Het is volbracht

Allereerst wil ik je een gezegend Bijbels Nieuwjaar wensen.

Over een paar dagen is het 14 Nisan, Pascha de dag waarop Jezus als ons Pascha lam werd geslacht. (op onze kalender is dit woensdag 8 april). Op die dag vieren we als kinderen van God onze verlossing van de overste van deze wereld en de bevrijding van de wet van zonde en dood door Jezus Christus, Gods Zoon.

Lev.23:5          In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het Pascha voor de HERE.

Tijdens dit Pascha-feest, in de namiddag, op het moment toen het Pascha lam in de tempel te Jeruzalem geslacht werd, stierf Jezus aan het kruis op Golgotha. Wist je trouwens dat de 14e Nisan in het jaar dat Jezus aan het kruis stierf ook op een woensdag in de namiddag heeft plaatsgevonden?

Graag wil ik samen met jou even stilstaan bij dit speciaal moment, het uur waarop Jezus, ons Pascha lam, voor ons geslacht werd. Als Jezus je verlosser en redder is, zal deze lesbrief je zeker aanspreken. Want Pascha betekent meer dan alleen verlossing en redding. Het betekent ook een begin van een nieuw leven in Gods aanwezigheid. Ik hoop dat de diepere betekenis van Jezus laatste woorden ‘HET IS VOLBRACHT’ in deze lesbrief goed zal overkomen zodat je deze zult gaan begrijpen.

Joh.19:30         Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.

Vaak wordt gedacht dat deze woorden enkel betrekking hebben op de kruisdood van Jezus. Dat is ook ten dele zo. Jezus’ kruisdood is het hoogtepunt in Gods Heilsplan. Echter, het totale Heilsplan van God is nog niet volbracht.

Voor velen is het een bekend gegeven dat Jezus Zijn leven aflegde om de mens te lossen van de overste en machten van deze wereld en dat Hij de mens verzoend heeft met God, maar wat houdt dit laatste nu precies in?

Nu zijn de vier lentefeesten waarvan het Pascha er één van is, door Jezus vervuld. De drie herfstfeesten echter zijn nog niet vervuld. Die zullen bij Zijn tweede komst vervuld gaan worden. Met ander woorden, zou Jezus met Zijn laatste woorden ‘Het is volbracht’ een nog diepere betekenis hebben dan het prachtige gegeven dat wij als kinderen van God mogen beleven?

Laten we eens teruggaan naar enkele citaten wat Jezus zelf Zijn discipelen leerde toen Hij hen het Koninkrijk van God bekend maakte.

Mat.5:17          Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet [Tora] of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. 19 Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.

Mat 4:23          En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk.

Jezus kwam om de Tora te vervullen en niet om deze te vervangen. De roeping van Jezus was het onderwijzen over het komende Koninkrijk van Zijn Vader op aarde. In de vier evangeliën kun je dan ook lezen dat al Zijn onderwijs hier betrekking op had. Zou het kunnen dat Jezus met Zijn laatste woorden ‘Het is volbracht’ bedoeld zou hebben dat Hij daarmee de Tora (Gods onderwijs) heeft vervuld? Als dit zo is, wat zou dan de alomvattende betekenis van dit ‘vervullen’ kunnen betekenen?

Het is niet toevallig dat Jezus Zijn bediening begint met het verkondigen dat Hij gekomen is om ‘te vervullen’ en aan het einde van Zijn bediening zegt: ‘het is volbracht’. Nu kan ik onmogelijk drie en een half jaar bediening van Jezus over de verkondiging van het Koninkrijk van God in een enkel lesbrief behandelen. Wat we wel kunnen doen is, zoals ik het even noem, ‘Het evangelie van het Koninkrijk van God in een notendop’ van dichtbij gaan bekijken.

Een korte beschrijving over het evangelie van het Koninkrijk van God wordt door Paulus in Efeziërs 2 als een soort erkenning van de geestelijke wandel van de gemeente te Efeze bevestigd. De gemeente te Efeze was geestelijk gezien al heel ver en begreep net als Paulus het volledige Evangelie dat Jezus verkondigde. Dit in tegenstelling met bijvoorbeeld de gemeente te Rome of te Galatiën.

Voor velen is Efeziërs 2 dan ook een raadsel. En wat doe je als je iets niet begrijpt? Je slaat het gedeelte over of je pakt de titel boven het Bijbelgedeelte en maakt daar een prediking over. Maar de leraar van God weet dat de titels die in onze Bijbel staan niet geïnspireerd zijn door God en niet door Hem gegeven is. Mensen hebben deze ‘kopjes’ later toegevoegd om de Bijbel overzichtelijker te maken. Helaas is dat niet altijd gelukt. Het is dus belangrijk om te checken of deze onderwerpen in overeenstemming zijn met geschreven Bijbelgedeelte.

Vandaag de dag worden er nog steeds Bijbelteksten uit de context van de boodschap gehaald om daarmee de prediking, goed bedoeld, kracht bij te zetten. Op deze wijze zijn er al vele misleidingen het lichaam van Christus binnengeslopen. Vele goedgelovigen zijn hierdoor ‘betoverd’ en zien de waarheid van Gods Woord niet meer. Ik begrijp dat dit negatief klinkt, maar ik noem dit in het kader en uitlegging van Paulus boodschap in Efeziërs 2 vers 16 over het woord ‘vijandschap’.

Paulus die gestudeerd had onder de hoge priester Gamaliëll, diverse talen sprak en het merendeel van het NT geschreven heeft, zou in onze tijd minstens de titel Dr. of Hoogleraar hebben gekregen. Paulus sprak de gemeente te Efeze aan op een gelijkluidende geestelijk niveau. Om Efeziers 2 te kunnen begrijpen wordt dus enige geestelijke volwassenheid van je gevraagd. Paulus gaf daar de volgende voorstelling aan.

Ef.1:15-23         Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof in de Here Jezus en van uw liefde tot al de heiligen, 16 niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden, 17 opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: 18 verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, 19 en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, 20 die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, 21 boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. 22 En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, 23 die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.

Vervolgens ging hij in Efeziërs 2 over op de bevestiging van de gemeente, waarin hij in het kort door de volledige boodschap van het Evangelie van het Koninkrijk van God heen liep. Dit gaat heel snel, daarom zal ik het deel voor deel gaan toelichten. Maar voordat ik dat doe, is een korte inleiding van Efeziërs 2 een must.

Paulus ging er namelijk vanuit dat de betekenis van enkele sleutelwoorden die hij gebruikt, bekend zijn. Voor deze lesbrief houd ik het kort, maar deze sleutelwoorden zijn eigenlijk een studie apart.

Sleutelwoord: ‘Werken’ (vers 9 en 10)

Efez. 2:8         Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9. niet uit werken, opdat niemand roeme. 10. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

In Efeziërs 2 vers 9 wordt over ‘werken’ gesproken welke je niet moet doen. Eén vers verder over ‘werken’ welke je juist wel behoort te doen. Wat is het verschil? Met de ‘werken’ uit vers 9 zegt Paulus dat het werken zijn “uit jezelf” (zie vers 8). Dus werken die door de mens verzonnen en geleerd worden. Dit kunnen goede- en/of verkeerde werken zijn. Mocht je met je goede werken de Nobelprijs gewonnen hebben, en deze werken niet door God gegeven zijn, dan hebben zij niets met Gods Gerechtigheid te maken.

De ware ‘goede’ werken uit vers 10 zijn de werken die je juist wel moet doen, zij komen namelijk wel van God. Paulus zegt dat in dezelfde vers, “die God van te voren bereid heeft”. Waar heeft God deze werken voorbereid? Dat was in de Sinaï woestijn toen God Zijn Tora, Zijn instructie en onderwijs, via Mozes aan Zijn volk gaf. Paulus legt hier dus uit dat wij als wedergeboren kinderen van God deze werken ook behoren te bewerken.

Wil je meer lezen en leren over het verschil in het roemen in eigen werken versus Gods werken, zie les 9 van de cursus ‘Van het kruis naar het Koninkrijk’ op onze website.

Sleutelwoord: Verbonden (vers 12)

Efez. 2:12        dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

 In vers 12 zegt Paulus dat we vòòr onze bekering vreemd zijn aan de verbonden (meervoud) der belofte. Vele gelovigen zijn dat vandaag de dag nog steeds. Zij kennen dan alleen aan het ‘oude-‘ en het ‘nieuwe verbond’ en zeggen daarbij ook nog dat het oude verbond heeft afgedaan. Maar wie de Bijbel gelezen heeft moet tot de ontdekking gekomen zijn dat er in Gods Woord over diversen verbonden gesproken wordt. God onze Vader is een Verbonds God.

En Paulus noemt deze verbonden als zijnde ‘bekend’. Paulus spreekt in zijn andere brieven veel over deze verschillende ‘verbonden der belofte’. Helaas zijn deze verbonden in onze Bijbel vertaald met een enkel woordje ‘wet’. En dat is de reden waarom Paulus brieven en onderwijs vaak niet begrepen wordt. Ik zal een paar verbonden toelichten die voor vandaag nog steeds van toepassing zijn.

  • Het eerste verbond dat God maakte met de mens was die met Adam. Na de zondeval beloofde God de Messias uit het zaad van de vrouw die de autoriteit van de slang te niet zou doen. Maar de tegenstander zal proberen de ‘hiel’ te vermorzelen. Het Hebreeuwse woord voor ‘hiel’ is ‘Jacob’. Vandaar dat door de eeuwen heen tot op de dag van vandaag het land Israel bestreden wordt. Welk argument je ook in het hedendaagse nieuws hoort, het is onjuist. De Bijbel heeft het voorzegd.

De tegenstander heeft alles gedaan om de eerste komst van Jezus te dwarsbomen. En Hij zal nu alles proberen om de gelovigen te misleiden om maar niet voorbereid te zijn op Zijn tweede komst. Dit geldt niet alleen voor het land Israel en haar inwoners, maar ook voor alles wat Joods is of Joods ‘ruikt’. De Bijbel is nu eenmaal een boek welke opgeschreven is door….jawel, Joodse discipelen van een Joodse Jezus.

    • We kennen allemaal het verbond dat God na de verwoestende vloed met Noach sloot. Deze is herkenbaar aan het teken van de regenboog. Als je de regenboog aan de hemel ziet, weet je dat God Zijn belofte nakomt en dat er nooit meer een vloed zal komen. M.a.w. ook dit verbond geldt nog steeds voor vandaag.
    • Het verbond dat God met Abraham heeft opgezet kennen we ook. De belofte die in dit verbond beschreven is, is ook voor het nageslacht zover als men de sterren kon tellen. Een ieder kan deel hebben aan dit verbond door het geloof in Hem. Het is het verbond van Gods Genade door geloof. Als je tot geloof in Jezus gekomen bent en Zijn genade ontvangen hebt, is dat vanwege dit verbond.
    • Daarna kwam het verbond dat God aan Mozes gaf. De belofte van de zegeningen komen overeen met het verbond van Abraham. Eenmaal kind van God geworden te zijn, zal je moeten leren te wandelen in gehoorzaamheid. Het is je nieuwe levensstijl om als gelovige in Gods Gerechtigheid te wandelen.
    • Vervolgens het verbond met David met de belofte om als koningen te leven in een koninkrijk. Het uiteindelijke doel.
    • Ten slotte het (ver)nieuw(d)e verbond in Christus waarin het verbond van Abraham, Mozes en David tot één nieuw verbond geworden is. De vernieuwing zit ‘m niet in de inhoud van de verbonden. Anders zou Gods beloften die beschreven staan in de verbonden van Abraham, Mozes en David ons nooit kunnen bereiken. De vernieuwing zit ‘m in de bekrachtiging. Voorheen was dat nog niet volmaakt, maar met het bloed van Jezus wel.

Luc.20:22                  Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.

We zien dat God de verbonden niet heeft weggedaan, maar dat je daar zelfs al deel van uitmaakt als je tot geloof gekomen bent. Het is als het ware dat de verbonden op elkaar gestapeld zijn of gegroeid zijn tot één groot verbond. Dit nieuwe geïntegreerd verbond in Christus is waar Paulus het in Efeziers 2 over heeft. God is eeuwig, zo ook Zijn verbonden. Zolang God leeft, blijven Zijn verbonden bestaan.

Wil je meer leren over de verbonden van God, zie les 7 en 8 van de cursus ‘Van het kruis naar het Koninkrijk’.

Sleutelwoord: ‘ Vreemdeling of Bijwoner’ (vers 19)

Efez. 2:19          Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen.

Een heiden die met het volk Israël optrok werd een bijwoner genoemd. Zij behoorde zich destijds dan wel te besnijden (bekeren) en de landsrechten na te leven. Deze kwamen al voor in het leven van Abraham, denk maar aan Hagar de Egyptische slavin van Sara. Er waren in die tijd en ook later vele vreemdelingen en bijwoners onder het volk. Dit gegeven zegt dan ook dat God nooit en te nimmer een tussenmuur tussen Israëlieten, joden en heidenen heeft opgetrokken. Vanaf het begin mocht de vreemdeling (heiden) zich bekeren om bij het volk van God te horen.

Ik weet dat sommige uitleggingen zoals ‘Het Boek’ in Efeziers 2 spreekt over een muur tussen Joden en heidenen. Dit is echter geen correcte vertaling. Lees daarom ook de NBG, Statenvertaling, King James of als je die hebt de Grondtekst.

Goed tot zover de inleiding. Laten we beginnen met het eerste deel van Efeziers 2, de eerste drie verzen.

Onder de wet van zonde en dood.

Ef.2:1             Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, 2 waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, 3 – trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns –,

Dit gedeelte zal voor een ieder bekend klinken, hier komen wij net als de leden van de gemeente te Efeze, toen we Jezus nog niet kenden, ook vandaan. Voor sommigen van ons klinkt dit wel erg bekend, omdat zij nog steeds naar het vlees wandelen door hun eigen gedachten te volgen. Over Efeziërs 2 vers 1 t/m 3 kan ik heel kort over zijn. Wandel niet samen met de wereldgeesten door ongehoorzaam te zijn aan Gods Woord. Bekeer je ervan en laat Gods Geest je leiden.

Gered door genade overeenkomstig het verbond van Abraham.

Ef.2:4             God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, 5 ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door genade zijt gij behouden –, 6 en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, 7 om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus. 8 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme.

In de volgende zes verzen (4 t/m 9) zien we het begin van het Evangelie van het Koninkrijk van God. We noemen dit ook wel het evangelie van genade door geloof. Dit is je eerste stap in geloof om Jezus als je Messias te accepteren. Je bent een nieuwe schepping in Christus. Dit heb je niet verdiend en kun je ook niet verdienen. Het is alleen de genade en de liefde van God waardoor je behouden bent. Behouden waarvan? Van de overste van deze wereld en de komende toorn (vers 3).

Dit komt geheel overeen met het verbond van Abraham. Als je deze stap genomen hebt, ben je naar het geloof ook een kind van Abraham en heb je in overeenstemming met de belofte uit dit verbond hier automatisch deel aan gekregen. De beloften aan Abraham zijn nu ook aan jou gegeven. In Gen.12 vers 1 t/m 4 lees je dat God Abram riep. En Abram geloofde God en ging naar het land dat God hem gaf. En in Hebr.11 vers 8 lees hetzelfde, dat Abraham door God geroepen werd en dat hij door zijn geloof opstond en vertrok om naar het beloofde land te gaan zonder te weten waar hij terecht zou komen. Dit is het Bijbels geloof. Doen wat God van je vraagt.

God heeft niets voor niets de bediening van Evangelist gegeven die het evangelie van genade prediken. Wanneer iemand zich door Jezus verzoent heeft met God is hij/zij een kind van God geworden. Maar dit is nog maar het begin. Want Gods kinderen zijn geroepen om net als Abraham verder te gaan, naar het beloofde land; het Koninkrijk van God. Daarom houd het Evangelie van Gods Koninkrijk niet op bij genade alleen. Er is nog een weg te gaan die geleerd en bewandeld dient te worden. Een weg in overeenstemming met het verbond van Mozes.

Wandelen in gehoorzaamheid en in overeenstemming met het verbond van Mozes.

Ef.2:10            Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. 11 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werd door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, 12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

Paulus haalt in vers 10 t/m 13 het volgende verbond aan welke God aan Mozes gaf. Dit had God van te voren voorbereid om daarin te wandelen. Om je gereed te maken om straks als koning en in Zijn komende Koninkrijk te kunnen leven. Nu heb je alleen het recht om burger te worden. Maar er komt een moment dat je het Koninkrijk van God daadwerkelijk in mag gaan, mits je geleerd hebt om de ‘goede werken’ van God te (be)werken.

Laten we ons voorbereiden en leren hoe we in gerechtigheid behoren wandelen. Want het Evangelie van het Koninkrijk van God houdt niet op bij (het evangelie van) genade. Door het bloed van Christus zijn we dichtbij gekomen, we zijn niet meer uitgesloten van het burgerrecht.

Het zit allemaal in het (ver)nieuw(d)e verbond in Christus. Waarvoor Jezus op de 14 Nisan, op Pascha Zijn bloed heeft gegeven. Velen denken vers 10 t/m 13 over te kunnen slaan. Door het zowel niet te lezen, te willen begrijpen als het niet opvolgen van Gods instructies. Als je deze fase niet begrijpt of wilt begrijpen is de rest van Paulus ‘notendop evangelie’ tevergeefs.

Maar laten we toch stukje bij beetje zien wat Paulus met in de rest van zijn boodschap zegt. Wellicht zul je er dan over nadenken.

Ef.2:14            Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,

Dit vers wordt door velen helaas niet begrepen. Ondanks dat Paulus het in vers 16 herhaalt hoor je hier allerlei verschillende leerstellingen over. Maar zoals het bij leraren van God bekend is, geeft de Bijbel altijd zelf de uitleg. Zij brengen nooit een (nieuwe of oude) leerstelling. Zij verwijzen alleen naar het reeds geopenbaarde Woord van God.

Een Bijbelse uitlegging mag dus nooit tegenstrijdig met het Woord van God zijn. Laten we kijken wat Paulus hier werkelijk bedoelt. De persoon die ‘Hij’ voorstelt is onze heer Jezus Christus zelf. Hij is onze vrede en Hij heeft van ‘twee’ ‘één’ gemaakt.

Die twee één heeft gemaakt.

Eerst waren Adam en Eva (de mens) één met God. Maar omdat Adam en Eva naar hun natuurlijke mens hun vlees gingen gehoorzamen die door de geest van deze wereld werd beïnvloed ging het mis. Wat eerst één was (God en mens) is door deze daad van ongehoorzaamheid ‘twee’ geworden. Door het offer van Jezus aan het kruis, zegt Paulus hier dat twee (God en de zondige mens) weer verzoend wordt tot één lichaam. Zoals God het had geschapen, het altijd bedoeld heeft en ook weer zal zijn.

De tussenmuur

Dat is de reden waarom er een (denkbeeldige) tussenmuur is tussen God en de zondige mens. In veel Bijbel uitleggingen wordt de tussenmuur waar Paulus hier over spreekt gezien als een muur tussen het Joodse volk en de heidenen. Echter nergens in de Bijbel lezen we dat God een muur tussen Israel en de rest van de aardse bevolking heeft opgetrokken.

Integendeel, het is altijd Gods bedoeling geweest dat het evangelie via het volk Israel bij de rest van de wereld kwam. De enige tussenmuur die God had laten optrekken was die in de Tabernakel en later in de Tempel. Het scheidde de ruimte waar God was met de omgeving van de mens. Want God die onder de mensen wilde wonen is Heilig en kon voorlopig nog niet één zijn met de (zondige) mens.

De vraag die hier gesteld moet worden is, “Wie heeft de tussenmuur weggebroken?”. Het antwoord is overduidelijk, “Hij”, Jezus Christus. En wanneer heeft Hij dat dan gedaan? Dat kan alleen maar zijn toen Jezus aan het kruis hing (Ef.2:vers 16). In de avondschemering van Pascha.

Wat gebeurde er allemaal, toen Jezus aan het kruis hing in relatie met Het Koninkrijk van God?

Mat 27:46        Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? 47 En sommige van de omstanders, dit horende, zeiden: Hij roept Elia. 48 En terstond liep een van hen toe en nam een spons, drenkte die met zure wijn, stak ze op een riet en gaf Hem te drinken. 49 Maar de anderen zeiden: Stil, laat ons zien, of Elia komt om Hem te redden. 50 Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest. 51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen scheurden,

Joh.19:30         Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.

Wat is er nu werkelijk volbracht. Volgens Mattheüs en Johannes gaf Jezus de geest en direct, zonder tussenpauze, scheurde het voorhangsel door tweeën, dat het Heilige der Heilige dat het Heiligdom van elkaar scheidde. Wat kunnen we hiervan leren? We weten dat het Heilige der Heilige door niemand betreden kon worden dan alleen door de hoge priester. Anderen zouden dood neervallen omdat God daar zelf aanwezig was, en niemand kan God aanschouwen.

We weten ook dat de hoge priester maar één keer per jaar het Heilige der Heiligen binnen kon treden, dit was op de Grote Verzoendag; het herfstfeest Yom Kipur. Het zal me dan ook niets verbazen dat op deze dag, de Messias, Jezus naar de aarde zal terugkeren om samen met de heiligen voor duizend jaar over de aarde te regeren. Maar dat even terzijde.

In het Heilige der Heilige, daar behoren we naar toe te gaan, daar behoren we zijn, de toegang naar het Koninkrijk van God is open. De laatste verzoening waarbij bloed op het Ark des Verbonds werd gesprenkeld is door Jezus offer, het bloed van Hemzelf. Voor eens en altijd. Drie en een half jaar heeft Jezus gepredikt over het Koninkrijk van God. Op de 14e dag van Nisan op Pascha zegt Jezus “Het is volbracht”. Zijn laatste onderwijs, de weg naar God, de toegang tot het Koninkrijk is gerealiseerd. Amen.

 Ef.2:15           doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen,

De wet der geboden is voor de gelovige in Christus buiten werking gesteld. De wet van zonde en dood wel te verstaan, deze heeft geen invloed meer op de gelovigen, tenzij je het toestaat. Want weet je nog, Jezus kwam niet om de Tora (wet)) van Zijn Vader te ontbinden (Mat5:17). Paulus verwijst hier naar vers 9. De menselijke werken, de geboden die door de overste van deze wereld op en via mensen is opgelegd.

Immers als Jezus terug komt is de tegenstander voor duizend jaar gebonden en daarmee is zijn wet voor duizend jaar buiten werking gesteld. Maar nu is die vleselijke wet voor wedergeboren gelovigen al niet meer geldig. Het gaat hier om een wet in het vlees (de natuurlijke mens) en niet in de wet van geest en leven, Gods Tora.

Waar was die vleselijke wet voor het eerst actief? Wie liet zich voor het eerst door deze wet van zonde en dood verleiden? Juist, dat waren Adam en Eva. Dit moet zo duidelijk zijn als een klontje, vandaar dat Paulus het weer herhaald. Als je niet aan de vleselijke wet toegeeft zul je als nieuwe geestelijke mens met God één worden.

Ef.2:16            en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.

De vijandschap waar Paulus op doelt, hebben we al eerder besproken en staat in de eerste drie verzen van Efeziërs 2. Aan het kruis heeft Jezus deze vijandschap te niet gedaan. De Bijbel staat er vol mee en Paulus schrijft (vermaant) daar in zijn andere brieven regelmatig over. Maar op een of andere wijze wordt deze boodschap door een groot aantal gelovigen niet gehoord. Het is zeker niet voor de heiden bestemd, die lezen geen Bijbel. Je wilt toch geen vijand van God zijn? Stop dan om (eigen) menselijke ideeën te geloven, te leren of na te volgen.

“Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees” (Gal. 5:16). Het is voornamelijk de gedachten van de mens die door de geest van deze wereld beïnvloed wordt/is. Leer te wandelen volgens Gods instructie en niet volgens (eigen) ideeën of leerstellingen van mensen die niet in Gods Woord staan, hoe mooi ze ook klinken. “Want het begeren van het vlees (natuurlijke mens) gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenst” (Gal. 5:17).

Ef.2:17            En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;

Door jouw geloof en Zijn Genade behoor je nu toe aan God en niet aan deze wereld. Het maakt nu niet meer uit waar je precies vandaan komt, uit welk land of welke natie. Bij God is geen onderscheid. Al Gods kinderen zijn gelijk.

Ef.2:18               want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.

De letterlijke, aardse tempel is er nu niet meer, maar op het moment dat Jezus stierf was het er nog wel. De aardse tempel was een duplicaat van de echte tempel die Zich nog steeds in de Hemel bij God bevindt. (Hebr. 9:23) In de Ark van het verbond bevond zich naast Gods instructies ook het manna, het broods des levens en de staf van Aäron die wonderen en tekenen verrichtte.

Merk op dat alleen het gordijn scheurde. Voor de rest was alles nog aanwezig. Het Voorhof en het Heiligdom met alles erop en eraan. De uitleg over de tabernakel/tempel is een andere studie. Maar merk op dat als je in het Heilige der Heilige wil komen, je eerst door het Voorhof en vervolgens door het Heiligdom moest gaan.

Nu is de toegang tot de Vader is open. De weg naar het Koninkrijk van God is vrij. Halleluja. Daar behoren we naar toe te gaan, daar behoren we te zijn. De laatste verzoening waarbij het bloed op het Ark des Verbonds werd gesprenkeld is het bloed van Jezus zelf. Voor eens en voor altijd.

Drie en een half jaar heeft Jezus gepredikt over het Koninkrijk van God. En op de 14e dag van Nisan op Pascha zegt Jezus “Het is volbracht”. Het laatste struikelblok heeft Hij weggehaald, de toegang tot het Koninkrijk is gerealiseerd.

Ef.2:19            Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,

Paulus leert hier heel duidelijk de eenheid door Gods Geest. Er is geen onderscheid tussen wedergeboren Jood, Griek of heiden, voor God zijn we gelijk. In het koninkrijk van God bestaat er maar één type mens. Dit zijn de medeburgers van elkaar, heiligen (apart gezet) om een huisgenoot van God te zijn.

Ef.2:20            gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. 21 In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here,

Ef.2:22            in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.

Het Pascha Feest geeft een geweldige openbaring. Nu weten waarom Jezus zei: “Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer Ik lijd.“ (luc.22:15). God verlangt er naar om met Zijn kinderen één te zijn in het Heilige der Heilige, Jezus verlangt ernaar om met zijn volgelingen één te zijn in het komende Koninkrijk van God. Wat verlang jij?

Op 14 Nisan mogen we wederom tijdens het Pascha Feest de verlossing en bevrijding van de wet van zonden en dood gedenken. Maar ook de verzoening met God. Onze toekomst ligt in Zijn Koninkrijk.

Uit het volbrachte werk van Jezus aan het kruis van Gogoltha zien we dus dat we niet alleen bevrijd zijn van de wet van de zonden en dood maar ook dat we toegang hebben gekregen om in te gaan in het Heilige der Heiligen.

Is dit niet waar Jezus drie en een half jaar over gepredikt heeft, over het volledige Evangelie van Gods Koninkrijk en waar Hij zijn leven voor gegeven heeft? Het is volbracht.

Ik wens je een heel gezegend Pascha en veel wijsheid in het bestuderen van Zijn Woord.

Reageer

*