5. Het huis Juda en de kleine hoorn

Van Babylon naar Jeruzalem (deel 5)

Eens vroegen de discipelen van Jeshua aan Hem. “Waarom spreekt u tegen de menigte in gelijkenissen?” Zijn antwoord hierop was.Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar aan hen is het niet gegeven.” (Mat.13:10-11)

Als je het boek Openbaringen of het boek Daniël leest lijkt het net alsof ook deze twee schrijvers ook in een soort van geheime taal communiceren en deze profetieën doorgeven aan de gelovigen die in Het Koninkrijk van JHWH vertoeven. Vele buitenstaanders  hebben een eigen uitleg, interpretatie over deze twee boeken gegeven die zo van elkaar verschillen waardoor velen deze twee boeken mijden of overslaan. En dat is nu precies wat de tegenstander wil. In les 3 van deze serie hebben we gezien wat het antwoord van JHWH voor het Verbondsvolk Israël hierop is. Hij heeft ons Zijn Geest  gegeven die ons in staat stelt om deze visioenen (van o.a. Johannes en Daniël) te begrijpen en te verstaan. Zonder deze “getuigenis van Jeshua Ha Messiach” ( Op.12:17) is het onmogelijk om de komende dagen als verbondsgelovige staande te blijven. “De Geest der Waarheid, die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik (Jeshua Ha Messiach) u gezegd heb” (Joh.14:26). Het is daarom van levensbelang dat je hieraan gehoor geeft, wil je Zijn Woord begrijpen zodat je geheel bent voorbereid voor Zijn tweede komst. Neem niet zomaar elke uitlegging klakkeloos aan, maar onderzoek de Schriften of die uitleg overeenkomstig Het Woord is en bidt dat Vader JHWH je ogen opent zodat je de waarheid zult zien.

Dan.8:1               In het derde jaar van de regering van koning Belsazar verscheen mij een visioen, te weten aan mij, Daniël, na het visioen dat mij eerst verschenen was.

In het jaar 605 v.Chr., werd het huis Juda door Nebukadnezar naar Babylon gedeporteerd. Nebukadnezar was tot 562 v.Chr. koning van Babylonie. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Amel-Marduk die in 560 v.Chr. om het leven werd gebracht. Zijn zwager Neriglissar nam voor een korte tijd zijn plaats in tot 556 v.Chr. Nog korter, voor twee maanden werd hij opgevolgd door zijn zoon Labaschi-Marduk. Toen nam Belsazar met geweld de macht over, hij werd echter nog niet koning maar liet eerst zijn vader Nabonidus de scepter zwaaien. In het jaar 553 v.Chr. werd hijzelf, Belsazar de laatste prins van Babylon. Drie jaar later kreeg Daniël die inmiddels ruim 70 jaar oud was zijn tweede visioen.

550 v.Chr.           Het tweede visioen van Daniël:

Dan.8:2-3            Ik zag in dat visioen – het gebeurde namelijk toen ik het zag, dat ik in de burcht Susan was, die zich in het gewest Elam bevindt – ik zag nu in dat visioen dat ik bij het Ulaikanaal was. Ik sloeg mijn ogen op, en ik zag, en zie, er stond een ram voor het kanaal. Hij had twee horens. Die twee horens waren hoog, maar de ene was hoger dan de andere, en de hoogste kwam het laatst tevoorschijn.

Daniël kreeg een visioen waarin hij zichzelf zag staan in een burcht Susan dat zich in het westen van Elam bevond. Het land Elam ligt ten oosten van Babylon, vandaag is dat zuid-west Iran. Van 550 v.Chr. tot 530 v.Chr. viel Elam met haar hoofdstad Susan onder het Perzische Rijk. Later werd Susan de hoofdstad van Perzië. Susan lag dichtbij de rivier Ulai waar Daniël een ram zag staan met twee horens waarvan er één, die als laatste kwam opzetten, de grootste werd. Voordat we op deze profetie ingaan wil ik het volgende nog even in herinnering brengen. Met het onderwijzen van  Bijbelse profetieën geldt de regel dat het niet geoorloofd is om met je eigen inzicht een profetie uit te leggen.

2 Petr.1:20-21    Dit moet u allereerst weten, dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.

Als De RuachHaKodesh de profetie door JHWH’s dienstknechten heeft laten opschrijven is het Diezelfde Geest van JHWH die jouw de betekenis van Het Woord kan bevestigen, vergeet dat niet. We gaan terug naar Daniël 8 vers 2. Over dieren die in visioenen gezien worden zegt Daniël het volgende:

Dan.7:17             Die grote dieren, die vier in getal zijn, zijn vier koningen, die uit de aarde zullen opstaan.

Dan.7:23a           Het vierde dier zal het vierde koninkrijk op aarde zijn, dat verschillen zal van al de andere koninkrijken.

In Daniël hoofdstuk zeven waar we in een volgende les naar zullen kijken, legt Daniël uit dat dieren die in visioenen gezien worden koningen en/of koninkrijken zijn. Het dier of beest in een profetie kan ook één of meerdere horens hebben. Of, dat een hoorn er eerst niet was en op een later moment, in tijd gezien uit hetzelfde dier (lees koninkrijk) te voorschijn komt. Over horens zegt Daniël:

Dan.7:24             En de tien horens duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan,

Een hoorn is een koning of regeerder van die of dat koninkrijk die hem of haar heeft voortgebracht of soms met geweld naar de Koninklijke macht gegrepen heeft. Deze uitleg van Daniël over dieren en horens in visioenen moet vanaf het begin voor je duidelijk vaststaan wil je het boek van Daniël en het boek Openbaringen begrijpen. En dat willen we. We stellen vast, dieren in een profetie zijn koningen en/of koninkrijken en een hoorn of horens op het dier, koning(en) of machthebber(s) van dat koninkrijk zijn.

550 v.Chr.           De komst van het Meden-Perzische Rijk:

Dan.8:4               Ik zag dat de ram met de horens naar het westen stootte, naar het noorden en naar het zuiden. Geen enkel dier kon tegen hem standhouden, en er was niemand die uit zijn macht kon redden. Hij deed naar eigen goeddunken en maakte zich groot.

Dan.8:20             De ram met de twee horens die u gezien hebt, dat zijn de koningen van Medië en Perzië.

Daniël zag in het visioen de val van het koninkrijk Babylon. Babylon dat toen onder leiding stond van koning Balsazar kon niet standhouden, “Geen enkel dier kon tegen hem (Meden en Perzen) standhouden”. In datzelfde jaar dat Daniël dit visioen kreeg, 550 v.Chr. nam Cyrus II de Grote de koning van het Perzische Rijk en het rijk der Meden de macht in  Klein Azië inclusief Babylon over. Deze macht van de ram, het rijk van Meden en Perzen duurde ongeveer 20 jaar tot ongeveer het jaar 331 v.Chr.

331 v.Chr.           De komst van het Griekse Rijk:

Dan.8:5-7            Ik bleef opletten – en zie, er kwam een geitenbok aan, vanuit het westen, over heel het aardoppervlak, zonder de aarde aan te raken. De bok had tussen zijn ogen een opvallende horen. Hij kwam tot bij de ram met de twee horens, die ik had zien staan voor het kanaal, en schoot met zijn grimmige kracht op hem af. Ik zag hoe hij, vlak bij de ram gekomen, zich tegen hem verbitterde, de ram een stoot gaf en zijn beide horens brak. In de ram was geen kracht om tegen hem stand te houden. De bok wierp hem tegen de grond en vertrapte hem, en er was niemand die de ram uit zijn macht kon redden.

Dan.8:21             En de harige geitenbok is de koning van Griekenland, en de grote hoorn die tussen zijn ogen zat, dat is de eerste koning.

Griekse rijkHet Griekse Rijk was de volgende wereldbezetter na het Perzische rijk dat Babylon veroverde. Dit koninkrijk dat uit het westen kwam opzetten werd door Daniël in zijn visioen gezien als een geitenbok. Kenmerken van deze oprukkende macht was dat haar overwinningen op de anderen koninkrijken zo snel gingen dat zijn nauwelijks “de aarde aanraakten”. Een andere kenmerk is “de opvallende hoorn” die een jong maar groot veroveraar en koning voorstelde. Onder leiding van deze Macedonische koning Alexander de Grote werd het rijk van de Meden en Perzen onder de voet gelopen en brak voor het huis Juda een Hellenistische tijd aan. Babylon werd weer een bloeiende stad van handel en  onderwijs (Griekse godenleer). Ook het huis Juda dat inmiddels grotendeels weer terug in Jeruzalem was ondervond grote invloeden van deze Hellenistische filosofie. Deze Hellenistische beweging bleef haar invloed uitoefenen tot ruim 100-200 n.Chr. waardoor ook het Romeinse Rijk werd beïnvloed. Zelfs vandaag kom je nog Hellenistische invloeden tegen. Het bezig zijn met je ziel en alles daaromheen zie je terug in de vorm van New Age dat ook grote invloed heeft in de bestaande kerken van vandaag. Alexander de Grote stierf op drieëndertig jarige leeftijd in de stad Babylon in het jaar 323 v.Chr. dit jaar was het hoogtepunt van het Griekse rijk.

Dan.8:8               De geitenbok (Griekse Rijk) maakte zich uitermate groot. Maar toen hij machtig geworden was, brak de grote hoorn af en in plaats daarvan kwamen er vier opvallende op, overeenkomstig de vier windstreken van de hemel.

Dan.8:22             En dat die afbrak en er vier voor in de plaats kwamen: vier koninkrijken zullen uit dat volk ontstaan, maar zonder de kracht ervan.

Na de dood van Alexander de Grote namen zijn vier generaals overeenkomst de vier horens die daarna uit de geitenbok opkwamen, het roer over. Het Griekse Rijk dat in vier stukken verdeeld werd liep hard achteruit zoals ook de vier generaals verdeeld waren onder elkaar. Tot zover kunnen we het visioen van Daniël met behulp van de Daniëls uitleg over de dieren en horens redelijk volgen. Met behulp van geschiedenisboeken zijn we redelijk in staat om de vervulling  van dit visioen c.q. profetie vast te stellen. Doch de jaartallen zijn bij benadering en hangt af welk geschiedenisboek je leest. Een exacte datum vinden is nog best moeilijk. Maar het belangrijkste is dat je weet of de gebeurtenis(sen) in het visioen al hebben plaatsgevonden of dat deze nog in de toekomst liggen. Zo weten we precies waar we ons op JHWH’s tijdslijn bevinden en wat ons nog eventueel te wachten staat. Het gaat hier in Daniël hoofdstuk acht om gebeurtenissen die voor Daniël en zijn volk, het huis Juda, voor hen nog in de toekomst ligt, maar voor ons inmiddels verleden tijd is. We blijven ons strikt houden aan JHWH’s Woord en halen niets uit haar context zoals we ook Daniël hoofdstuk 9 hebben bestudeerd.

De kleine hoorn uit het Griekse rijk

Dan.8:9               Uit één ervan kwam een kleine hoorn tevoorschijn, die uitzonderlijk groot werd, naar het zuiden toe, naar het oosten toe en naar het sieraadland toe.

Met de woorden “Uit één ervan” verwijst Daniël naar de vorige vers (8) die hij opgeschreven heeft van ditzelfde hoofdstuk 8 en naar niets anders. Daniël spreekt daar over vier horens die in de plaats kwamen van die ene bijzondere grote hoorn. En deze vier horens vertegenwoordigden “vier koninkrijken” (Dan.8:22). En uit één van deze vier koninkrijken kwam een kleine hoorn te voorschijn. Iets anders lees ik hier niet. Uit één van deze, nog steeds Griekse koninkrijken kwam een nieuwe machthebber en koning van het Griekse Rijk voort. Hij viel niet zo op (kleine hoorn) maar zijn invloed was enorm “uitzonderlijk groot”. Hij overwon het zuiden (Egypte), het oosten (Perzië) en het sieraadland, dat is het land Kanaän (nu de huidige staat Israël) waar het huis Juda vertoefde dat in het westen lag.

Misschien heb je geleerd dat deze ‘kleine hoorn’ dezelfde ‘kleine hoorn’ is als die in Daniël hoofdstuk 7 genoemd wordt. Maar dat is een vergissing en wel om de volgende twee redenen.

  1. De ‘kleine hoorn’ uit Daniël 7 komt uit het Romeinse Rijk en dit rijk kwam in een latere  tijd aan de macht dan het Griekse Rijk dat in Daniël 8 vers 9 aan de macht is.
  2. De ‘kleine hoorn’ in hoofdstuk 7 heeft betrekking op héél Israël (de Gemeente van Christus) maar wat de ‘kleine hoorn’ in hoofdstuk 8 voorbrengt, heeft enkel betrekking op het huis Juda.

We kunnen dus vaststellen dat deze ‘kleine hoorn’ (koning) van hoofdstuk 8, ergens tussen 323 v.Chr. en 63 v.Chr. moest hebben geregeerd want na 63 v.Chr. kwam het Romeinse Rijk aan de macht.

Dan.8:10-11       Hij werd groot, tot aan het leger van de hemel. Van dat leger, namelijk van de sterren, liet hij er sommige ter aarde vallen en vertrapte ze. Hij maakte zich groot tot aan de Vorst van dat leger. Het steeds terugkerende offer werd aan Deze ontnomen en Zijn heilige woning neergeworpen.

Deze zesde koning en laatste koning uit het Griekse Rijk had de eigenschap dat hij zichzelf verhief tot boven “het leger van de hemel”. In profetietaal noemt Daniël dit leger het leger van sterren dat aan  de hemel bevond. In les drie van deze serie zagen we dat Johannes in zijn visioen ook bijzondere sterren zag die onder de autoriteit stonden van Koning Jeshua.

Op.1:20               Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten

Volgens Openbaring 1 vers 20 zijn de sterren die hier genoemd worden engelen, echter dit lijkt mij onwaarschijnlijk de betekenis van de sterren in het visioen van Daniël. Het is onmogelijk dat deze nieuwe machthebber in staat is om engelen van de aller hoogste  “op de aarde te werpen om ze te vertrappen”. Er wordt overigens niet gesproken over sterren in de hand maar over sterren aan de hemel. Sterren in profetie heeft nog een tweede betekenis.

Gen.15:5             Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.

De sterren, de legermacht van de hemel verwijst naar het nageslacht van Abraham. Zie ook Gen.22.27, Gen.16:4, Gen.37:9, Ex.32:13, Deut.1:10, Met zeventig zielen trokken uw vaderen naar Egypte, en nu heeft de HEERE, uw God, u zo talrijk gemaakt als de sterren aan de hemelDeut.10:22. Let wel ‘zeventig’ en ‘de sterren aan de hemel’ is een verwijzing naar héél Israël, het huis Juda en het huis Efraïm met alle vreemdelingen die de geboden van JHWH doen (en het getuigenis van Jeshua HaMessiach hebben). Het huis Juda die op dat moment ook bij heel Israël hoort maakt dus ook deel uit van dit sterrenleger. In het visioen van Daniël is de “Vorst van het sterrenleger” dan ook Vader JHWH.

De ‘kleine hoorn’, de nieuwe Griekse leider heeft het kenmerk zichzelf aan God gelijk te willen stellen. We hebben dus te maken met een persoon die tegen of zichzelf in plaats van Elohim JHWH ziet. ‘Tegen’ of ‘in plaats van’ is hetzelfde als ‘anti’. Het zien van ‘de kleine hoorn’ als een ‘antichrist’ is helemaal correct. Naast dat hij leden van het huis Juda ter dood liet brengen, gaf hij ook de opdracht voor het laten wegnemen van het dagelijkse “offer aan de Vorst van het engelen”. Dit dagelijkse offer werd natuurlijk gebracht in de nieuwe (tweede) tempel die het huis Juda tijdens en na de terugkeer vanuit de zeventigjarige ballingschap in Babylon in Jeruzalem herbouwd hadden. De “heilige woning” in vers 11 is een verwijzing naar deze herbouwde tempel.

Dan.8:12             En het leger werd overgegeven vanwege de afvalligheid tegen het steeds terugkerende offer, en hij wierp de waarheid ter aarde. Hij deed het en het gelukte.

“Het leger” dat hier in vers 12 genoemd wordt heeft betrekking op de sterrenleger (hier het huis Juda) en niet het leger van de kleine hoorn. De reden waarom JHWH de ‘kleine hoorn’ zijn gang liet gaan in het ontheiligen van de Tempel en met het doden van het volk was vanwege de ongehoorzaamheid binnen het huis Juda.  Zij waren “afvallig” geworden door dat zij de instructies van de Thora met betrekking op het dagelijkse offer hebben verwaarloosd. De ‘kleine hoorn’ kreeg het zelfs voor elkaar om de Thora rollen “de waarheid” te vernietigen en alle inzettingen (zoals de tempeldiensten) te laten stoppen. Wie buiten het verbond van JHWH leeft is overgegeven/overgeleverd aan de ‘kleine hoorn’.

Dan.8:13             Toen hoorde ik een heilige spreken, en een heilige zei tegen de Ongenoemde Die sprak: Hoelang zal het visioen van het steeds terugkerende offer en de verwoestende afvalligheid gelden, en hoelang zal zowel het heiligdom als het leger overgegeven worden om vertrapt te worden?

De grote verdrukking, vervolging en verwoesting die het huis Juda onderging moge duidelijk zijn. Door het maken van verkeerde keuzes die tegen JHWH’s Thora, instructies ingaan wordt de bescherming van Vader JHWH opgeheven. In het visioen hoorde Daniël twee heiligen (die verder niet genoemd worden) tegen elkaar praten en elkaar vragen stellen. Deze twee waren bewogen met de gruwelijke gebeurtenissen die het volk Juda onderging maar ook met de ontheiliging van de Tempel “het heiligdom”. De vraag is “Hoe lang nog?”.

Dan.8:14             Hij zei tegen mij: Tot tweeduizend driehonderd (2300) avonden en morgens. Dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.

Merk in vers 14 op dat er alleen gesproken wordt over het herstel van de Tempel en niet over het herstel van het volk. Pas nadat Daniel in hoofdstuk 9 had gebeden, gaf JHWH via Gabriel te kennen dat een volledig herstel in Christus onderweg was en gerealiseerd zou worden in de laatste week van de zeventig jaarweken. (zie les 1 en 2 van deze serie). De Tempel vervult een belangrijke rol in profetie, merk ook op dat de Tempel elke keer als eerste hersteld dient te worden, dan komt het volk. Nu weten we dat het huis Juda min of meer (en wederom) een straf voor een bepaalde tijd onderging. Vanwege haar ongehoorzaamheid, is deze straf vastgelegd in een vaste tijdsperiode van 2300 avonden en ochtenden. In profetie weten we standaard dat voor 1 dag, een tijdsduur van 1 jaar geld. “Overeenkomstig het aantal dagen dat u dat land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult u uw ongerechtigheden dragen, veertig jaar lang, en u zult van Mij tegenstand ondervinden (Num.14:34). Dit gaat echter hier in Daniel hoofdstuk acht niet op. We hebben hier niet te maken met een standaard ’YOM’ (Dag in het Hebreeuws), maar met een avond (begin van de nacht) en een ochtend (begin van een dag). We hebben dus te maken met twee letterlijke tijdseenheden, ofwel 2300 momenten van een bepaalde tijd. Voor het gemak nemen we 1 dag van 24 uur voor die bepaalde tijd (een avond en een ochtend), dan komt het overeen met 6 jaar en 140 dagen, als je factor 30 neemt voor een profetische maand.

Dan.8:15-16       Het gebeurde, toen ik het visioen zag – ik, Daniël – dat ik het probeerde te begrijpen. En zie, er stond iemand voor mij met het uiterlijk als van een man. En ik hoorde een stem van een Mens tussen de oevers van de Ulai. Hij riep en zei: Gabriël, laat hem daar het visioen begrijpen!

Ondanks dat Daniël, een van de wijste personen was die toen leefde had hij moeite met het verstaan van dit gedeelte van het visioen. En vandaag de dag is hij niet de enige. Daniël wist van Numeri 14 vers 34 dat voor 1 dag in profetie 1 jaar staat, maar wat hij niet begreep was dat de 2300 avonden en ochtenden, 2300 letterlijke dagen waren. Dit blijkt uit de volgende zin waarvoor de hulp van Gabriël was ingeroepen.

Dan.8:17             Hij kwam naast de plaats staan waar ik stond. Toen hij kwam, werd ik door angst overvallen, en ik wierp me met het gezicht ter aarde. Toen zei hij tegen mij: Begrijp, mensenkind, dat het visioen betrekking heeft op de tijd van het einde.

Naast dat er vandaag leraren zijn die de letterlijke 2300 avonden en ochtenden vertalen als 2300 jaren, gaan vele leraren in de fout, door de tekstgedeelte “op de tijd van het einde” te interpreteren als de ‘eindtijd’, de dagen die nu voor ons liggen. Zij vergissen zich opnieuw doordat zij uit de context stappen. En dat is nu juist wat je met een profetie niet moet doen. Nadat Gabriël het visioen met betrekking tot de tijd heeft uitgelegd, neemt Daniel de draad weer op en schrijft wat Gabriël met “het visioen betrekking heeft op de tijd van het einde” precies bedoelt.

Dan.8:18-19       Terwijl hij met mij sprak, viel ik in een diepe slaap, met mijn gezicht op de grond. Toen raakte hij mij aan en liet mij opstaan op de plaats waar ik gestaan had. En hij zei: Zie, ik laat u weten wat er zal gebeuren aan het einde van deze periode van gramschap, want op de vastgestelde tijd zal het einde er zijn.

Met “de tijd van het einde” wordt verwezen naar “aan het einde van deze periode” en dat is niet hetzelfde als ‘in de eindtijd’ zoals de reguliere uitleg ons doet leren. Hoe snel kun je op het verkeerde been gezet worden als je slechts de helft van het verhaal te horen krijgt? Deze periode speelt zich af tijdens de Griekse overheersing en wel ergens aan het einde van deze bezetting. Dan zal er een kleine hoorn aan de macht komen die de Tempel zal ontheiligen en het huis Juda in een grote verdrukking zal brengen. En deze zesde hoorn van de geitenbok, afkomstig en tijdens de Griekse bezetting heeft geen 2300 jaren geregeerd.

Dan.8:23             Aan het einde van hun koningschap (Griekse Rijk), wanneer de afvalligen (leden van het huis Juda) de maat hebben volgemaakt, zal er een meedogenloze koning (de kleine hoorn) opstaan, bedreven in slinkse streken.

Wie is de kleine hoorn?

Dan.8:24-25       Zijn kracht zal groot worden, maar niet door eigen kracht. Op wonderlijke wijze zal hij verderf aanrichten, het zal hem gelukken, hij zal het doen. Machtigen zal hij te gronde richten, ook het heilige volk. Door zijn sluwheid zal hij het bedrog onder zijn hand doen slagen. Hij zal zich in zijn hart verheffen. In hun zorgeloze rust zal hij velen te gronde richten. Ja, tegen de Vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder mensenhand zal hij gebroken worden.

Het huis Juda heeft hier te maken met een bezeten (niet door eigen kracht) sluwe  bedrieger die zich tegen andere koningen “Machtigen” en tegen de Vorst der vorsten, JHWH en Zijn Verbondsvolk zal keren. De persoon die aan deze eigenschappen voldeed en als enige hiervoor in aanmerking kwam was  Anthiochus IV met als tweede nicknaam Epifanes. Bedrog, ofwel leugens was een van zijn eigenschappen. In het jaar 168 v.Chr. gaf hij het bevel om het altaar van Baäl Hasjamaïm in de Tempel te Jeruzalem op te zetten waarmee hij de strijd aanging met de Allerhoogste. Baäl Hasjamaïm is een equivalent van de Griekse oppergod Zeus die door de soldaten van Anthiochus in de Tempel aanbeden werd. Andere goden aanbidden, ofwel misleiding was zijn ander eigenschap. (Leugen en misleiding zijn twee eigenschappen van een antichrist, hier kom ik in een volgende les op terug.)

Een groep uit het huis Juda, de Maccabeeën  onder leiding van Matthias kwam daarop in opstand, maar werden door het leger van Antiochus al snel weer de kop ingedrukt. Het huis Juda ging gebukt onder zeer zware verdrukking. Wie nog durfde te leven volgens Thora werd onder meer levend verbrand en besneden baby’s vonden samen met de moeder op gruwelijke wijze de dood.

In het jaar 165 v.Chr. probeerde de Maccabeeër Judas die bekend stond als ‘Judas met de slaghamer’ opnieuw een tegenaanval tegen het leger van Antiochus in te zetten. En deze keer lukt het hem omdat Antiochus zelf elders in oorlog was met de Armeniërs. Judas de Maccabeeër bevrijde Jeruzalem zodat de Tempel opnieuw ingewijd kon worden. De ‘kleine hoorn’ alias Anthiochus Epifanes stierf in 165 v.Chr. In het geschiedboek van de Maccabeeën kun je dit allemaal nog eens nalezen. Het Griekse Rijk heeft ruim 265 jaar geduurd voordat de Romeinen de macht in Jeruzalem overnamen.

Grieks tijd 

Dan.8:26-27       Wat betreft het visioen van de avond en de morgen, wat gezegd is, dat is de waarheid. En u, houd het visioen geheim, want er komen nog vele dagen vóór het gebeuren zal. Ik, Daniël, kon niet meer en was enige dagen ziek. Daarna stond ik op en deed ik weer mijn werk voor de koning. Ik was verbijsterd over het visioen, maar niemand merkte het.

 

Shalom,

Winand

 

Reageer

*