Van het kruis naar het koninkrijk

Van het kruis naar het Koninkrijk

Van het Kruis naar het Koninkrijk.

Je staat op het punt een indrukwekkende reis te maken waarin je veel nieuwe dingen zult gaan ontdekken die je in je wandel met JHWH onze Vader tekenkomt en in je leven kunt toepassen. Onze wegenkaart is de Bijbel en onze gids is de Geest van JHWH onze God. Hij zal de (huis)groepsleider leiden en je stap voor stap brengen naar het pad waarop Jeshua HA Messiach (Jezus de Messias) ook heeft gewandeld. Te beginnen bij de bron van je geloof ‘het kruis’ (Hij die was) tot de levensstijl die je vandaag leeft (Hij die is) en hoe je straks zult zijn ‘in het Koninkrijk van God’ (Hij die komt).

Hebr.13:8           Jeshua Ha Messiach (Jezus Christus) is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid

1.1     Doel van de cursus

Rom.8:1-37        “Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest. Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.
Derhalve, broeders, zijn wij schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te leven. Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven. Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.
Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Want in die hoop zijn wij behouden. Maar hoop, die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding. En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit. Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt; wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard?
Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad.

Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here”.

Zo is het woordje ‘wet’ dat in de eerste verzen genoemd wordt, is vertaald van het Griekse woord ‘Nomos’ welke op zijn beurt onder andere gebruikt is voor de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘Tora’. Tora betekent ‘onderwijs’ of ‘instructie’ van God en is afgeleid van het woordje Yara wat letterlijk betekend ‘Het doel raken’ zoals een pijl dat op haar doel afgaat.

De Tora is door God via zijn knecht Mozes aan het volk gegeven op de berg Sinaï in de Sinaï woestijn. Zowel het geschreven woord als het gesproken woord (Exodus 19-31). De geschreven Tora bevat de eerste vijf boeken van het eerste testament. Deze instructies heeft God gegeven om de gelovige te onderwijzen. En vervolgens daarin te wandelen en te leven. Deze levensstijl die naar Gods hart uitgaat wordt de Gerechtigheid van JHWH genoemd.

Let op! Niet alle woorden in de Bijbel die met ‘wet’ is vertaald kun je door het woord ‘Tora’ vervangen. In bovenstaande verzen spreekt Paulus namelijk ook over de wet van de zonde en dood. Hiermee kan nooit de Tora, het Woord van God mee bedoeld worden.

Het is van uiterste noodzaak dat Bijbelteksten in de context gelezen moeten worden en geen eigen uitlegging [leven] mag krijgen. In les 2 gaan we hier verder op in. In een van de laatste lessen zullen we nog een aantal voorbeelden aanhalen met betrekking tot verschillende verwijzingen met het woordje ‘wet’ die door Paulus geleerd wordt.

1.2     Inleiding van de cursus

2 Kon.22             “Josia was acht jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde eenendertig jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Jedida, een dochter van Adaja; zij was uit Boskat. Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN en wandelde op al de wegen van zijn vader David; hij week niet af, rechts noch links.

In het achttiende jaar nu van koning Josia zond de koning de schrijver Safan, de zoon van Asaljahu, de zoon van Mesullam, naar het huis van JHWH met de opdracht: Ga naar de hogepriester Chilkia; laat hij het geld gereed houden, dat in het huis van JHWH gebracht is, dat de dorpelwachters ingezameld hebben van het volk; laat men het ter hand stellen aan de opzichters die over het huis van JHWH aangesteld zijn, opdat dezen het geven aan hen die het werk verrichten, die in het huis van JHWH bezig zijn om de bouwvallige gedeelten van de tempel te herstellen: aan de werklieden, de bouwlieden en de metselaars, en voor het aankopen van hout en gehouwen stenen, om de tempel te herstellen; maar van het geld dat hun ter hand wordt gesteld, worde geen verantwoording gevraagd, want zij handelen in goed vertrouwen”.

De tempel die meerdere betekenissen heeft kunnen we ook zien als onze persoonlijke geloofsleven. “Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?” (1 Kor. 6:19).

In deze laatste dagen zien we vele bouwvallen, gaten in het fundament of gedeelten die niet afgebouwd zijn. Dan spreken we natuurlijk over ons eigen geestelijk huis. Je persoonlijke geloofswandel met de Heer.

Mat.7:24             Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots.

In de komende lessen gaan we werken aan de (op)bouw van ons geestelijk huis. Gezamenlijk als lokale gemeente, maar ook een ieder apart, voor zijn eigen verantwoordelijkheid.

Hand.3:17          “En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten; maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher. Mozes toch heeft gezegd: De Here God zal u een profeet doen opstaan uit uw broeders, gelijk mij: naar hem zult gij horen in alles wat hij tot u spreken zal; en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid. En al de profeten, van Samuël af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd. Gij zijt de zonen van de profeten en van het verbond, dat God met uw vaderen gemaakt heeft, toen Hij tot Abraham zeide: En in uw nageslacht zullen alle stammen der aarde gezegend worden. God heeft in de eerste plaats voor u zijn Knecht doen opstaan en Hem tot u gezonden, om u te zegenen, door een ieder uwer af te brengen van zijn boosheden”.

Jezus was gestorven, opgestaan en naar de Vader gegaan. Petrus spreekt hier over de tijd of periode vlak voordat Jezus weer terugkomt op aarde.

Wij leven midden in deze tijd, de tijden van de wederoprichting aller dingen, dat wil zeggen gelovigen die daadwerkelijk aan hun geestelijk huis gaan bouwen. Geld en zilver kreeg de lamme man niet maar wel sterke benen om te lopen (om geestelijk wandelen). Hij ging de tempel binnen om God groot te maken. (Hand. 3:1-10)

Met deze wederoprichting verwijst Petrus terug naar het (de) verbond(en) die God met de geloofsvaderen gemaakt had. Het woord bekeren dat vertaald is van het Griekse woord ‘Metanao’ betekent letterlijk ‘anders denken’ niet Grieks denken maar Hebreeuws denken. En dat zouden wij ook moeten doen. Willen wij Gods wil goed verstaan dan moeten we terug naar het onderwijs van de Tora, de instructies die God aan Zijn volk gegeven heeft om die vervolgens toe te passen in een nieuwe levensstijl in Zijn Koninkrijk.

God is één, dat betekent dat Gods principes nooit veranderen. Gods Woord [de Tora] is één, ook dat zal ook nooit veranderen. Jezus die het vleesgeworden Woord is heeft extra licht op het Woord laten schijnen, zodat wij het nog beter kunnen begrijpen en toe kunnen passen. Vervolgens heeft God Zijn Geest gegeven die de Tora, niet opnieuw op stenen tafelen (=oud), maar op het vlees van ons hart (=nieuw) schrijft.

Zach.8:1-3          “Het woord van de HERE der heerscharen geschiedde aldus: Zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand. Zo zegt de HERE: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden”.

Zach.8:7             “Zo zegt de HERE der heerscharen: Zie, Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon; Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn, in trouw en in gerechtigheid”.

Na de wederoprichting waar Petrus over sprak zal Jezus terug keren tot zijn eigen volk, de gelovigen uit het volk Israel en de gelovigen uit de heidenen. Hij zal dan zijn één Herder voor één volk.

Zach.8:22-23      “Ja, vele natiën en machtige volken zullen komen om de HERE der heerscharen te Jeruzalem te zoeken en de gunst des HEREN af te smeken. Zo zegt de HERE der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is”.

Naast de gelovigen uit het volk Israel zullen nog vele gelovigen uit natiën opgaan naar de Heilige stad om de Heer te ontmoeten. Ook wij mogen deel uitmaken van deze grote schare. Maar eerst zullen we het proces van geënt zijn op de edele olijf moeten doormaken. Joden en heidenen komen tesamen in de Messias. Het lichaam van Christus is zich nu aan het voorbereiden op Zijn wederkomst.

Dit betekent dat we veel kunnen leren [en toepassen] van onze Messiaanse belijdende Joodse medegelovigen. God heeft immers aan hen het eerst de belofte gegeven. En wie kunnen ons beter onderwijzen in het Woord van God dan Zijn eigen uitverkoren volk die van kinds af aan daarmee zijn opgegroeid.

Rom.11:13-17    “Ik spreek tot u, heidenen. Juist omdat ik apostel der heidenen ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening, dat ik zo mogelijk de na-ijver van mijn vlees (en bloed) mocht opwekken, en enigen uit hen behouden. Want, indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gíj draagt de wortel, maar de wortel ú”.

Over de inhoud (het proces) van het geënt worden op de edele olijf, een geheimenis zoals Saulus het zelf noemt, gaan de volgende lessen.

1.3     Extra les

De Bijbel spreekt over een Bron die puur is, een bron van levend water dat nooit opdroogt. Het is van belang dat we die Bron vinden en zoeken naar de meest pure vorm. Dan zal het ons vreugde en vrede geven in de Jezus de Messias. Het is belangrijk om de Messias in ons levenswandel te zien, pas dan zal ook Zijn Koninkrijk zichtbaar zijn. (zie wat Petrus met de lamme man deed.)

Het is belangrijk dat de profetische woorden van God tot waarheid komen. En dat de Tora herstel brengt in de gelovigen, het volk van God.

Het zoeken naar het Koninkrijk is het herontdekken van de Bron van ons geloof. Dit is het geen ons leven werkelijk veranderd. Het gaat niet om tradities, het herhalingen van religieuze bezigheden maar om de Messias, hoe Hij was en wie Hij is en hoe Hij komen zal. Zijn wij bereid om Hem toestemming te geven om Zijn leven door ons heen te laten werken.

Jes.42:1-4      “Zie, Mijn knecht die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb Mijn Geest op hem gelegd: hij zal de volken het recht openbaren. Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen, nog die op straat doen horen. Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven; naar waarheid zal hij het recht openbaren. Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op zijn wetsonderricht [Tora] zullen de kustlanden wachten”.

Dit is een profetie voor de wereld (de kustlanden). De kustlanden dat zijn de landen buiten Israel. De Messias en de Tora zijn één. Ze leggen elkaar in de hele Bijbel uit. ‘Jezus is het vlees geworden Woord’ (Joh. 1:14). Deze woorden zullen ook in onze levens betekenis gaan krijgen. Als het woord in ons leeft, dan zal Jezus door ons leven zoals Hij tweeduizend jaar geleden op aarde geleefd heeft.

Joh.5:45-47       “Denkt niet , dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; uw aanklager is Mozes [ontvanger van de Tora], op wie gij uw hoop gevestigd hebt. Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij [Jezus] geschreven. Maar indien gij zijn geschriften [De Tora] niet gelooft [geloof is doen], hoe zult gij mijn woorden geloven”?

Het is belangrijk dat we Jezus zien in de teksten van de Tora. De Messias van Israel, de Heilige, gekomen in het vlees. Door Jezus de Messias kom je tot God de Vader. Hij is niet gekomen om de wet [Tora] te ontbinden, maar om deze te vervullen (Math.5:17). Als oudste broer is Hij ons voorbeeld om Hem daarin te volgen. Dat geeft en brengt ons leven. Het centrale punt van de Tora is Jezus de Messias zelf. Als wij dit gaan bestuderen en van hieruit gaan leven dan leeft de Messias in ons.

De Tora is rechtstreeks door God gegeven om het karakter en Zijn wezen van de Messias te openbaren. Het boek van de profeten, de schriften en het tweede verbond zullen ons daarbij helpen.

Drie belangrijke punten die in deze studie centraal staan:

  1.  De Messias in de Tora te zien; De roep van Jezus vanuit de Tora.
  2. Als een discipel van Jezus te gaan wandelen in de  Gerechtigheid van God, zoals Hij dit heeft voorgedaan en geleerd. Hij is onze enige correcte leraar [rabbi];
  3. Deel gaan uitmaken van Gods volk door een verbond met Hem aan te gaan die ervoor zorgt dat je de kroon der gerechtigheid ontvangen zult.

We moeten zien en beseffen dat Jezus complete leven vanuit de Tora is en dat Hij deze volledig heeft nageleefd en vervuld. Vanuit de Tora als startpunt zien we dat Jezus de Messias, het doel is.

Paulus zegt: “volg mijn voorbeeld zoals ik het voorbeeld van de Messias volg”. Het is onze plicht en roeping om in de voetsporen van Jezus te wandelen en Zijn leven hier op aarde te leven als een getuigenis voor de wereld. We zijn geroepen om een heilig [is apart gezet voor God] leven te leven. Iedere gelovige is geroepen om een heilige levenswandel te hebben volgens de instructies die God gegeven heeft.

Ps.1:1-2         “Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters; 2 maar aan des HEREN Tora zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht”.

God heeft ons voorzien in alle middelen om dit toe te passen door Zijn Woord, Zijn Zoon en Zijn Geest. We kunnen geen excuus hebben om Zijn levenswandel niet toe te passen in ons leven.

Tit.2:11-14      “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godsvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Spreek hiervan, vermaan en weerleg met alle nadruk: niemand mag u verachten”. (vers 15 voor de leraren)

We zijn getrokken en gekocht uit het rijk van de tegenstander, om ons bezig te gaan houden met het onderwerpen aan Jezus en aan Zijn Woord.

Ef.1:4             “Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig [apart voor God] en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht”.

Elke wedergeboren gelovige is in staat om Zijn wil te doen om Christus te weerspiegelen.

Ef.2:10           “Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werkend te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”.

Wat God van tevoren heeft bereid kunnen we terugvinden in de Tora. We gaan even de tijd nemen om het woordje ‘wet’ te onderzoeken. Dit geeft n.l. heel veel verwarring onder de christenen. 2000 Jaar traditie en religie is niet eenvoudig af te breken.

  • Het woordje ‘wet’ in de Bijbel wordt vaak verwezen naar de Tora. Maar de Tora betekent geen wet maar onderwijs of instructie. De Tora is geen legalisme (inzettingen waarmee men denkt gerechtvaardigd te worden). De Tora is gelijk aan Gods onderwijs of Gods instructie om als rechtvaardige een bepaalde levenswijze en toe te passen.

Gods onderwijs leert ons wie wij zijn en hoe wij volgens Hem behoren te leven.

  • Daarnaast verteld het ook wat Gods onderwijs in relatie tot Zijn genade betekent. Genade is het begin en het einde. Zonder Zijn genade zijn we niets. Door geloof en genade ben je gerechtvaardigd. Een bakker bakt brood. Nu je eenmaal een rechtvaardige bent, komt de grote vraag: “Wat doet een rechtvaardige?

Sommige denken dat de wortel van de Tora in het Jodendom ligt. Maar het zijn geen Joodse wortels, de Tora is immers van God afkomstig. De Tora wijst naar het offer wat Jezus heeft volbracht op Golgotha.

Als dit geen realiteit is in je leven dan zal de Tora ook geen realiteit voor je zijn.

Wat is de stap na je wedergeboorte:

  • Genade roept je om goede werken te doen;
  • Genade gebied je om goede werken te doen;
  • Je bent geroepen om goede werken te doen;
  • Je hebt de gaven van de Geest ontvangen om goede werken te kunnen doen;
  • Je hebt het Woord om goede werken te doen;
  • Je behoort een leven te leiden van Gods goede werken.

Het werk van de Messias is compleet. Het grootste doel van de Tora is om je de openbaring te geven van de Messias.

Ef.2:8-9          “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf; het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme”.

We leren u niet op een werk gebaseerde gerechtigheid. De Tora is gebaseerd op genade welke verkregen wordt door het geloof in Jezus. Als je gelooft en beseft wat Jezus op het kruis voor je gedaan heeft, dan ben je een burger van Zijn Koninkrijk geworden. Onze redding/verlossing is niet gebaseerd door goede werken, maar door genade welke verkregen is door het geloof. Daarna begint de rechtvaardige gerechtigheid toe te passen als een levensstijl die God leert in Zijn Woord [Tora].

De Tora staat vol van liefde en instructies om de weg van de Heer te volgen. Door het naleven van deze instructies geef je gehoor aan de belangrijkste opdracht van Jezus om God de Vader en vervolgens je naaste lief te hebben. Als je bereidt bent om deze weg te bewandelen dan volg je dezelfde weg die Jezus op aarde bewandelde en die Hij aan Zijn discipelen leerde. Het gaat erom dat Zijn leven door ons heen zichtbaar wordt gemaakt op deze wereld. We mogen niet vergeten dat wij kinderen zijn van Zijn Koninkrijk.

In deze studie leggen we een fundament waarop jij je huis kan bouwen. Dat wil zeggen hoe je als rechtvaardige gerechtigheid kan toepassen en daarmee in overeenstemming met Gods Woord [Tora] een nieuwe levenswandel krijgt. Het wordt een periode van schatgraven, van het zoeken naar Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Dit brengt je in dichtere relatie tot de Hem die dit Woord heeft uitgesproken en Hij zal je kennen.

4 Responses to “Van het kruis naar het Koninkrijk”

Read below or add a comment...

  1. Hadassah says:

    “De slip van een Judese man…
    (…)

    Dit betekent dat we veel kunnen leren [en toepassen] van onze Messiaanse belijdende Joodse medegelovigen. God heeft immers aan hen het eerst de belofte gegeven. En wie kunnen ons beter onderwijzen in het Woord van God dan Zijn eigen uitverkoren volk die van kinds af aan daarmee zijn opgegroeid”, schrijft u.

    Maar wie is een jood?

    Een Yah- hu-dah?
    Iemand die Yah looft volgens bijbelse voorwaarden.
    Paulus omschrijft dat in de Romeinenbrief.

    Ro 2:28 Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;
    Ro 2:29 Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit Elohim.

    Mijn inziens zijn dat zij die én de geschreven geboden van YHVH hoort en doet én het getuigenis heeft van Yeshua. Dat is een ware Israeliet en zeker niet persé iemand uit de stam Juda.

    Messiasbelijdenden, zoals u hierboven beschrijft in blauw, hebben veelal ook nog talmoedische overleveringen in hun uitleggingen.Laten we ervoor waken die niet mee te nemen in onze geloofswandel. Abba’s onderscheidingsvermogen is zeer gewenst.
    Mijns inziens moeten we terug naar de echte Oude paden en ik ben me terdege bewust dat we allen ten dele weten…ook ik.

    Of zie ik het verkeerd?

    shalom, Hadassah

  2. Hadassah says:

    U schrijft terecht dat Torah op zich geen wet is, geen verdienste en niet joods is.
    Dank.
    U schrijft dat Yeshua´s leven compleet in overeenstemming was met deze geschreven onderwijzing-Torah van YHVH. Dank.
    U schrijft dat Torah gebaseerd is op genade. Dank.
    Da´s namelijk voor velen een heet hangijzer, juist vanwege het ontbreken van openbaring…
    We leven in de tijd, dat de sluier optrekt.
    Omdat onze straf er op zit.
    De straf van Lo/Ammi

    Denk ik,
    shalom, Hadassah

  3. Het probleem is niet Talmoed, maar welk gezag je daaraan toekent. Talmoed mag nooit Gods Woord / Tora tegenspreken.

    Dus je kan m.i. niet stellen: “..talmoedische overleveringen …. Laten we ervoor waken die niet mee te nemen in onze geloofswandel.”

    Zoals je aangeeft: “.. dat we allen ten dele weten…ook ik.”
    Niemand van ons ontvangt de volledige openbaring, zodat ook niemand daarin kan roemen.
    We hebben elkaar nodig, om te delen, hetgeen JHWH door Zijn Geest aan je openbaart: ter toetsing en aanvulling tot lering en geloofsopbouw.
    Mijn ervaring: ‘delen = vermenigvuldiging’; wanneer we met brs. en zrs. delen hetgeen Vader openbaart, dan voegt Hij in dat proces er nog extra openbaring aan toe.
    Hallelujah!

  4. Ik heb onder link ´Gemeente´ op mijn website: http://God-is-goed.nl een pagina, waarop ik allerlei zaken deel van hetgeen ik inmiddels mocht ontdekken/zien en persoonlijk ervaren.
    Ook hiervoor sta ik graag open voor aanvulling/correctie.
    Bedankt.

Reageer

*