Van Babylon naar Jerusalem

4. De Gemeente in haar laatste fase

Van Babylon naar Jeruzalem (deel 4)

Nu we weten hoe en door wie de Gemeente van Christus gebouwd wordt, kunnen we gaan naar de volgende vraag waar de gemeente zich vandaag bevindt. De gemeente is wereldwijd verspreidt. Zie je nu ook de reden waarom JHWH voor een individuele aanpak gekozen heeft om Zijn Volk weer bij elkaar tot volheid te brengen? Op deze Petra (Rots van Openbaring) zullen we niet wankelen en zal  een ieder in staat zijn om Zijn boodschap voor de Gemeente in deze laatste dagen te volbrengen.

De zeven gemeenten

Net zoals we bij Daniël 9 gelezen hebben over de 70 zevens (jaarweken) als volheid, krijgt Johannes een visioen over zeven gemeenten. Zeven betekent in profetie een volheid (en volledig) over hetgeen wat je ontvangt, en de volheid over wat Johannes ontvangt is hier de Gemeente van Christus. Johannes ziet de de ontwikkeling van de Gemeente van Christus vanaf zijn tijd waarin hij nog leefde, daarnaast de ontwikkelingen van de gemeente (voor hem) in de toekomst. De boodschap die hij zo’n 2000 jaar geleden opschreef, kan voor ons in het verleden liggen. Vergeet niet dat het om een visioen gaat, om (zoals een visioenen bedoelt is) het volk van JHWH voor te bereiden en te waarschuwen op hetgeen wat komt. “Er is niets bedekt wat niet geopenbaard zal worden, en er is niets verborgen wat niet bekend zal worden” Mat.10:26. Als de volheid bereikt is, dan is de tijd van de Gemeente van Christus in de huidige vorm voorbij.

Op.1: 10-11 Ik was in de geest op de dag des Heeren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, en: Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.

deel 4Deze zeven gemeenten die in Openbaringen 2 en 3 beschreven worden hebben vanaf de tijd van Johannes in klein Azië (nu Turkije) echt bestaan. Waarom worden alleen deze zeven gemeenten genoemd? Er was toch ook een Gemeente in Jeruzalem en in Rome, wat dacht je van de favoriete gemeente Tessalonizensen. Het antwoord staat in vers 20 van hoofdstuk 1: Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaren die u hebt gezien, zijn de zeven gemeenten. Johannes ziet zeven kandelaren. Zoals we nu weten staat een Kandelaar (lichtgever) voor een gemeente gebouwd op een Petra (Rots). Te midden van deze zeven kandelaren (gemeenten) staat Jeshua, want Johannes, zag iemand staan als een mensenzoon (Op.1:13). Dit komt geheel overeen met de woorden van Jeshua, zoals we dat in de vorige les bestudeerd hebben, dat Hijzelf degene is die Zijn Gemeente op de Petra (Rots) bouwt (Mat.16:18). De zeven  (volheid van) kandelaren c.q. de zeven (volheid van) gemeenten vertegenwoordigen de Gemeente van Christus in zijn geheel, d.w.z. héél Israël, bestaande uit het huis Juda en het huis Efraïm inclusief de vreemdelingen die zich daarbij hebben aangesloten. De Gemeente van Christus zijn zij die hun leven gebouwd hebben op het openbaringslicht van JHWH’s Woord (De Thora). De zeven gemeenten die in Openbaringen genoemd worden en ook in Azië hebben bestaan vervullen daarom een dubbele rol waarvan één de toekomst voorspellen voor de Gemeente van Christus in een bepaalde tijdsperiode. Deze periode loopt vanaf het moment dat Jeshua naar de Vader terug ging (rond het jaar 34 n.Chr.) tot het moment wanneer Hij wederkeert.

Joh.1:19              Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden.      

De Geest van JHWH maakt aan Johannes middels een visioen de huidige (wat is) en toekomende leefomstandigheden (wat hierna zal geschieden) van de Gemeente van Christus bekend. En wel in de volgorde zoals in het visioen aan Johannes is gegeven. let op het woordje “naar” wie Johannes moest schrijven, we volgen deze rode draad en zien of het visioen van Johannes uitkomt of al in de afgelopen 2000 jaar is uitgekomen. De levensweg van 2000 jaar gemeenteleven dat bij Efeze begint en bij Laodicea eindigt loopt als volgt.

Eerste brief aan de gemeente te Efeze

Op.2:2-7 Ik ken uw werken, uw inspanning en uw volharding, en weet dat u slechte mensen niet kunt verdragen, en dat u hen op de proef hebt gesteld die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat u hebt ontdekt dat zij leugenaars zijn. En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen en u bent niet moe geworden. Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten. Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert. Maar dit hebt u vóór, dat u de werken van de Nikolaïeten haat, die ook Ik haat. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Deze gemeente bestond dus al toen Johannes zijn openbaring opschreef; “Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is..”,  met andere woorden de gebeurtenissen die zich in deze gemeente plaatsvonden gebeurde in de tijd dat Johannes nog leefde. De gebeurtenissen die in de daaropvolgende zes gemeenten plaatsvonden was dan ook vermoedelijk na het overlijden van Johannes, “en wat hierna zal geschieden “. En voldoet hiermee aan een profetisch karakter.

Het visioen begint met de gemeente te Efeze, dat is niet voor niets. Om aan te tonen dat na de dood van Jeshua aan het kruis, zoals de engel Gabriël dat aan Daniël kenbaar maakte, het herstelplan van de twee huizen (Juda en Israël) min of meer begonnen is, neem ik de vrijmoedigheid om tussen de woorden van het schrift te schrijven.

Ef.2:11-16           Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees (huis Efraïm) en die onbesnedenen genoemd werd door hen (het huis Juda) die genoemd worden besnijdenis in het vlees (huis Juda), die met de hand gebeurt, dat u (huis Efraïm) in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen (het huis Efraïm) wat betreft de verbonden (10 geboden en Thora) van de belofte. U (huis Efraïm/Efeze) had geen hoop en was zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen (overeenkomstig het antwoord op Daniëls gebed). Want Hij is onze vrede, Die beiden (het huis Juda en het huis Efraïm) één gemaakt heeft (héél Israël als één Verbondsvolk). En door de tussenmuur (de scheiding tussen het huis Juda en het huis Efraïm), die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan (aan het kruis gehangen), namelijk de (vloek van de) wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens (door de wedergeboorte, zie gesprek van Jeshua met de Joodse schriftgeleerde  Nicodemus, geldt ook voor de Griek als vreemdeling) zou scheppen en zo vrede zou maken, en opdat Hij die beiden (het huis Juda en het huis Efraïm) in één lichaam (de Gemeente van Christus) met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap (tussen het huis van Juda en het huis Efraïm) gedood heeft.

Ef.2:17-21           En bij Zijn (eerste) komst heeft Hij door het Evangelie (van het Koninkrijk) vrede verkondigd aan u die veraf was (het huis Efraïm die in de volkeren is opgeggaan, zie ook de gelijkenis van de verloren zoon), en aan hen die dichtbij waren (het huis Juda).  Want door Hem (Jeshua HaMessiach) hebben wij beiden (het huis Juda en het huis Efraïm) door één Geest (Ruach HaKodesh) de toegang tot de Vader. Zo bent u (het huis Efraïm, hier de gemeente te Efeze) dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God (De Gemeente van Christus, dat is héél Israël), gebouwd op het fundament (Petra/Rots van Geestelijke openbaring van Gods Woord) van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw (De Gemeente van Christus, Het Lichaam van Christus), goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u (verbondsgelovigen te Efeze) mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest (door de doop in water=Woord en De Heilige Geest).

Elk Nieuwtestamentische gelovige, zowel Jood als Griek als vreemdeling dient dus ook wedergeboren te zijn in water (het Woord) en Geest wil hij of zij deel uitmaken van de Gemeente van Christus. Precies zoals Jeshua dat tegen een Joodse Schriftgeleerde zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan” (Joh.3:5). Deze voorwaarde geldt voor iedereen wil men het geheimenis van De Gemeente van Christus persoonlijk meemaken,“namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren (héél Israël) en mede deelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie” (Ef.3:6). Elke leraar die iets anders beweerd dan dit fundament voor de Gemeente van Christus, verkondigt een andere boodschap die niet van De Geest van JHWH komt. Zowel vervangingstheorie (christendom i.p.v. Joodse staat) als scheidingstheorie (christendom naast Joodse staat) zitten er helemaal naast. Er is maar één Lichaam van Christus bestaande uit zowel Joodse, Griekse als vreemdelingen uit de volkeren.

Efeze was een gemeente uit de apostolische tijdperk. Maar niet allen waren zoals Petrus en Paulus apostelen. Gelukkig was de gemeente Efeze zo wijs genoeg om elk persoon die zich voor apostel uitgaf goed te screenen. Zij ontdekten dat er een aantal die zich als apostel uitgaven gewoon leugenaars waren die naar macht wilde grijpen. Dat is ook het kenmerk van de Nicolaïeten dat door de gemeente en door Jeshua gehaat werd. Mensen die in de geest van Nicolaïten opereren zijn mensen die over anderen willen heersen en naar macht grijpen om leden van een geloofsgroep onder hun gezag te krijgen. Het Griekse woord ‘Nicao’ betekent veroveren en ‘Laos’ betekent leken. Als de leken van de gemeente met leugenachtige verzinsels van zogenaamde apostelen overwonnen zijn, kunnen de zogenaamde apostelen eenvoudig gezag over de leken uitoefenen.

Verder werd er in de stad Efeze veel aan afgoderij gedaan. In Handelingen 19 kun je lezen over een opstand die ontstond doordat een zilversmid die afgoden beeldjes vervaardigde, stennis maakte omdat ze niet meer werden gekocht door de gemeenteleden. De andere bewoners van de stad protesteerde en zorgden dat de beeldenverkoop en de afgoderij weer volop werd beoefent. Vermoedelijk kwam hierdoor de eerste liefde en het eerste gebod door in gevaar. Jeshua waarschuwde de gemeente leden om weer terug te gaan naar hun eerste liefde en om de eerste geloofswerken weer op te pakken. Het eerste gebod luidt:

Ex.20:3-6            U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, JHWH, uw Elohim, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten, maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

De apostolische tijd begon in de jaren 34 n.Chr. toen Jeshua het werk overdroeg aan de elf discipelen die Hij had opgeleid voor het werk van een apostel. De apostolische tijd eindigde ongeveer in het jaar 100 n.Chr. Paulus ook een apostel, zag Efeze als de toegangspoort voor heel Azië. Johannes die het boek Openbaringen schreef stierf rond het jaar 100 n.Chr. in de stad Efeze, alwaar zijn graf is.

De gemeente te Smyrna (fase 2)

Op.2:8-11           En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden: Ik ken uw werken, verdrukking en armoede – u bent echter rijk – en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan. Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

Na het ontslapen van Johannes werd het een stuk moeilijker voor de Gemeente van Christus om stand te houden. Vandaar de bemoedigende woorden van Jeshua. Hij kent de werken van deze  Gemeente, het doen van de Thora dat maakte hen geestelijk rijk ondanks de verdrukking en armoede die toen over hen kwam. Deze was afkomstig van het Romeinse Rijk waar Smyrna nauwe banden mee had. Deze (grote) verdrukking onder het Romeinse rijk dat bestuurd werd door 10 koningen heeft plaatsgevonden in 100 n.Chr. tot 321 n.Chr.

“En u zult een verdrukking hebben van tien dagen” is een verwijzing naar de tien hoorns op het beest uit Daniël: Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk (Rome) zullen opstaan” (Dan.7:24a). Deze tien Romeinse koningen waren (1) Domitian (2) Trajan (3) Hadrian (4) Antonius Pius (5) Marcus Arelius (6) Septimus Severus (7) Maximin (8) Decius (9) Valerian (10) Diocletian. En bevestigt in openbaringen: “Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon” (Op.12:3). (Over het begrip horens als koningen komen we in een latere les op terug)

Vele gemeenteleden stierven een gruwelijke dood door kruisigingen, leeuwen of de brandstapel. In  het jaar 313 n.Chr. bleek het even tot rust te komen voor de Gemeente van Christus. Keizer Flavius Constantijn I de Grote die toen aan de macht kwam richtte een Roomse staatsreligie op. Hij was de grondlegger van het christendom zoals we die vandaag nog steeds kennen met hun Babylonische  feesten.

Van een andere Joodse groep kwam veel betoog op de Romeinse overheersing. Het zou kunnen zijn dat deze groep Joden zich bezig hielden met de leer van Talmoed en/of de kabbala, want ook zij hadden eigen synagogen. In ieder geval beweren zij dat zij Joden zijn. Echter in het visioen wordt het tegendeel bevestigd dat eerder door Paulus is opgeschreven: maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God” (Rom.2:29).
“Een besnijdenis van het hart, naar de geest” ( hier anders door Paulus gezegd) hebben we in de vorige les uitvoerig besproken.

De Gemeente te Smyrna is de enige gemeente van de zeven die geen berisping maar een extra bemoediging ontving om vast te houden wat zij hadden, zich staande te houden in JHWH’s Woord en vol te houden tot de dood.

De gemeente te Pergamus (fase 3)

Op.2:12               En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij Die het tweesnijdende, scherpe zwaard heeft: Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is. U houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont. Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven. Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik. Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond.

Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.

313 n.Chr – 538 n.Chr. Keizer Flavius Constantijn I de Grote maakte een einde aan de vervolging op de Gemeente van Christus door een orthodoxe Roomse religie tot staatsreligie van het Romeinse Imperium te maken. De Roomse Moederkerk dat aan het hoofd staat van het christendom is geboren. “Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd” (Dan.7:25). Bijna alle, zo niet alle Moadim (vaste Bepaalde tijden) van JHWH heeft deze moederkerk waar Constantijn hoofd van was afgeschaft en vervangen met Babylonische feesten. Vanuit dezelfde troon n.l. die van satan zie je vandaag de dag nog steeds dat het vierde gebod om JHWH’s sabbat (op zaterdag) te heiligen, is veranderd in de zondag.

Verder werd de Gemeente van Christus gewaarschuwd om zich te bekeren van de leer van Biliam. Het verhaal hierover staat in Nummeri 22. Balak was de koning van de Moabieten die niets van de Israëlieten moest hebben en Biliam riep om JHWH’s volk te vervloeken. Maar het liep anders af dan Balak had gehoopt. Biliam betekent “verwoester van het volk” en dat deed hij door zwarte magie en waarzeggerij uit te oefenen. Praktijken die JHWH voor Zijn volk verboden had. De struikelblok (leer van Biliam) was dat Balak de Israëlieten in contact bracht met ongelovigen die afgoderij plegen. En zo werd de Gemeente van Christus ontheiligd en bedreven overspel doordat zij ook samen met de ongelovigen voedsel aten dat eerst aan afgoden werd geofferd.

De gemeente te Thyatira (fase 4)

Op.2:18-29         En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper: Ik ken uw werken, de liefde, het dienstbetoon, het geloof, uw volharding en uw werken, en ook dat de laatste meer zijn dan de eerste. Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd. Zie, Ik werp haar te bed met hen die overspel met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken. En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken. Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voorzover zij deze leer niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de satan niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen dan deze: Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom. En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken. En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen. En Ik zal hem de morgenster geven. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

In het visioen tijdens te tijdsperiode voor Tiyatira wordt de Gemeente van Christus gewaarschuwd voor de komst van de valse profetes Izebel. Terugkijkend in de geschiedenis van het volk Israël kunnen we lezen dat de toenmalige gemeente in een van haar grote dieptepunt leefde. Dit was tijdens de regeringsperiode van koning Achab. “Er is nooit iemand zoals Achab geweest, die zichzelf verkocht om te doen wat slecht is in de ogen van JHWH, omdat Izebel, zijn vrouw, hem daartoe aanspoorde. Hij handelde zeer gruwelijk door achter de stinkgoden aan te gaan, overeenkomstig alles wat de Amorieten hadden gedaan, die JHWH van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had” (1 Kon.21:25-26). Thyatira die vanaf 538 n.Chr. de Gemeente van Christus vertegenwoordigde verkocht zichzelf aan dezelfde onreine geest van Izebel. “En Ik heb haar (De gemeente) tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij (vreemdgaan met andere goden) zou bekeren, maar zij (de gemeente) heeft zich niet bekeerd. Zie, Ik werp haar te (ziekte) bed.”

Zou dit overspel het gevolg kunnen zijn van een (grote) verdrukking dat door de Roomse moederkerk werd opgelegd? Vele gelovigen die de Roomse moederkerk niet wilden volgen werden gemarteld en op de brandstapel gegooid. Daarnaast kwam de grote pest opzetten, alleen in Europa stierf 40 % van de bevolking. Deze pest, ook wel de zwarte dood genoemd woedde het hevigst van 1347 tot 1351 n.Chr. De overige individuen die de Thora in acht namen en zich niet met de diepten van satan bemoeiden kregen de belofte om te overleven. Zij zijn behouden gebleven voor deze (grote) verdrukking. Overigens was het zeer moeilijk om de Thora te kunnen lezen. Het in bezit hebben daarvan was door de moederkerk verboden.

De gemeente te Sardis (fase 5)

Op.3: 1-6             En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de zeven Geesten van God heeft en de zeven sterren: Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood. Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God. Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen. Maar u hebt ook in Sardis enkele personen die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleren, omdat zij het waard zijn. Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

In 1565 n.Chr. begon de reformatie in het westerse christendom, groepen scheiden zich af van de moederkerk en bestudeerden het Woord en begonnen het nieuwe leven in te zien. Ondanks de goedbedoelde pogingen bleven ze geestelijk dood, de zondag samenkomsten werden niet teruggezet naar de sabbat. Babylonische feesten bleven gehandhaafd. En de Moadim? Oh ja, de Moadim, men had geen flauw idee wat dat was, zijn dit niet de Joodse feesten? Nee, lieve mensen, dit zijn de Feesten van Vader JHWH die Hij aan geheel Israël, de Gemeente van Christus voor eeuwig gegeven heeft.  “De werken die Sardis deden waren niet vol bevonden.” In deze zelfde geestelijk duisternis bevindt zich vandaag de dag nog een overgrote groep gelovigen. Zij dromen nog en zien (nog) niet op welk uur en welke dag Jeshua terug zal komen. Gelukkig zijn er enkele gelovigen die dat wel zien. “Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen. Zij zijn de kinderen van het licht en van de dag. Zij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis” (1 Tess.5:4-5).  Een overblijfsel dat zich wel aan de verbonden waar onder ook de Moadim van JHWH houden hebben zich daarmee met witte klederen van Gods Gerechtigheid bekleed. “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest zegt.”

De gemeente te Filadelfia (fase 6)

Op.3: 8-13          En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent: Ik ken uw werken. Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur gegeven en niemand kan die sluiten, want u hebt weinig kracht en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen en Mijn Naam niet verloochend. Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge van de satan, van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen. Zie, Ik zal maken dat zij komen en aan uw voeten aanbidden en erkennen dat Ik u liefheb. Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken. Zie, Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen. Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan. En Ik zal de Naam van Mijn God op hem schrijven en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, bij Mijn God vandaan, en Mijn nieuwe Naam. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

In de tweede helft van de 18de eeuw vanaf 1750 n.Chr. ontstond er wereldwijd een opwekking doordat Jeshua met de sleutels van David deuren opende die niemand anders kon sluiten. De sleutel van David verwijst naar “het huis van David” (Jes.22:22). David was toen verantwoordelijk voor geheel Israël. Overal stonden mannen en vrouwen op die ondanks dat zij weinig of geen kracht (Ruach HaKodesh) hadden maar daarentegen Zijn Woord en de naam van Jeshua hadden, het evangelie wereldwijd  verkondigden.  Overal ontstonden er missionarisposten en nieuwe plaatselijke gemeenten. Zelfs de leden uit het huis van Juda begonnen in te zien dat JHWH de evangelisten lief had. Door deze erkenning moeten ook zij deel hebben gehad aan deze wereldwijde opwekking. De Gemeente van Christus, het huis wordt gebouwd.

De reden van deze opwekking was dat zij gehoor gaven aan de grote oproep van Jeshua om het Evangelie van Gods Koninkrijk te verkondigen. Zij hadden het Woord van volharding in praktijk gebracht. We naderen de laatste fase van het bestaan van de Gemeente van Christus in haar huidige vorm. Jeshua meld hier over de komst van een uur der verzoeking die over de hele aarde zal komen. Wie Gods Woord bewaard heeft, dat wil zeggen in zijn of haar leven heeft toegepast wordt verzegeld (bewaard) voor deze komende verzoeking die in de volgende/zevende en laatste fase van de Gemeente zal plaatsvinden.

De gemeente Laodicea ( fase 7)

Op.3: 14              En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het begin van Gods schepping: Ik ken uw werken, en weet dat u niet koud en niet heet bent. Was u maar koud of heet! Maar omdat u lauw bent en niet koud en ook niet heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen. Want u zegt: Ik ben rijk en steeds rijker geworden en heb aan niets gebrek, maar u weet niet dat juist u ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent. Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zult kunnen zien.  Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij. Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.

Een boodschap aan de Gemeente van Christus voor vandaag 

Dit is de zevende en laatste persoonlijke berichtgeving van Jeshua aan Zijn Gemeente. Echter, de Gemeente van Christus bevindt zich vandaag in een miserabele staat van nog heet nog koud. Want velen hebben zich verrijkt aan materiële zaken, zij hebben niets te verliezen. Men vindt het wel goed zo. New Age praktijken worden massaal in evangelische gemeenten toegepast. Het gevoel is “ik” gericht en wordt overspoeld met een Bijbels sausje. Ik weet niet of je het al door hebt. In de vorige fase van de Gemeente, de zesde geldt voor de gelovigen die Gods Woord (nog) niet serieus nemen het volgende: “het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken.” Deze verzoeking is op dit moment wereldwijd in volle gang. Het over groten deel van de gelovigen kiest voor de wereldse welvaart en willen steeds meer. In Mattheus 25 raad Jeshua de vijf dwaze maagden om olie te kopen. Goud en Olie zijn figuurlijke ingrediënten voor de Thora (het Woord van God). Door te leven volgens deze Thora instructies bekleed je jezelf met witte kleren. Dit is de werkelijke (geestelijke) rijkdom wat we Gods Gerechtigheid noemen. Ook de zalf (De Ruach HaKodesh) om geestelijk te kunnen zien is echte rijkdom. Een ieder die serieus dit zoekt zal door Jeshua geliefd woorden om hem of haar voor te bereiden voor Zijn wederkomst. Dit is de laatste waarschuwing, de tijd is nog maar heel kort, wees dan ijverig en bekeert u. “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.” De maaltijd is de vereniging van de Bruid met haar Bruidegom. (Mat.25:10). Wat doe je als er nu vandaag aan de deur van je hart geklopt wordt? Kies je voor Hem en het navolgen van Zijn Thora-instructies of kies je net als de rijke jongeling voor je rijkdom? Ook hij had het woord (lamp), maar ging uiteindelijk door zijn knieën voor de verzoeking. (Mat.19:16-30)

Dit is je laatste kans, de volheid (zeven) is bereikt. Het is de laatste fase van de Gemeente van Christus in haar huidige vorm. Let op, er komt een moment wanneer iedereen is/wordt verzegeld met de zegel van JHWH of het zegel van de tegenstander. En dat moment komt er nu snel aan, dat betekent dat je na het ontvangen van een zegel niet meer kiezen kunt wie je dienen zult. De absolute volheid van de Gemeente van Christus is bijna bereikt. Hierna komt geen nieuwe fase meer, maar een nieuw Koninkrijk waar een Koninklijk Verbondsvolk, De Gemeente van Christus, Héél Israël (het huis Juda en het huis Efraïm) zal leven. Tegen deze verbondsgelovigen zegt Hij als laatste: “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.


Shalom,

Winand

 

 

Reageer

*