De 24ste dag v/d 9de maand

De Dag wanneer de toekomstige tempel gebouwd wordt.

“Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders, is het voor u niet nodig dat men u schrijft. Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht… Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen” (1 Thess.5:1-2,4).

Ik ben ervan overtuigd dat de gemeenteleden in Thessalonicenzen de exacte datum (dag en maand) wisten wanneer de dag Des Heeren zou beginnen want anders had Paulus deze zin(nen) niet in zijn brieven opgetekend. De gelovigen waren op de hoogte van de Moadim, de ‘vaste’ of ‘gezette tijden’,  en het onderricht in de Tenach waarin o.a. de profeten inzicht geven over de voleinding van het menselijk bestuur op aarde. Alleen wisten zij niet in welk jaar Jeshua zou terugkeren naar de aarde en hoopte waarschijnlijk, net als wij die hoop hebben, dat zij getuigen zouden zijn van deze bijzondere, voorzegde en vreugdevolle gebeurtenis. Zou het zo kunnen zijn dat Paulus behalve dat hij zeer bekend was met de Moadim in deze brief doelde op een aanwijzing vanuit de profeten? Een aanwijzing waarin zij reeds onderlegt in waren en dat wij deze Bijbelpassages al eeuwen over het hoofd zien? “Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen”(Dan.12:4).

Een “vaste of gezette tijd” (in het Hebreeuws Moadim) kun je vergelijken met een verjaardag. Deze dag valt altijd op dezelfde datum in ieder opvolgend jaar. Zo is het ook met de Moadim (feesten) van Jahweh gesteld. “Want God is niet een God van verwarring maar van vrede  …  ” (1 Kor.14:33)
Om een voorbeeld te geven, Pesach valt altijd op de 14de dag van de eerste maand Abib en Soekot (Loofhuttenfeest) begint altijd op de 15de dag van de zevende maand Ethanim. Ik hanteer de Equinoxkalender. (zie eerdere lesbrief).
Op onze Gregoriaanse kalender vallen deze dagen altijd respectievelijk op 3 april en 7 oktober. Behalve in het schrikkeljaar dan valt dat op 2 april en 6 oktober, maar deze wijziging ligt niet aan Jahweh’s kalender maar aan de Gregoriaanse kalender. Je ziet dat Jahweh Zijn afspraken in Zijn eigen kalender altijd op “vaste tijden” (Moadim) heeft staan zodat niemand zich kan vergissen. Hoe wisten de gemeenteleden van Thessaloniki anders dat het teken van de zonverduistering en de maan die zijn glans niet meer zal geven tijdens een grote aardbeving, op een “gezette tijd” c.q. specifieke dag in het jaar zou vallen? Heel eenvoudig, zij kenden en begrepen de Schriften en vooral de boodschap die de profeten brachten. Zij deden zowel de geboden van de Vader en hadden het getuigenis van Messias Jeshua (Openbaring 12:17). “Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie” (Op.19:10).

Nu we weten dat ‘de Dag des Heren’ vooraf gaat door een teken dat door Jeshua in Matheus 24 vers 29 wordt bevestigd; “De zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.”, gaan we eerst kijken wat de profeten over deze kosmische schouwspel aan de hemel en aarde voorzegd hebben; “Zie, de dag van JHWH komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen. Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen” (Jes.13:9-10). “Ik zal de hemel bedekken wanneer Ik u uitblus, zijn sterren zal Ik in het zwart hullen. Ik zal de zon met wolken bedekken, en de maan zal zijn licht niet laten schijnen Alle lichten die aan de hemel stralen, zal Ik omwille van u in het zwart hullen. Ik zal duisternis over uw land brengen, spreekt de Heere JHWH” (Ez.32:7-8). “De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende (Joel2:31). Ook apostel Johannes ziet deze dag in de toekomst aankomen: “En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud” (Op.6:12-14).

Dat dit het teken is dat een einde maakt aan de verdrukking (Mat.24:19) en tevens ‘de Dag de Heren’ inluidt, mag nu wel duidelijk zijn. Iedereen zal dit teken zien, ten goede of ten afgunst.

In deze lesbrief verdiepen we ons in één van de profeten. Maar voordat we de profeten raadplegen is belangrijk om te weten dat een profeet:
a) een boodschap, instructie of waarschuwing van Jahweh doorgeeft aan het volk van Jahweh die de profeet op dat moment aanspreekt.
b) een profeet vaak dezelfde boodschap, instructie of waarschuwing tegen een toekomstige volk van Jahweh doorgeeft. Veelal is dit tegen het huis Juda of tegen het huis Israël/Efraïm of geldt dit voor beide huizen voordat zij samen tot één volk worden samengevoegd.
Als je dit onderscheid van een dubbele boodschap inziet dan is het eenvoudiger om de Bijbelse profeten te begrijpen.
Ook belangrijk om te verstaan is dat veelal 1/3 van de profetieën over de eerste komst van Messias Jeshua gaan en 2/3 over Zijn tweede komst. Bij Zijn tweede komst gaat dat gepaard met de vereniging van het huis Juda en het huis Israël/Efraïm dat in ‘de Dag des Heren’ zal plaatsvinden.

De Bijbelse profeten zijn enorm actueel voor de tijd waarin we vandaag leven. Het is goed om ze dagelijks te lezen, te bestuderen en deze naast elkaar te leggen.
De profeet Haggai heeft een duidelijke boodschap aangaande deze Dag waarbij hij ook een ‘vaste tijd’  (datum) aanreikt! En dit zou wel eens de datum kunnen zijn waar Paulus het over had toen hij aangaf dat de gelovigen in Thessalonika de aanvang van Dag des Heeren heel goed wisten. Ik haal een aantal teksten aan, maar het is verstandig om dit boek herhaaldelijk te lezen en te bestuderen zodat je deze nieuwe openbaring mag gaan verstaan. De naam Haggaï betekent ‘feest van Elohim’. En dat is dit profetische boek ook, het is een feest om Haggaï te lezen en te bestuderen. Je zult gaan zien dat dit feest een ingrijpende verandering teweeg zal brengen. Het huis Juda en het huis Israël/Efraïm zal weer worden één volk, het nieuwe verbondsvolk Israël. Maar voor anderen zal het zijn een benauwdheid voor Jacob/heel Israël (Jer.30:7).

Haggaï 1:1       In het tweede jaar van koning Darius, in de zesde maand, op de eerste dag van de maand, kwam het woord van Jahweh, door de dienst van de profeet Haggaï, tot Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, landvoogd van Juda, en tot Jozua, de zoon van Jozadak, de hogepriester:

Periode: De eerste dag van de zesde maand 520 V.Chr.

Een stukje geschiedenis: Het huis Juda was inmiddels teruggekeerd van haar ballingschap in Babylon naar Jeruzalem. (Net als in onze tijd is het huis Juda en enkele van de andere 10 stammen zijn teruggekeerd in de staat Israël.) Niet geheel vrij vanwege de bezetting door de Meden en Perzen en nog niet compleet als één volk Israël waren zij onder het bewind van Perzische koning Darius. Op deze eerste dag van de zesde maand kwam het woord van Jahweh door de tot de profeet Haggaï, en deze sprak tot Zerubbabel en tot Jozua.
Ter herinnering: Zerubbabel was de kleinzoon van Jojachin, de koning van het huis Juda. Zerubbabel betekent ‘zaad/geboren of vreemdeling in Babylon’.
Jozua was de zoon van de hogepriester Jozadak en was de achterkleinzoon van de hogepriester Zadok, die de eerste hogepriester was die dienst deed in de eerste tempel tijdens het koningschap van Salomo. Zadok betekent gerechtigheid. (Melchizedek betekent Koning der gerechtigheid).
De Zadok familie stamt af van Eleazer, de zoon van Aaron, broer van Mozes, die door Jahweh werd aangewezen als eerste hogepriester en dienst deed in de Tabernakel. Na Jozua en Jozadak is er in de Schriften niets meer bekend van deze Zadok priesterfamilie. Aangezien deze Zadok priesterfamilie van belang is voor de openbaring in Haggai halen we in deze korte studie de boekrollen van Qumran erbij….

… In 1947 werd in een grot nabij Qumran een aantal boekrollen gevonden waarin gesproken wordt over de zonen van Zadok. Zij werden genoemd de “priesters die het verbond bewaren’ en leefden volgens de Equinoxkalender, zie Genesis 1 vers 14 waarbij de zon en de sterren de Moadim aangeven. (de maan maakt hier geen deel vanuit, zie grondtekst en vorige lesbrief). Deze zonen van Zadok hadden zich afgewend van de andere priesters en Judese broeders omdat die een samenwerking met de koning uit de Hasmoneeën hadden en de dienst uitmaakte.
De Hasmoneeën had het hogepriesterschap geclaimd zònder daar ooit toestemming van Jahweh voor gekregen te hebben. Priesters die deze Hasmoneeën achternaliepen werden later Sadduceeën genoemd. De Zadok priesters wende zich dus van de groep af en vestigden zich in de streek van Qumran die bekend stond als de pottenbakkerij waar o.a. de waterkruiken vandaan kwamen. De boekrollen die in 1947 en later in Qumran gevonden zijn werd eerst toegekend aan een geloofsgroep de Essenes, maar steeds meer bewijs uit opgravingen uit o.a. het potterbakkersdorp verwijst naar de afkomstigheid van de zonen van Zadok. Ook Jeshua heeft in Zijn leven contacten onderhouden met deze zonen van Zadok wat we kunnen zien aan de hand van de voorbereiding van het Pesachfeest van Jeshua en Zijn discipelen: 
 “En Hij stuurde twee van Zijn discipelen eropuit en zei tegen hen: Ga de stad in en iemand zal u tegemoetkomen die een kruik (pot) water draagt; volg hem” (Marc.14:13). Zoals gebruikelijk in de Schrift en in die tijdsperiode droegen vrouwen veelal waterkruiken en/of drenkte muildieren. Het mag opmerkelijk zijn dat er in bovenstaande tekst benadrukt wordt dat de discipelen een man met een kruik water moesten volgen. Het zal me niets verbazen als deze man een Zadokiet was, die op de juiste ‘vaste gezette tijd’ (dag van het jaar) het Pesachfeest vierde, namelijk op de 14de dag van de eerste maand Abib. Voor de duidelijkheid, de maand Abib is niet hetzelfde als de Babylonische maand Nisan dat elk jaar op een andere datum begint en kan dus onmogelijk een ‘vaste tijd’ aangeven. Vandaar dat Jeshua ook zegt; “Kijk uit, en wees op uw hoede voor het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën” (Mat.16:11). Dit zuurdeeg staat voor misleidende onderwijs (vers 12), dat tot op de dag van vandaag nog steeds wordt verkondigd. Wie de onjuiste kalender hanteert is niet in staat om bijvoorbeeld de “vaste tijd” datum van Pesach in 2017 op te noemen.

“Maar Hij [Jeshua] antwoordde en zei tegen hen [de farizeeën en de sadduceeën]: Als het avond geworden is, zegt u: Mooi weer, want de hemel is rood; en ’s morgens: Vandaag storm, want de hemel is somber rood. Huichelaars! De aanblik van de lucht weet u wel te onderscheiden, en kunt u de tekenen van de tijden niet onderscheiden?” (Mat.16:3-4)

Dit wil niet zeggen dat al het onderwijs van de Farizeeën en Sadduceeën on-Bijbels is, Jeshua zegt: “pas op! Let op de (vaste) tijden die zij niet kunnen onderscheiden” en dus onjuist in hun Babylonische kalender wordt weergegeven. Wees een Bereaan en onderzoek of al deze dingen (onderwijs) zo zijn (Hand.17:11).

Haggaï 2:2       In de zevende maand, op de eenentwintigste van de maand, kwam het woord van Jahweh door de dienst van de profeet Haggaï.

Op de eenentwintigste dag van de zevende maand Ethanim, op de laatste dag van Soekot kwam opnieuw het Woord van Jahweh tot Haggaï. Het volk werd herinnerd aan het verbond dat zij met Jahweh in de woestijn hadden gesloten toen zij uit Egypte verlost werden (vers 6). Zij kregen de opdracht om sterk te zijn en door te werken met de herbouw van de tweede tempel totdat deze was voltooid (vers 5). Dan volgen er profetische woorden die in de tijd van Haggaï niet in vervulling zijn gegaan.

Haggaï 2:7-8    Want zo zegt Jahweh van de legermachten: Nog één ogenblik, en dat is een korte tijd, dan zal Ik de hemel, de aarde, de zee en het droge doen beven. Ik zal alle heidenvolken [Goy] doen beven. Zij zullen komen naar het verlangen van alle heidenvolken [Goy] en Ik zal dit huis vullen met heerlijkheid, zegt Jahweh van de legermachten.

Opmerkelijk is dat Jahweh het teken in de kosmische hemel in bovenstaande vers aanhaalt. Dit is profetisch omdat in de periode van Haggaï geen rol was weggelegd voor alle heidenvolken. Efraïm, de kleinzoon van Jacob, was degene die het laatste ‘eerst geboorte recht’ ontving. Er is verder niemand meer na hem gekomen die deze zegen ontving. Verder kreeg Efraïm de belofte van een volheid der heidenvolken [Goy] (Gen.48:19b).
Vervolgens geeft Jahweh nog een belofte door in deze profetie: “De heerlijkheid van dit toekomstige huis zal groter zijn dan die van het eerste, zegt Jahweh van de legermachten” (Haggaï 2:10).

Hier komen we een dubbele profetie tegen die je alleen kunt begrijpen als je de geschiedenis van het volk Israël hebt bestudeerd, die tot op de dag van vandaag is opgedeeld in het huis Juda en het huis Israël/Efraïm. Met de woorden ‘dit toekomstig huis’ wordt dan ook verwezen naar zowel:
a) de bouw van de tweede tempel waar men ten tijde van Haggai mee bezig was, als naar
b) het huis Israël/Efraïm dat zich nog onder de heidenvolken (GOY) bevindt, dat vanaf die dag met het huis Juda wordt samengevoegd.

We weten dat de Heerlijkheid van Jahweh, de wolk die in de eerste tempel aanwezig was, deze eerste tempel verlaten heeft (Ezechiël 10:18; 11:23). We weten ook dat deze Heerlijkheid is teruggekeerd in de tweede tempel door de aanwezigheid van Jeshua, de Zoon van Jahweh. En we weten dat in dezelfde wolk (Shekinah) Jeshua weer terug keerde naar de Vader. In deze profetie van Haggai wordt er dan ook gesproken over een derde tempel omdat vers 10 hier spreekt van een toekomstige tempel. (De bouw van de tweede tempel was in volle gang, we zouden dan kunnen zeggen van deze tempel). Van een toekomstige tempel wordt gezegd dat de Heerlijkheid, de wolk, de Glorie van Jahweh vele malen groter zal zijn. Dat kan betekenen dat deze toekomstige tempel voor eeuwig aanwezig zal zijn.

Haggaï 2:11     Op de vierentwintigste dag van de negende maand, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van Jahweh tot de profeet Haggaï:

Na de zevende maand Ethanim komt de achtste maand Bull. De Hebreeuwse naam voor de negende maand is niet meer bekend en daarom zullen we het ‘de negende maand’ noemen. Wederom, dit is niet hetzelfde als Babylonische negende maand Kisleeuw. “Zo zegt JHWH van de legermachten: Vraag toch de priesters onderwijs in de Thora” (Haggaï 2:12). De Zadok priesters wel te verstaan die de juiste Equinoxkalender c.q. Zadokkalender van Genesis 1 vers 14 hanteren.

Nu dan, let toch vanaf deze dag en daarna aandachtig op (vers 16). Dat is vanaf de vierentwintigste dag van de negende maand volgens de Equinoxkalender c.q. Zadokkalender. En wederom voor de derde keer wordt deze datum aangehaald, maar nu wordt aangegeven dat we ook oplettend dienen te zijn op de dagen die na deze datum komen: “Let toch aandachtig op, vanaf deze dag en daarna, vanaf de vierentwintigste dag van de negende maand” (Haggaï 2:19).

Deze profetische zin wordt gevolgd door een vraagstelling die aan elke gelovige gesteld wordt en wordt gevolgd door gelijkenissen en een belofte: “Ligt er nog zaad in de schuur? Zelfs tot de wijnstok, de vijgenboom, de granaatappelboom toe, en de olijfboom, die geen vrucht gedragen heeft, die zal Ik vanaf deze dag zegenen” (Haggaï 2:20).

Waar zijn de gelovigen (zaad van Abraham) die net als Abraham in gehoorzaamheid de Thora in hun leven toepassen en daardoor door Jahweh werd uitgekozen? “Omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten (THORA) in acht genomen heeft” (Gen.26:5). Wie kan zich verenigen met de wijnstok, de vijgenboom, de granaatappelboom en de olijfboom? Deze vruchten hebben betrekking op, en zijn een gelijkenis van heel het volk Israël, het huis Juda en het huis Israël/Efraïm. Want alleen aan hen zal Jahweh op die dag en vanaf die dag zegenen en over het overige de toorn laten komen.
Het is op deze dag, de vierentwintigste van de negende maand dat “Ik [Jahweh] zal doen beven de hemel en de aarde. Ik zal de troon van de koninkrijken omverwerpen en de kracht van de koninkrijken van de heidenvolken wegvagen” (vers 22-23).

Haggaï 2:24     Op die dag, spreekt Jahweh van de legermachten, zal Ik u, Zerubbabel, zoon van Sealthiël, Mijn dienaar, nemen, spreekt Jahweh. Ik zal u maken tot een zegelring, want u heb Ik verkozen, spreekt Jahweh van de legermachten.

Het teken zal in ieder geval te zien zijn op de ‘vierentwintigste dag van de negende maand’ op de Bijbelse (equinox/Zadok) kalender zoals Jahweh die heeft ingesteld. Op die dag zal Hij al de Zerubbabels, het zaad/vreemdelingen uit Babel (Babel is beeld van de afgodenwereld met haar religie), de dienstknechten van Jahweh verzamelen en een nieuw verbond (zegelring) met hen sluiten zoals dat omschreven wordt in de profeet Jeremia hoofdstuk 31.
Op die dag wordt de toekomstige tempel herbouwd, niet met echte stenen maar met levende stenen. “..dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus (1Petr.2:5). “gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest” (Ef.2:20-22). “Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?”(1 Kor.6:19).

De vierentwintigste dag van de negende maand van de equinox/Zadok kalender valt dit jaar op 15 december. Dit jaar (2015) viel de herfst equinox, op de eerste dag van de zevende maand Ethanim op d.d. 23 september van de Gregoriaanse kalender . Let op, ik zeg niet perse dat dit jaar 2015 het jaar is dat ‘De Dag des Heren’ begint, maar het is niet verkeerd om deze datum in de gaten te houden. Wees extra waakzaam op 14, 15 en 16 december.

Shalom,

Winand

 

4 Responses to “De 24ste dag v/d 9de maand”

Read below or add a comment...

  1. Bas says:

    Goedendag Wienand, de 24e van de 9e maand is dat niet op de15e December ? Als 23 September de 1e dag is van de 7e maand, dan is de 30e dag van de 7e maand de 22e Oktober of heb ik dat mis ? Een maand heeft toch bijbels gezien 30 dagen ?
    Groeten Bas.

  2. Winand says:

    Shalom Bas,

    Dank je wel, voor je oplettendheid en controleren of al deze dingen wel zo zijn.
    15 december zou heel goed de dag kunnen zijn waar Haggai naar verwijst met de 24ste van de negende maand. Je hebt het waarschijnlijk dus goed.
    Ik heb een foutje gemaakt in mijn berekening.

    Tussen herfst equinox en lente equinox tel ik 179 dagen.
    Dat zijn 5 maanden van 30 dagen en 1 maand van 29 dagen.
    Ik weet niet welke van de 6 maanden er 29 dagen heeft.
    Vermoedelijk de laatste maand, dan heb je 5 maanden aaneensluitend van 30 dagen.
    Dit kan refereren naar de 150 dagen regentijd tijdens de vloedperiode.
    Aan het einde van de zesde maand (maart) krijgen de bomen bladeren.
    Maar voor de berekening maakt het niets uit.

    1 Ethanim = 23 september (=herfstequinox)
    23 september + 30 dagen (=22 oktober)

    1 Bull = 23 oktober
    23 oktober + 30 dagen (=21 november)
    1ste van de negende maand valt dan op 22 november

    22 november + 24 dagen (van Haggai) = 16 december (hier zit mijn fout)
    Dit laatste moet zijn +23 dagen (immers 22 november in de eerst dag van de negende maand)

    22 november + 23 dagen = 15 december
    Ok, is maar een berekening.

    Wees waakzaam op 14, 15 en 16 december.

    Groetjes,
    Winand

  3. j.mouthaan says:

    Heeft u ook een groot bestand van Danielleeuw.jpg

  4. Winand says:

    Shalom allen,
    Zoals jullie wellicht weten hebben wij als gezin de Babylonische (Judaïsme) kalender vaarwelgezegd en volgen al een tijdje de Hemelse kalender uit Genesis 1 vers 14 waarbij de zon en sterren de dagen en jaren bepalen. In de zevende maand Ethanim op de 10de dag is het de Heiligste dag van het jaar Jom Kippoer ook bekend als Verzoendag. Deze dag valt samen met 1 oktober op de Gregoriaanse kalender. Aanstaande zaterdag op deze grote Shabbat vieren wij dan ook deze bijzondere MOED.
    In mijn studie over Sabbat- en Jubeljaren heb ik helaas iets over het hoofd gezien. In Leviticus 25 vers 8 lees ik dat er 7 sabbatsjaren (=49 jaar) geteld moeten zijn. Dus voorbij moeten zijn. Vers 9 …Dan moet u in de zevende maand (=Ethanim), op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Vers 10 …U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie.
    Vorig jaar op Jom Kippoer heb ik gezegd dat we op de sjofar blazen om het Jubel jaar aan te kondigen dat op 1 Abib (20 maart 2016) begint. Klinkt vroom, maar is dus volgens Leviticus 25 niet juist. Het extra blazen op Jom Kippoer in de zevende maand is om het Jubeljaar te bevestigen en te proclameren, immers in de zevende maand is/komt de verlossing net als bij het volk dat uit Egypte geleid werd, voor hun was toen Abib de zevende maand. Daarna heeft de Eeuwige de maanden omgedraaid. Na veel studie en onderzoek over de jaren en kalenders achteraf (nadat ik het boek “Wees dan waakzaam” schreef) ben ik nog steeds van mening dat we in het laatste 70ste Jubeljaar leven en wel in de zevende maand Ethanim dat net begonnen is. Dat in tegenstelling tot de kalender uit het Judaïsme die met een nieuw jaar (5777) in de eerste maand Thisri aanstaande maandag begint. Voor hen is hun 70ste jubeljaar op die eerste dag (1 Thisri) van hun nieuw jaar dan ook voorbij.
    Als op de Heiligste dag van het jaar de Hogepriester in het Heilige der Heilige verzoening deed, stond het hele volk met knikkende knieën voor de tempelingang te wachten of de Hogepriester levend naar buiten kwam, want dan waren de zonden van het volk namelijk vergeven en heeft verzoening plaatsgevonden. Onze Hogepriester MEL TSEDEK is nu in de Hemelse Tempel. Zou Hij komen om de JUBEL in te luiden met de laatste Bazuin? Of moeten we nog een jaar wachten. We zullen zien. Zelf denk ik het laatste want de Dag Des Heren (die een jaar duurt) gaat aan Zijn laatste komst aan vooraf, ‘Wees dan waakzaam’.

    Shalom,
    Winand

Reageer

*