikking heeft over de Tenach. En als het onderwerp gaat over leven of levenswandel, daarmee de Tora wordt bedoeld die God aan Mozes op de berg Sinai gegeven heeft.

Als Johannes zegt: ‘in den beginne was het Woord’, dan dachten de toehoorders: in den beginnen was de Tora.

Ondanks dat vele gelovigen nog steeds denken dat Jeshua gekomen is om een einde te maken aan de Tora, zegt Johannes juist dat Hij volledig opging in de Tora en de Tora in Hem. De Tora is vlees geworden en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd. Die van Jeshua en van de Tora.

Het woord ‘Woord’ is hier vertaald vanuit het Griekse woord ‘Logos’ en Logos is hetzelfde als het Aramese woord ‘Memra’. Het Aramees is een taal dat sterk lijkt op die van het Hebreeuws en wordt onder andere gebruikt om de Tenach in boekvorm te schrijven. Memra betekent het Woord van God in actie. Een voorbeeld kunnen we zien in het verhaal waarin God spreekt door het brandende braambos.

Ex.3:14               Toen zeide God tot Mozes: Ik ben, die Ik ben. En Hij zeide: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden.

Als Jeshua Gods Memra is dan zien we dat God zichzelf bekend maakt door zijn Zoon. In les 2 hebben we gezien dat God zich bekend maakt door;

  1. De schepping.
  2. Het geschreven Woord de Tora
  3. Het vlees geworden Woord Jeshua

Hieraan zien we weer dat Jeshua en de Tora één zijn en dat Jeshua nooit buiten de Tora om kan gaan of, wat sommigen geloven, dat de Tora afgedaan is.

Tora verwijst naar Jeshua aan het kruis

Een aardige gedachte die we in het woord ‘Tora’ zien (We lezen het woord in het Hebreeuws van rechts naar links) De eerste letter is als een raam waardoor iets geopenbaard wordt (doorheen zien). De tweede letter een nagel (spijker). De derde letter een hoofd van een persoon. En de laatste is een Teken (het kruis). Hiermee beelden de letters ‘TORA’ het volgende uit. Door een raam (Tora) zien we een man genageld aan het kruis.

Jeshua het levende bewijs van de Tora

Jeshua leerde niet alleen de Tora, Hij was zelf de levende Tora. Het was Zijn natuur om de Tora (na) te leven. Met Zijn natuur wordt aangegeven dat het uit het diepst van het hart komt. En dezelfde natuur welke in het leven van Jeshua was zal ook in Zijn discipelen (volgelingen) aanwezig zijn. Later zien we dan ook dat de apostelen, zoals Petrus dezelfde wandel en handelingen deed die Jeshua deed. Uiteindelijk zal het hele volk overeenkomstig Zijn natuur wandelen en handelen. Dit is voorzegd door Jeremia.

Jer.31:31-33       “Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn Tora in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn”.

Er zal een volk opstaan die een (ver)nieuw(d) verbond met God zal sluiten. Ik spreek hier over verbondsgelovigen. Dat zijn zij die het verbond (tweerichting contract) van God geaccepteerd hebben. Dat wil zeggen: God met de gelovige en de gelovige met God. Zij hebben net als Jeshua de natuur van de Tora in hun hart en deze als levensstijl in hun leven toegepast. (In les 7 en 8 zullen we de verbonden van God bespreken)

Hoe werkt dit nieuw verbond? Vergelijk de volgende teksten:

Luc.11:20           “Maar indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen”.

Jeshua drijft boze geesten uit met de vinger van God.

Mat.12:28           “Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen”.

Jeshua drijft hier boze geesten uit door de Geest van God. Hieruit kunnen we opmaken dat de vinger van God, de Geest van God is. De vinger van God en de Geest van God zijn hetzelfde. Kijk nu naar de volgende tekst.

Deut.9:10           “En de HERE gaf mij de twee stenen tafelen, beschreven met de vinger Gods”.

We zien dat de Tora op stenen tafelen geschreven zijn door de Geest van God. Wat wil dat zeggen? Dat de Geest van God nooit tegen het Woord, de Tora ingaat of het tegengestelde beweert van wat in de Tora staat. Het is dus dezelfde vinger van God, dezelfde Geest van God die de Tora van God vandaag op de harten van gelovigen schrijft. Het enige verschil is dat er toen stenen tafels werden gebruikt voor het schrijven van de Tora en nu vleselijk harten. Dit zal resulteren in dezelfde natuur (hart) als van Jeshua die de vleesgeworden Tora is.

 Het volgen van de Tora is geen last. Het is juist een vreugde om Hem te volgen die ons voorgegaan is. De liefde voor de Tora en het toepassen van Zijn gerechtigheid is niet alleen een vreugde voor de gelovige, het is ook een vreugde voor God als Hij ziet dat Zijn kinderen volgens Zijn inzettingen gaan leven.

5.3     Jeshua’s familie volgde de Tora

                     * Na 7 dagen

Luc.2:21             “En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jesjoea, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen”.

                      * Na 33 dagen

Luc.2:22-23        “En toen de dagen hunner reiniging naar de Tora van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen, gelijk geschreven staat in de Tora des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here”

Vers 24               “en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de Tora des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven”.

We zien hier dat Jeshua, zeven dagen na Zijn geboorte door Zijn ouders naar de tempel werd gedragen in overeenstemming met de Tora (het verbond van Mozes) en weer na drieëndertig dagen om een offer te brengen. Door de Tora er op na te slaan gaan we zien dat hier een diepere betekenis aan verbonden is.

Lev.12:1-8          “De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten: Wanneer een vrouw moeder wordt en een kind van het mannelijk geslacht baart, dan zal zij zeven dagen* onrein zijn; als in de tijd van haar maandelijkse afzondering zal zij onrein zijn. En op de achtste dag zal het vlees van zijn voorhuid besneden worden. Drieëndertig dagen* zal zij blijven in het reinigingsbloed; niets heiligs zal zij aanraken, naar het heiligdom zal zij niet komen, totdat de dagen van haar reiniging vervuld zijn. Indien zij echter een kind van het vrouwelijk geslacht baart, zal zij twee weken onrein zijn zoals in haar maandelijkse afzondering; zesenzestig dagen zal zij blijven in het reinigingsbloed. Als de dagen van haar reiniging vervuld zijn, zal zij voor een zoon of voor een dochter een éénjarig schaap ten brandoffer, en een jonge duif of tortelduif ten zondoffer, naar de ingang van de tent der samenkomst tot de priester brengen. Deze zal het voor het aangezicht des HEREN offeren en over haar verzoening doen; dan zal zij rein zijn van haar bloedvloeiing. Dit is de wet voor haar die gebaard heeft, hetzij het een kind van het mannelijk of van het vrouwelijk geslacht betreft. Indien echter haar vermogen niet toereikend is voor een stuk kleinvee, dan zal zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen: de ene ten brandoffer en de andere ten zondoffer, en de priester zal over haar verzoening doen, en zij zal rein zijn”.

Zijn ouders hadden op dat moment niet het vermogen om een lam te kopen, maar gehoorzaamden volkomen volgens de instructies van de Tora.

De moraal van het verhaal is dat het lijkt of de ouders (te) arm waren om een lam te kopen. Maar in werkelijkheid waren ze schatrijk. Ze hadden het Lam Gods dat de zonden der wereld wegnam bij zich. Wie de Tora volgt ontvangt de zegeningen die God in Zijn Verbond beloofd heeft. Voor de familie van Jeshua was dit

Luc.2:39-40        “En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de Tora des Heren te doen was, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazaret. Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem”.

   Vers 41-43       “En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest. En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en zijn ouders bemerkten het niet”.

We zien dat zij zich ook hielden aan de sabbat en de grote sabbat welke in Jeruzalem gevierd werd. Elk jaar weer opnieuw. Op twaalfjarige leeftijd was en is er voor de joodse jongens een speciaal feest. Zij hebben dan een speciale volwassenheid bereikt in de opvoeding van de Tora.

Twee belangrijke leraren (rabbi’s) van die tijd waren Rabbi Hellel en Rabbi Shammai. Het is best mogelijk dat Jeshua één van hun leerlingen was. Rabbi Hellel was tevens leraar en grootvader van Rabbi Gamli’el. Rabbi Gamli’el was weer de leraar van Saulus van Tarsus.

We kunnen dus zeggen dat Jeshua goed opgeleid was in de Tora en in de Schriften. Net zoals Saulus dat was.

5.4     Jeshua sprak de Tora om de
tegenstander te verslaan.

Luc.4:4                        “En Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven”.

                             En verwijst naar:

Deut.8:3                      “Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kendet en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat”.

Luc.4:8                        “En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Er staat geschreven: Gij zult de Here, uw God, aanbidden en Hem alleen dienen”.

                             En verwijst naar:

Deut.6:13                    “De HERE, uw God, zult gij vrezen, Hem zult gij dienen en bij zijn naam zweren”.

Luc.4:12                      “En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Er is gezegd: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken”.

                             En verwijst naar:

Deut.6:16                    “Gij zult de HERE, uw God, niet verzoeken, zoals gij bij Massa gedaan hebt”.

Als Jeshua de Tora spreekt om de tegenstander te verslaan, dan is het ook goed om hetzelfde te doen n.l. de Tora in je eigen situatie toe te passen op moeilijke momenten. De Tora heeft een ontzaglijke grote kracht en autoriteit als het gaat om geestelijk kwesties die opgelost moeten worden.

5.5     Het geloof in de Tora.

Luc.8:43-48                 “En een vrouw, die sinds twaalf jaren aan bloedvloeiing leed en door niemand kon genezen worden, kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan, en terstond hield haar vloeiing op. En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt? En terwijl allen het ontkenden, zeide Petrus: Meester, de scharen drukken en verdringen U. Maar Jezus zeide: Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitgaan. Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende nader, viel voor Hem neer en verhaalde Hem, voor al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden. En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede”.

In dit verhaal komt Jeshua als de levende Tora duidelijk voren. In dit verhaal zien we geen enkele actie of aanzet van Jeshua om in actie te komen. Toch vond er een genezing plaats. Ondanks dat Hij wist dat er een genezing plaatsvond. (wie is het die Mij aangeraakt heeft, want Hij voelde kracht uit Hem gaan) moest Hij vragen wie Hem had aangeraakt.

Om welke reden?

Sommigen geloven dat de reden waarom de vrouw genezen werd, is dat zij diep moest bukken. Dat kan wel zijn, op zich is knielen niet verkeerd, maar laten we kijken wat de echte reden is.

De vrouw raakte de kwast van Zijn mantel aan die aan de hoeken van Zijn mantel vast zat. Jeshua droeg diezelfde kleding als Zijn voorvaderen. Het Hebreeuwse woord voor ‘hoeken’ (van de mantel) is het woord ‘kanaph’. Het is bijzonder dat Jeshua niet de aanzet gaf voor de genezing, maar de vrouw. Met andere woorden de vrouw weet hier het fijne van.

Num 15:37-39             “De HERE nu zeide tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen, dat zij zich gedenkkwasten maken aan de hoeken van hun klederen, van geslacht tot geslacht, en dat zij in de gedenkkwasten aan de hoeken een blauwpurperen draad verwerken. Dat zal u dan tot een gedenkkwast zijn; als gij daarnaar ziet, dan zult gij al de geboden des HEREN [Verbond/Tora] gedenken en die volbrengen zonder uw hart of uw ogen te volgen”.

 De hoeken van hun klederen. Het woordje ‘hoeken’ hier is hetzelfde woordje ‘kanaph’. De vrouw wist van deze klederdracht waarvan de Here God de kledingontwerper is en waarvoor deze kleding diende. Zij wist (net als Jeshua ) ook het volgende:

Mal.4:2                         “Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen”;

Het woord dat hier vertaald is met ‘vleugelen’ is hetzelfde woordje ‘kanaph’.       

Zij wist, dat als Jeshua de beloofde Messias was die voorbij liep, dat zij alleen de hoeken (kanaph) van Zijn mantel aan hoefde te raken en dat deze bovengenoemde belofte in vervulling zou gaan zodat zij genezen zou worden. Want zij had de Tora lief en leefde in overeenstemmening door die te gedenken en te volbrengen.

Hier zien we letterlijk dat Jeshua het vlees geworden Tora is, zonder ook maar zelf in actie te komen. Daarom zei Hij ‘je geloof heeft je genezen’. Aanraken van Zijn kleed was een actie op basis van haar geloof in de Tora en de Schriften. De echte reden is dus geloof en geloof komt door het horen van het Woord [Tora] van Christus. (het vleesgeworden Woord)

5.6     Jeshua onderhield de Sabbat

In het volgende Bijbelgedeelte zien we een discussie tussen Jeshua en de farizeeën over het houden van de sabbat. De discussie ging niet over, of de sabbat wel of niet gehouden diende te worden. Maar hoe de sabbat gehouden moest worden. Iedereen was het wel eens dat de sabbat een eeuwigdurende instelling was.

Marc.2:23-28      “En het geschiedde, dat Hij op de sabbat door de korenvelden ging en zijn discipelen begonnen onder het gaan aren te plukken. En de Farizeeën zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op de sabbat wat niet mag? En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen wat David gedaan heeft, toen de nood drong en hij en die met hem waren, honger kregen? [Hoe] hij onder het hogepriesterschap van Abjatar het huis Gods binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, waarvan niemand mag eten dan de priesters, en hij ze ook aan degenen, die met hem waren, gegeven heeft? En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. Alzo is de Zoon des mensen heer ook over de sabbat”.

In het volgende Bijbelgedeelte zien we dat Jeshua op de sabbat een man geneest. Zonder meer was het houden van de sabbat een wekelijkse instelling die door alle gelovigen inclusief Jesjoea nageleefd werden.

Marc.3:1-2          “En Hij ging wederom een synagoge binnen en daar was een mens met een verschrompelde hand; en zij letten op Hem, of Hij hem op de sabbat genezen zou, om Hem te kunnen aanklagen”.

De farizeeën volgden op de sabbat echter hun eigen ingestelde tradities. De vele eigengemaakte regels waren belangrijker geworden dan de inzettingen die God in de Tora gegeven had. Jeshua het vleesgeworden Woord zei: ‘het is goed om op de sabbat te genezen’. Het gaat ook niet om de daad van genezing, wat natuurlijk heel mooi is. Maar de invulling van de sabbat, of het goed of kwaad is, het gaat om leven en dood. Daarom zegt Jeshua dat de sabbat er is voor de mens. Om een goed en lang leven te ontvangen. (meer over de sabbat wordt geleerd in deel 2 van ‘Het kruis naar het Koninkrijk’)

Vers 4                 “En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden of te doden”.

Daarom is het goed om de sabbat te doen en alles wat geoorloofd is om goed te doen op de sabbat. Het behaagt de Here. Want het is een sabbat voor de Here. Jeshua verklaart dat Hij de Heer is over de sabbat. De sabbat verwijst dan ook naar het duizendjarige vredesrijk waarin Jeshua als Koning zal regeren. Op de sabbatdag is Hij er om Zijn Koningschap en Heer(schappij) aan de mens te tonen. Dat betekent dat Jeshua het doel is van de sabbat en dat Hij de reden is waarom de sabbat door God is ingesteld.

Dan geldt deze sabbatdag ook voor vandaag. Als Jeshua zegt “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven” en “neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen” dan refereert Hij naar de sabbatrust en de Tora (leert van mij). Met de woorden ‘Ik zal u rust geven’ zegt Hij: ‘Ik zal u sabbat geven’. Dit juk, het volgen van de Tora is ingaan in Zijn rust. Het juk welke de oudsten op het volk legde, traditie en religie is volgens Jeshua vele malen zwaarder.

De zevende dag van de week is de sabbat van de HERE, uw God (Ex.20:10), het is een altoosdurende inzetting (Lev.16:31), dat nooit ophoudt te bestaan. Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen (Lev.23:32).

Kol.2:16-17         “Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is”.

Waarom de vertalers het woordje ‘slechts’ in onze Bijbel (NBG51) geplaatst hebben is een raadsel. Waarschijnlijk vanwege dezelfde reden om Gods gerechtigheid (de Tora) niet meer te willen toe passen. Het houden van de sabbat is juist één van de belangrijke Gerechtigheden Gods die wijst naar Jeshua die de rust zelf is. Het is ook een teken (een getuigenis) tussen hen en God die Hem hierin gehoorzamen.

Ez.20:12+20       “Heiligt mijn sabbatten, dan zullen deze een teken zijn tussen Mij en u, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, uw God ben”.

Door de sabbat te onderhouden zegt Ezechiël, dat je God gaat leren kennen en op een gegeven moment weet dat Hij, de Here, uw God is. Het teken is een herkenning van verbondsgelovigen. Zij die de Tora als verbond hebben aangenomen.

5.7     Jeshua onderhield alle feesten

Heel hoofdstuk 23 van Leviticus gaat over de eeuwigdurende ingestelde feesten oftewel de ‘grote sabbatten’. We zien in de evangeliën (N.T.) dat  Jeshua al deze feesten onderhield en dan niet alleen om alle gerechtigheid (Tora) van God te vervullen maar we zien ook dat Hij letterlijk de vervulling is van de feesten. We zullen er twee nader bekijken. (zie deel 2 voor een uitgebreide uitleg van de feesten)

Het Pascha

Lev.23:4-6          “Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd. In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de HERE en op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.  

Luc.22:7-8          “De dag der ongezuurde broden kwam, waarop het Pascha moest geslacht worden. En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, maakt het Pascha voor ons gereed, opdat wij het kunnen eten”.

Jeshua onderhield niet alleen het Pascha, maar ook het feest van de ongezuurde broden die zeven dagen duurde.

Sukot – Feest van de Tabernakels – Het Loofhuttenfeest

Lev.23:34-36      Spreek tot de Israëlieten: Op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest voor de HERE, zeven dagen lang. Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. Zeven dagen zult gij de HERE een vuuroffer brengen; op de achtste dag zult gij een heilige samenkomst hebben en de HERE een vuuroffer brengen; het is een feest, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.

Joh.7:1-2            “En daarna trok Jezus rond in Galilea; want Hij wilde Zich in Judea niet ophouden, omdat de Joden Hem trachtten te doden. Nu was het feest der Joden, Loofhutten, nabij”.

Joh.7:37-38        “En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”.

Het feest van de tabernakels is een zevendaags durende feest week met een achtste dag als een speciale dag (de grote dag). Deze dag draagt de naam ‘de vreugde van de Tora’. Het drinken van levend water bij de Here, wat ook weer levend water in het binnenste van de gelovige wordt, is Gods gerechtigheid, de woorden van de Tora.

Op het Loofhuttenfeest feest wordt Jesaja 12 gezongen. We kijken even naar vers 2 en 3.

Jes.12:2-3           “Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet, want mijn sterkte en mijn psalm is de HERE HERE, en Hij is mij tot heil geweest. Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils”.

 Het Hebreeuwse woord dat hier vertaald is met ‘heil’ en bronnen des ‘Heils’ is het woord ‘Jeshua. Op het feest van sukot wordt dus gezongen:

“Zie, God is mijn Jeshua, ik vertrouw en vrees niet, want mijn sterkte en mijn psalm is de HERE HERE, en Hij is mij tot Jeshua geweest. Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des Jeshua”.

Terwijl zij dit zongen, zei Jeshua : ‘wie van mij drinkt, zoals de schrift zegt…dan zult gij met vreugde… ’. Ook hierin is Jeshua het vleesgeworden Woord. De feesten zijn een schaduw van de werkelijkheid. De wekelijkheid is de vervulling in Jeshua. Jeshua vertegenwoordigt (vervult) letterlijk als het vleesgeworden Woord de feesten van God.

We hebben gezien dat de levensstijl van Jeshua voor wat betreft de sabbat en de feesten volledig in overeenstemming met de gerechtigheid van de Tora is. Is het niet fijn om Jeshua beter te leren kennen. Wat zouden we dan met de feesten van God moeten doen?

5.8     Rein en onrein, heilig en onheilig

Een ander punt welke door veel Bijbelleraren verkeerd is geïnterpreteerd en daardoor ook verkeerd wordt uitgelegd, is het eten van rein of onrein voedsel of wel het eten van koosjer of niet-koosjer voedsel. Vele gelovigen denken dat Jeshua het eten van onrein voedsel rein verklaart heeft en daardoor de Tora ook heeft afgedaan. Maar niets van dit alles is waar.

Dit zou niet kunnen als Hij het levende Woord [Tora] is. Als Hij werkelijk onrein eten, rein verklaart zou hebben, dan spreekt Hij zichzelf tegen en is Hij één van degene die de schiften ontbonden heeft. Zie vorige les over de betekenis en wat de gevolgen zijn van het ontbinden (=vernietigen) van de Tora.

In de vorige les hebben we ook al ontdekt dat de geestelijke leiders in de tijd van Jeshua hun eigen interpretatie van de Tora hadden door een eigen versie van de Tora aan het volk te onderwijzen. Ezechiël profeteerde hierover. Zij waren blind voor wat heilig was voor God en begrepen het verschil niet tussen onrein en rein, onheilig en heilig. (net als velen vandaag de dag)

Ez.22:26             “Zijn priesters doen mijn Tora geweld aan en ontwijden mijn heilige dingen; tussen heilig en onheilig maken zij geen onderscheid, het verschil tussen onrein en rein onderwijzen zij niet, en voor mijn sabbatten sluiten zij hun ogen; zo word Ik te midden van hen ontheiligd”.

Het probleem in de tijd van Jeshua (evenals vandaag) was dat de priesters geen onderscheid meer maakten van wat rein voor God was en wat onrein was. Het resultaat was dat zij God daardoor ontheiligde. De profetie van Ezechiël zou dan ook naadloos in deze tijd kunnen passen. Laten we daarom snel kijken waarom het Woord van God verkeerd geïnterpreteerd wordt. In Marcus 7 zien we hier een voorbeeld van.

Mark.7:14-19      “En toen Hij de schare wederom tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort allen naar Mij en verstaat wèl: Niets, dat van buiten de mens in hem komt, kan hem onrein maken, maar hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat is het, wat hem onrein maakt. [Indien iemand oren heeft om te horen, die hore.] En toen Hij van de schare thuis kwam, vroegen zijn discipelen Hem naar de gelijkenis. En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij zo onbevattelijk? Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat”? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein.

Ten eerste staat de tekst ‘en zo verklaarde Hij alle spijzen rein’ niet in de grondtekst van het Nieuwe Testament. De vertalers dachten hun eigen inzicht te menen en hebben deze zin aan het Woord van God toegevoegd.

Waar het om ging was dat Jeshua verdrietig was omdat men het verschil niet wist tussen rein en onrein en omdat het volk een eigen versie van de Tora geleerd werd. En bij de Tora gaat het om het hart. Indien het hart niet op de juiste plek zit, (de zin van Christus, Tora minded) dan zal het de mens onrein maken.

Mar.7:1-4            “En de Farizeeën verzamelden zich bij Hem met sommige van de schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren. En toen zij zagen, dat sommige van zijn discipelen met onreine, dat is ongewassen, handen hun brood aten want de Farizeeën en al de Joden eten niet zonder eerst een handwassing verricht te hebben, daarmede vasthoudende aan de overlevering der ouden, en van de markt komende eten zij niet dan na zich gereinigd te hebben; en vele andere dingen zijn er, waaraan zij zich volgens overlevering houden”.

Waar ging het nu werkelijk om, Zijn discipelen aten brood. Het gaat helemaal niet over rein of onrein vlees eten. Is dat niet een beetje overdreven. Waar maakten geestelijke leiders ze zich dan zo druk over? Dat was omdat zij hun handen niet gewassen hadden voor het eten van het brood. En dat was een van de eigen gemaakte wetten van de oudsten. Traditie bij uitstek.

Deze hadden een traditie voorgeschreven van handen wassen welke volgens een ritueel met een kan water eerst drie keer over de ene hand en vervolgens drie keer over de andere hand werd gegoten. Zo waren er vele tradities die de oudsten aan het volk hadden geleerd om zich daaraan vast te houden, in plaats van aan de gerechtigheid van de Tora.

Dit is de reden waarom Jeshua zich druk maakte. De geestelijke leiders hielden zich vast aan de tradities van de oudsten. Mensen maken tradities. Het heeft dus niets te maken met koosjer of niet-koosjer voedsel. Het volk werd gepusht om de tradities [jukken van mensen] van Schriftgeleerden op te volgen.

Mar.7:4-7            “bijvoorbeeld het onderdompelen van bekers en kannen en koperwerk, – toen vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen uw discipelen niet naar de overlevering der ouden, maar eten zij met onreine handen hun brood? Maar Hij zeide tot hen: Terecht heeft Jesaja van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn”.

Zij hebben de Tora opzij gezet voor eigen wetten. Dit gebeurt niet alleen in Judaïsme toen, maar ook in de christelijke kerken van vandaag.

In dit Bijbelverhaal wordt dus niet (door Jeshua ) geleerd dat het eten van onrein, niet-koosjer eten, gerechtvaardigd is.

5.9     Het visioen van Petrus

 In een ander Bijbelverhaal, het visioen van Petrus in Handelingen 10 wordt vaak aangehaald dat God het eten van onrein voedsel rein verklaard heeft. Is dat zo?

Hand.10:9-22        “De volgende dag, terwijl dezen onderweg waren en de stad naderden, ging Petrus omstreeks het zesde uur op het dak, om zijn gebed te verrichten. En hij werd hongerig en verlangde te eten, en terwijl men iets gereed maakte, geraakte hij in zinsverrukking, en hij zag de hemel geopend en een voorwerp nederdalen in de vorm van een groot laken, dat aan de vier hoeken nedergelaten werd op de aarde; hierin bevonden zich allerlei viervoetige en kruipende dieren der aarde en allerlei vogelen des hemels. En er kwam een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Maar Petrus zeide: Geenszins, Here, want ik heb nog nooit iets gegeten, dat onheilig of onrein was. En nogmaals ten tweeden male, kwam een stem tot hem: Wat God rein verklaard heeft, moogt gij niet voor onheilig houden. En dit geschiedde tot driemaal toe, en terstond werd het voorwerp weer opgenomen in de hemel”.

“Terwijl Petrus bij zichzelf in onzekerheid was, wat het gezicht, dat hij gezien had, betekenen mocht, zie, daar waren de mannen, die door Cornelius afgezonden waren, bij hun navraag naar het huis van Simon aan het voorportaal gekomen, en zij trachtten na geroepen te hebben te weten te komen, of Simon, bijgenaamd Petrus, daar verblijf hield. En terwijl Petrus nog steeds over het gezicht nadacht, zeide de Geest: Zie, twee drie mannen zoeken naar u; sta dan op, ga naar beneden en reis, zonder bezwaar te maken, met hen mede, want Ik heb hen gezonden. En Petrus ging naar beneden en zeide tot de mannen: Zie, ik ben het, die gij zoekt; wat is de reden van uw komst? En zij zeiden: Cornelius, een hoofdman, een rechtvaardig man en vereerder van God, die goed bekend staat bij het gehele volk der Joden, heeft door een heilige engel een godsspraak ontvangen om u te zijnen huize te nodigen en te horen wat gij zeggen zult”.

Voor alle juistheid Jeshua heeft het eten van koosjer voedsel niet ongedaan gemaakt. Hij is het Levende Woord dat de Tora zichtbaar in Zijn leven uitbeeld. Jeshua is niet tegen de Tora, dat kan ook niet want Hij is de levende Tora. Wederom gaat het om de vraag of het Woord correct geïnterpreteerd wordt.

Het was het negende uur, dat was omstreeks het middaguur, lunchtijd. Petrus had honger en maakte iets voor zichzelf klaar. God maakte hier gebruik van om zijn aandacht te trekken. Hij ontving een visioen over onreine dieren, en een stem klonk ‘sta op Petrus, slacht en eet.’ Geenszins Here, want ik heb nog nooit iets gegeten, dat onheilig of onrein is.

Met onrein voedsel wordt verwezen naar niet-koosjer eten, bijvoorbeeld de onreine dieren in het laken. Met onheilig wordt (wel) verwezen naar koosjer voedsel, echter dat ontheiligt is omdat het aan ander goden is geofferd. De stem antwoordde wat God rein verklaard heeft, (Hij zei niet wat onrein was) mag je niet voor onheilig houden. Petrus noemde iets onheiligs wat voor God onacceptabel was. God had namelijk iets heiligs (apart gezet voor Hem) verklaard.

Heilig betekent: ‘Apart gezet voor God’. Voor Hem bestemt. Jezelf heiligen betekent jezelf voor Hem afzonderen en jezelf geven aan God. Dat is jezelf apart zetten voor Hem, het is voor God. Dit kan nooit onrein voedsel (niet-koosjer) zijn.

Dit hele proces (het visioen met de stem die sprak) gebeurde drie keer. De mannen die naar Petrus waren afgereisd waren niet twee maar drie mannen. (Foutje van de vertaler in de NBG51.) Dus een letterlijk deel van Petrus visioen, (drie keer hetzelfde) wordt direct vervuld. Het zouden ook nog drie mannen kunnen zijn van drie verschillende nationaliteiten (niet-joden). Kijk nu naar vers 28.

Hand.10:28        “en hij sprak tot hen: Gij weet, hoe het een Jood verboden is zich te voegen bij of te gaan tot een niet-Jood; doch mij heeft God doen zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen”.

Nou wie anders dan Petrus zelf, kan het visioen uitleggen dat hij zag. Waar gaat het visioen over? Over dieren of mensen? Over mensen. Mag Petrus dan kannibalisme plegen? Nee, het heeft niets te doen met voedsel, het ging niet over koosjer of niet-koosjer eten. Het gaat over dat joden in contact (mogen) komen met niet-joden en dat zij niet-joden niet meer moet schuwen. Dit kwam omdat het verboden was om met niet-joden om te gaan en dat kwam weer door één van de vele tradities welke door de oudsten was opgelegd. Zo gingen joden bijvoorbeeld niet om met Samaritanen.

Hand.10:34-35      “En Petrus opende zijn mond en zeide: Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is, maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig”,

God heeft naast het volk van Israel altijd al van de andere volken gehouden. Vertegenwoordigt door de 70 volken die over de wereld verspreid zijn. Werd er in de tijd van Abraham, op het feest van Sukot (Loofhuttenfeest) 70 stieren geofferd voor de verzoening van de andere volken.

Ook Jeshua draagt zorg voor de niet-Joden.

Joh.10:16            Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder.

De schapen die niet van de stal (joden) zijn, zijn van de stal die uit de 70 volken bestaan, de niet-joden. Merk op dat er maar één herder, Jesjoea is en dat er maar één kudde, Gods Volk zal zijn. Zo is er ook maar één Woord en dat is Jeshua de levende Tora van God.

3 Responses to “Jezus is ‘Het Levende Woord´”

Read below or add a comment...

  1. xandrah says:

    Interessant, maar hoe dienen wij om te gaan met leviticus en numeri?
    Jezus is de levende Thora, ik bedoel dit niet zo bot als het klinkt: wat doen wij dan in de praktijk met de Thora?

  2. wfb says:

    Shalom Xandrah,

    Kern antwoord: Offers waren ingesteld om de relatie met JHWH te herstellen en te verbeteren.
    Letterlijke Brandoffer en slachtoffers (dm.v. het bloed en vlees van een dier) zullen ophouden te bestaan (Dan.11 en 12) in 70 NC vervuld.(tempel verwoest)
    Persoonlijke offers op zich is niet weggegaan maar hebben een andere vorm gekregen. zie Heb.13 vers 15-16.
    Nu naderen we Vader JHWH door Jeshua en zeggen: “in de Naam van Jeshua kom ik tot U”.

    Voorbeeld: Brandoffer = Persoonlijk, gehoorzaamheid en liefde voor de Vader brandend houden en mag niet uitgaan. Is nog steeds van toepassing maar dan door het offer van Jeshua.
    Zie je de nu de rol van Jeshua voor Leviticus en numeri?

    Groet,
    Winand

  3. xandrah says:

    Oh, zo! Ja, dat begrijp ik wel.

Reageer

*