1Kor.15:51-52 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.
Er wordt veel gesproken over de terugkeer van onze Messias, Jezus. Velen zijn van mening dat we niet ver verwijderd zijn van Zijn wederkomst. Wat echter niet of weinig ter sprake komt, zijn al de gebeurtenissen die met Zijn wederkomst gepaard gaan en in hoeverre wij ons op deze gebeurtenissen kunnen of moeten voorbereiden. Dat er bizarre tijden gaan aanbreken is voor vele een bekend gegeven. Maar de hoop die Vader Jaweh Zijn kinderen geeft mogen we niet op de achtergrond plaatsen. Daarom wil ik eerst beginnen met het geheimenis te ontrafelen waar Paulus over spreekt. Want ook dat is een bijzondere gift die de Vader voor Zijn kinderen heeft klaarliggen. En dit geheimenis zal plaatsvinden bij de komst van onze oudste broer, onze Here Jezus. Eens was dit geheimenis verborgen zodat niemand het kon weten, maar Paulus ontving een woord van kennis en ontvouwde het geheimenis van God.
In deze lesbrief krijg je antwoord op de vraag ‘wat’ is het geheim. Voor ‘wie’ is het geheim bestemd en ‘wanneer’ het geheim vervuld gaat worden. Ik bid dat je gesterkt wordt met zekerheid van dingen op wat je hoopt (komt), opdat je mag weten wat de belofte is in Messias Jezus en je kunt voorbereiden op die hoopvolle dag wanneer Hij komt.
Paulus zegt dat het geheim van God in vervulling zal gaan bij (het horen) van de laatste bazuin. Let op het woordje ‘bij’, wanneer de bazuin zal klinken. De wederkomst van Jezus is niet het geheim, zo ook niet het horen van de laatste bazuin, dit wordt als algemeen bekend beschouwd. Het geheim waar Paulus over spreekt gaat over de opstanding uit de doden en voor de levenden, de verandering van een aards naar een geestelijk lichaam.
Wat is het Geheimenis?
Vader Jahweh heeft geen geheimen (meer) voor Zijn kinderen immers, Zijn Woord heeft alles geopenbaard. Natuurlijk moeten we er wel voor zorgen dat we Zijn Woord verstaan. Daarom is het ieders verantwoordelijkheid om met deze geopenbaarde kennis en wijsheid die God geeft, iets mee te doen. Je kunt nooit zeggen ‘ik heb het niet geweten’.
Paulus begint Gods geheim te verklaren met het fenomeen van de opstanding. Als eersteling is Christus (de Messias) opgestaan (Mat. 28:6Mat. 28:6
NBG-vertaling 1951 - NBG51
6 Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft.). Vervolgens, en dit gebeurt bij het horen van ‘de laatste bazuin’ die de wederkomst van Jezus inluid, ten eerst de gelovigen die in Hem gestorven zijn. Immers, deze groep wordt bestempeld als ‘de eerste vruchten’ (meervoud). Direct daarop volgend, nog steeds bij het horen van ‘de laatste bazuin’, zullen de levenden die van Christus zijn volgen. ‘Van Christus’ wil zeggen, zij die een verbond met Vader Jahweh hebben en daardoor door Jezus gekend zijn.
1Kor.15:20-24 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst.
EN But every man in his own order: Christ (first) the firstfruits (second); afterward they that are Christ’s (third) at his coming
Joh.14: 21 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart (leven overeenkomstig Gods verbond), die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
Zowel zij die in Christus ontslapen zijn als zij die in leven en van Christus zijn, maken deel uit van Gods geheimenis. De laatste groep zal het geheim van God in levende lijve gaan ondervinden. Een hoopvol vooruitzicht!
We hebben in de lessen over Gods Charisma geleerd hoe je door de Geest van God geleidt kunt worden. Dit leerproces om Hem boven je eigen wil (ik) te stellen is om te kunnen groeien naar zonen en dochters van Vader Jahweh. Zij zullen vanwege deze geestelijke houding en wandel hun stoffelijk (aardse) lichaam zien veranderd worden in een hemels en geestelijk lichaam. Want vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beërven (1 Kor. 15:501 Kor. 15:50
NBG-vertaling 1951 - NBG51
Het einde
50 Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet.). In de brief aan de gemeente te Tessalonicenzen legt Paulus, Gods geheimenis nogmaals uit welke hij wederom door een Woord van God verkregen heeft.
1Tes.4:15-17 Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.
We zien hier exact dezelfde opstandingkenmerken als in de Korinthe brief. Eerst zij die ontslapen zijn en vervolgens de levenden die van Christus zijn. Daarnaast lezen we de bevestiging dat dit proces plaatsvindt bij de wederkomst van onze Messias, Jezus en bij het horen van een bazuin. Vervolgens noemt Paulus nog twee extra kenmerken, op het moment van een ‘teken’ en bij het ´roepen van een aartsengel´. Merk ook op dat Paulus ‘de laatste bazuin’ hier ‘een bazuin Gods noemt’. God hoeft overigens niet zelf op de bazuin te blazen, Hij zal daar wel opdracht voor geven. In Openbaringen lezen we dat God het is die zeven bazuinen aan zeven engelen geeft.
Op.8:2 En ik zag de zeven engelen, die voor God staan, en hun werden zeven bazuinen gegeven.
Waar komt Gods geheimenis eigenlijk vandaan? Hij moet het ooit een keer in Zijn Woord hebben op laten schrijven. We kunnen dit lezen in Daniël hoofdstuk 12, daar zegt God woorden tegen Daniël die hij vervolgens geheim moest houden totdat er een moment zou aanbreken wanneer God het geheim zou opheffen.
Dan.12:4 Maar gij, Daniel, houd de woorden verborgen (geheim), en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen.
In de eerste plaats was dat in de tijd van Paulus onderwijs aan de gemeente in Korinthe (1 Kor. 15:51-521 Kor. 15:51-52
NBG-vertaling 1951 - NBG51
51 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden,
52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.). Later en dat is nu, in de laatste dagen wanneer de eindtijd aanbreekt, zal deze kennis over Gods geheimenis verder geopenbaard worden aan hen die daar onderzoek naar doen. De kennis van God en van Zijn Woord, die je in de eindtijd nodig hebt zal alleen vermeerderd worden als je er onderzoek naar doet. Daarom zegt Hosea:
Hos.4:6 “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet (Het Verbond, De Tora, Het Woord van God) van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten.
Paulus stond bekend als een gedegen Schriftgeleerde (Tenach), als student stond hij direct onder leiding van rabbi Gamaliël, kleinzoon van de beroemde Hillel. God was hem niet vergeten, vandaar dat hij een Woord van Kennis over deze verborgenheden van Gods Geest ontving. De woorden die Daniël als een geheimenis opschreef werden door Paulus in zijn brieven toegelicht met de kennis die hij toen ontving. Let op de woorden die Daniël opschreef, dit is een complete match met de woorden die Paulus ontving en onderwees.
Dan.12:1-3 Te dien tijde zal Michael opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden. Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen. En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos.
We zien het geheim van God over de opstanding waar Paulus over spreekt overeenkomt met de destijds geheime woorden die Daniël moest opschrijven. Eerst dat de ontslapenen in Christus zullen ontwaken en vervolgens zij die van Christus zijn, zij zullen stralen. Het stralen als de glans van de sterrenhemel verwijst naar het nieuwe lichaam dat zij zullen ontvangen.
De verwijzing van Paulus bij een ‘roep van een aartsengel’ (1 Tes. 4:161 Tes. 4:16
NBG-vertaling 1951 - NBG51
16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;) wordt hier door Daniël bij name genoemd als de aarstengel Michael. Nu weten we ook wat zijn taak zal zijn; het bijstaan van de uitverkorenen in de zware en moeilijke tijd die komen zal. Maar wees gerust, Vader Jahweh belooft dat er vanuit de verdrukking ontkoming zal zijn. God belooft hier aan Zijn kinderen bescherming in een tijd van benauwdheid die volgens vers vier in de eindtijd plaats vindt. Daar zit echter wel een voorwaarde aan vast, het geldt alleen voor hen die geschreven staan in het boek des levens (Op. 3:5Op. 3:5
NBG-vertaling 1951 - NBG51
5 Wie overwint, zal aldus bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen.).
In het verleden heb ik een computer servicebureau gehad waarbij ik een speciale map bijhield met alle contracten die ik met mijn klanten afgesloten had. Ik was de contractgever die de regels opstelde. Wanneer de contractnemers aan de voorwaarden voldeden, genoten zij van de service die ik gaf want ik wist precies wie mijn klanten waren en of zij aan mijn voorwaarden voldeden. Persoonlijk denk ik dat ‘het boek des levens’ het verbondsboek is waar Gods verbondskinderen in vermeld staan. Als je naam daarin geschreven staat, is het een garantie dat je door God gekend wordt.
Daniël beschrijft deze groep als ‘verstandigen’ en vermeld daarbij dat zij velen tot gerechtigheid hebben gebracht en nog velen tot gerechtigheid zullen brengen. Belangrijk om te weten is dat Daniël van deze verstandige gelovigen, zij die Gods Gerechtigheid in hun leven toepassen, het volgende meldt. Zij kennen (verstaan) Gods geheimenis.
Dan.12:9-10 Doch hij zeide: Ga heen, Daniel, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd. Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren, maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen der goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.
Voor wie is het geheim bestemd?
Wie zijn die verstandige gelovigen in de eindtijd die het geheimenis van een nieuw opstandinglichaam in levende lijve zullen meemaken? Van hen zegt Daniël, dat zij zich laten reinigen, zuiveren en louteren. En dat kan natuurlijk alleen door Het Woord van onze God en Vader, Jahweh en Zijn Geest. Deze ‘verstandige gelovigen’ verstaan (weten) wanneer ‘de laatste bazuin’ zal klinken. Want zij zijn kinderen van het licht (woord).
1 Tess.5:4-5 Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags.
1 tess.5:2 immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht.
De anderen die zich van Gods Woord en de Geest van het Nieuwe Verbond (Jer.31:33) distantiëren worden door Daniël goddelozen genoemd. Zij volgen immers Gods levensinstructies (Tora) niet op. Kenmerkend is dat deze onverstandige de boodschap van Daniël (en Paulus) niet zullen verstaan. Vandaar dat de onverstandige vaak uitspraken doet waar je niets aan hebt zoals de bewering dat niemand de dag en het uur van Zijn wederkomst kan weten.
Mat.24:36 Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen. (zie ook Marc.13:32)
(Het tekstgedeelte ‘ook de Zoon niet’ staat niet in de grondtekst). Maar ‘die dag’ waar Jezus hier naar verwijst is niet de dag van Zijn wederkomst, maar van een dag waar de Bijbel ons nauwelijks iets over leert, een dag wanneer de (huidige) aarde en hemel voorbij zullen gaan.
Mat.24 34-35 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Doch van die dag en van die ure weet niemand,
Je ziet al snel dat het heel eenvoudig is om in een leugen of valse leer van de tegenstander (satan) te geloven. Satan is een meester in het verdraaien van Bijbelteksten. Nee, Vader Jahweh laat Zijn kinderen niet in de steek noch in het ongewisse. Daarom zal Hij Zijn verbondskinderen op de hoogte brengen van de dag en het tijdstip wanneer Jezus als Koning naar de aarde zal terugkeren.
Amos3:7 Voorzeker, de Here JHWH doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten.
Ik moet denken aan de gelijkenis van Jezus over de vijf wijze en vijf dwaze maagden. In deze gelijkenis die zich in dezelfde eindtijd afspeelt, zegt Jezus over de dwaze maagden het volgende; (“Later kwamen ook de andere maagden (de dwaze) en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet” (Mat 25:11-12Mat 25:11-12
NBG-vertaling 1951 - NBG51
11 Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open!
12 Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet.). Voor verdere uitleg over deze gelijkenis, zie lesbrief 1 en 2)
“Ik ken je niet”. Een zeer afwijzende uitspraak tegen gelovigen die ook een lamp, het Woord van God in hun bezit hebben. Wat is de reden waarom Jezus tegen de dwazen zegt, “Ik ken u niet”? Wat deden de dwaze maagden juist wel of juist niet dat zij niet in het boek des levens geschreven stonden?
Het feit dat Jezus zegt dat Hij de dwaze niet kent, betekent dat Jezus niet hun Heer is. Met andere woorden, zij brengen het onderwijs van Jezus niet in de praktijk. Zij volgen Vader Jahweh’s instructies die opgeschreven staan in de Tora, niet op. De dwaze maagden vallen dus in dezelfde categorie als de ‘onverstandigen’ waar Daniël over schrijft. Dat is misschien heel crue gezegd, zul je zeggen. Maar laten we kijken wat Jezus zelf hier op te zeggen heeft en wat de ware reden is waarom Hij gezegd heeft dat Hij ze niet kent.
Mat.7:22-24 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots.
Hier zien we weliswaar een andere groep gelovigen, die zelfs de werken doen die Jezus ook gedaan heeft. En toch geeft Jezus hetzelfde antwoord aan deze groep gelovigen als het antwoord tegen de dwaze maagden. ´Ik ken je niet´ is hetzelfde als ´Ik heb je nooit gekend´. Het gebruik van de naam van Jezus en het doen van werken in Zijn Naam geeft dus geen enkele garantie om bij de verstandige te horen. Vervolgens geeft Hij de reden waarom niet. De dwaze maagden die door Jezus niet gekend worden zijn werkers der wetteloosheid. Dat betekent zonder Tora, Gods levensinstructies, ofwel dat zij Gods Verbond niet hebben geaccepteerd maar verworpen hebben. Merk op wat Jezus van hen die Gods Verbond in praktijk brengen zegt; zij zijn als een verstandig man, waar Daniël van heeft geprofeteerd ´de verstandige zullen het verstaan´ (Dan. 12:10Dan. 12:10
NBG-vertaling 1951 - NBG51
10 Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren, maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen der goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.).
Op.14:12 Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.
Is het niet frappant dat in het laatste Bijbelboek een oproep wordt gedaan om ons te houden aan de geboden van Vader Jahweh. Wanneer we Gods geboden niet meer zouden hoeven te doen en we alleen onder de genade zouden leven, waarom wijst de Openbaringen van Jezus ons dan zo nadrukkelijk om Gods geboden te onderhouden? Denk hier eens rustig over na!
Bij het horen van ´de laatste bazuin´ gaat het er vooral om dat je de bazuin kunt horen (zien) en verstaan (begrijpen). Zelfs waar, wanneer en hoe je het kunt horen, zal alleen begrepen kunnen worden door de verstandige, de wijzen die vanuit Gods Verbond leven. Want het heeft geen enkele zin om ‘de laatste bazuin’ te horen als je net als de dwaze maagden je niet hebt voorbereidt, immers je zou het volgens Daniël niet eens kunnen verstaan (begrijpen).
Wanneer gaat het geheim vervuld worden?
Uit bovenstaande vers (1.Tes. 5:15es. 5:15
NBG-vertaling 1951 - NBG51
15 Dan wordt de mens verlaagd en de man wordt vernederd, ook worden de ogen der hoogmoedigen vernederd.) hebben we gelezen dat ‘de laatste bazuin’ zal klinken op de dag wanneer Jezus wederkomt en synoniem is met ‘een bazuin Gods’. ‘Een bazuin van God’ wil zeggen dat God de initiator is, Hij bepaalt wanneer. De vraag is, kunnen we weten wanneer dat is?
Vader Jahweh heeft alle belangrijke gebeurtenissen aangaande Zijn Zoon Jezus vastgelegd op vaste tijden (in het jaar) en hier met Zijn verbondskinderen eeuwige afspraken over gemaakt. Op deze dagen ontmoet Vader Jahweh Zijn kinderen, zij die dus dezelfde afspraken nakomen en hun agenda hierop hebben afgestemd. Zo worden we in herinnering gebracht aan datgene wat Jezus voor ons gedaan heeft. Maar wat nog belangrijker is, is dat het ons eraan herinnert aan de komende gebeurtenissen die plaats gaan vinden bij Zijn wederkomst.
We weten dat Jezus op al de afspraken met betrekking tot Gods voorjaars-feesten aanwezig is geweest (Zie de lesbrief over “Gij weet de dag noch het uur”). Voor wat de najaarsfeesten en de sabbat betreft, weten we dat Hij nog terug moet komen omdat Hij gezegd heeft dat Hij alle feesten persoonlijk gaat vervullen. De afspraak die gemaakt is van de werkelijke vervulling van de najaarsfeesten door Jezus Christus staat dus nog open.
Mat.5:17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet (Tora, Gods Verbond) of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
Om te kunnen begrijpen hoe deze afspraken zijn ontstaan, wat zij betekenen en met welk doel Jaweh deze afspraken met Zijn kinderen, inclusief Zijn Zoon Jezus heeft gemaakt, moeten we terug naar het begin van de schepping.
Gen.1:14 En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren.
EN And Elohim said, Let there be lights in the firmament of the shamayim to divide the day from the night; and let them be for signs-witnesses, and for moadim, and for days, and years.
Het woordje ´aanwijzing´ komt van het Hebreeuwse woord OTH en betekent naast aanwijzing ook ‘een teken’ als een getuigenis van wat daarna komt. (Herinner de woorden van Paulus, “want de Here zelf zal op een teken” 1Tes. 4:15-17es. 4:15-17
NBG-vertaling 1951 - NBG51
.) De woorden ‘vaste tijden´ afkomstig van het Hebreeuwse woord MOËD (Moadiem is meervoud) is een verwijzing naar een vast moment (in de toekomst). Moadiem wordt in onze Bijbels verder vertaald als Gods feesten of feesttijden.
God heeft een zevenduizend jaar durende agenda/kalender waarin al deze belangrijke Moadiem aangaande Gods Koninkrijk, zeer nauwkeurig op de dag en uur is vastgelegd. Dat hebben we gezien bij alle belangrijke gebeurtenissen rondom Jezus eerste komst. Zo zal het ook zijn voor de komende gebeurtenissen (Moadiem) die bij Zijn wederkomst zullen gaan plaatsvinden.
Lev.23:1-3 De HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: De feesttijden des HEREN, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn mijn feesttijden. Zes dagen mag arbeid verricht worden, maar op de zevende dag zal er een volkomen sabbat zijn: een heilige samenkomst; generlei arbeid zult gij verrichten, het is een sabbat voor de HERE in al uw woonplaatsen.
EN And JHWH spoke to Moshe, saying, Speak to the children of Yisrael, and say to them, the moadim of JHWH, which you shall proclaim to be miqra kedoshim, even these are My moadim. Six days shall work be done: but the seventhday is a Shabbat-Shabbaton of rest, miqra kodesh. You shall do no work in it: it is the Shabbat of JHWH in all your dwellings.
Merk op dat de Moadiem (feesten van God) geen exclusiviteit voor het Joodse volk is, maar voor het volledige volk Israel. Dus ook zij die geënt zijn (Rom. 11:17Rom. 11:17
NBG-vertaling 1951 - NBG51
17 Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen,) en het Israëlische burgerrecht verworven hebben (Ef. 2:10-12Ef. 2:10-12
NBG-vertaling 1951 - NBG51
10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
De eenheid der gemeente
11 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is,
12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.). Het volk Israel zijn zij die het verlangen hebben om Vader Jahweh te dienen. In de Engelse vertaling zien we dat de sabbat en de feesten een miqra kodesh zijn. ‘Kodesh’ betekent ‘heilig’ of beter ‘apart gezet’. En ‘miqra betekent ‘oproep’, ‘bijeenroepen’, ‘samen komen’ of ‘generale repetitie’.
De sabbat is Gods eerste teken en feestdag om alle gelovigen die over de hele wereld verspreid zijn, één te maken. Vader Jahweh roept ons op om dit op Zijn afgesproken vaste tijden (op de zevende dag) te proclameren. We zien twee doelstellingen waarom onze Vader ‘een teken’ geeft.
- Het is om je eraan te herinneren en je hoeft alleen je eigen agenda op die van Hem af te stemmen. Zo heeft Jahweh één heilige dag in de week apart gezet om Hem op die speciale dag te ontmoeten. Want God is heilig, de sabbat is heilig, zo ook Zijn kinderen.
- Het teken (van de sabbat) is een aanwijzing voor een belangrijke gebeurtenis die nog vervuld gaat worden. Paulus noemt het een schaduw van wat nog komen gaat.
Kol.2:16-17 Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.
(Het woordje ‘slechts’ staat niet in de grondtekst). Wat Paulus hier tegen de
“verstandige” gelovige zegt is; laat je niet door de onverstandige van de wijs brengen omdat zij willen beweren dat je Gods feesten niet meer hoef te vieren. Paulus maant de gelovigen aan om deze feesten van Jahweh te blijven vieren, want deze zijn een afspiegeling van hetgeen dat komen gaat en dat door Jezus vervuld gaat worden. Door de feesten nu te vieren als een miqra (generale repetitie) bereidt je jezelf voor op de vervulling hiervan.
Het is niet voor niets dat Jezus ons aan de sabbat herinnert wanneer we in het einde der tijden leven. “Bidt, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat” (Mat. 24:20Mat. 24:20
NBG-vertaling 1951 - NBG51
20 Bidt, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat.) ook dit is een miqra kodesh. Bedenk dat 1 dag bij de Heer is als 1000 en 1000 als 1 dag (2 Petr. 3:82 Petr. 3:8
NBG-vertaling 1951 - NBG51
8 Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.). Sabbat is de zevende dag en wijst (is een schaduw) naar het zevenduizendjarig Koninkrijk, dat komende is. Voor de verstandigen die Gods instructies opvolgen is het houden van de sabbat een teken dat zij het met Gods Verbond eens zijn geworden. Door deel te nemen aan de wekelijkse sabbat sluit je met Vader Jahweh een verbond die je recht geeft om de vervulling daarvan. Door deel te hebben aan de ‘zevendedag’ sabbat geef je God te kennen dat je ook deel wilt hebben aan de ‘zevenduizendjarig’ sabbat. “Want de Zoon des mensen is heer [Koning] over de sabbat.” (Mat.12:8)
Ex.31:16-17 De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond. Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.
Het verbond is gesloten met Israëlieten, Gods verbondskinderen, de verbondskinderen uit het Joods volk is daar een deel van, net als jij en ik die een verbond met God, Vader Jahweh hebben gesloten (Ef.2:10-12). Deze zijn de gelovigen die door Jezus bestempeld worden als ‘verstandig en wijs’. Met welk doel de Vader de sabbat als aanwijzing (teken) heeft gegeven en hoe de vervulling van de (dag)sabbat in zijn werking zal treden, kun je lezen in de Hebreeën brief hoofdstuk 4.
Vader Jahweh laat je niet onbekend met Zijn aanwijzingen (tekenen) die je informatie geven over een zekere toekomst. Als je ook Zijn afspraken op Zijn Moadiem, ‘vaste tijd’ onderhoudt, ben je in staat om ‘de laatste bazuin’ te kunnen horen (verstaan). De eerstvolgende Moëd, feestdag waar Jezus voor terug moet komen om die te vervullen, zoals Hij gezegd heeft (Mat. 5:17Mat. 5:17
NBG-vertaling 1951 - NBG51
Jezus en de wet
17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.) is het feest van de bazuinen.
Lev.23:23-25 En de HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten: In de zevende maand, op de eerste der maand, zult gij een rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst. Generlei slaafse arbeid zult gij verrichten en gij zult de HERE een vuuroffer brengen.
Wordt vervolgd.
Eph.5:6-17 Laat niemand u misleiden met drogredenen, want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. Doet dan niet met hen mede. Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, (want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid), en toetst wat de Here welbehagelijk is. En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht. Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
Deel 9 uit de serie: De Charisma van onze Vader, JHWH
Elke ware gelovige heeft de Heilige Geest als een Gave van JHWH ontvangen om hem of haar leven met kracht, liefde en met een gezond verstand bij te staan.
2Tim.1:7 Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.
Om een kind van God te willen zijn is het noodzakelijk om De Geest van God te ontvangen. Hiermee word je door God geleidt om te leven in overeenstemming met Zijn wil. Zijn wil heeft Hij laten opschrijven in de Tora; Zijn levensinstructies voor een volk in Zijn komende Koninkrijk. Dit is een leven vanuit het Nieuwe Verbond dat door Jezus de Messias tot stand is gebracht. (Jer. 31:31-34Jer. 31:31-34
NBG-vertaling 1951 - NBG51
31 Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.
32 Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN.
33 Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
34 Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.). Immers, Jezus was het smetteloos lam waar door het mogelijk geworden is om een kind van God te worden. Met Zijn bloed verzegelde hij als het ware het deksel van de ark van het verbond waarin de instructies van God liggen. Echter, door toedoen van de Heilige Geest schrijft Hij nu, deze levensinstructies in de harten van Zijn kinderen waardoor zij vanuit Zijn liefde in vreugde, blijdschap en vrede kunnen wandelen in overeenstemming naar Zijn wil.
Rom.8:14 Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen [en dochters] Gods.
In de vorige les hebben we het even gehad over leven en dood. Het nieuwe leven welke je van Vader JHWH ontvangen hebt, heeft alles te maken met Zijn Charisma dat God aan je wilt geven. JHWH wil met Zijn Charisma door je heen werken, omdat het je wel gaat. Daarnaast zul je Zijn leiding hard nodig hebben, want je kunt (in moeilijke tijden) alleen op Hem vertrouwen. Gods Geest zal je de weg naar Zijn Koninkrijk wijzen en door het toepassen van Zijn Gerechtigheid weet je straks hoe het in Zijn Koninkrijk er aan toe gaat.
Rom.8:6-10 Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet [Verbond] Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.
In deze laatste dagen, zullen nog vele ongelovigen van dit evangelie van het Koninkrijk Gods horen. Als jij je geroepen voelt om als apostel (zendeling) deze taak op je te nemen? Dan kan deze laatste les over Gods Charisma ‘het spreken in tongen’ en ‘het vertalen van het spreken in tongen’ wellicht een bijdrage voor je roeping zijn.
1Kor.12: 1 Ten aanzien van de uitingen des geestes, broeders, wil ik u niet onkundig laten.
1Kor.12:10 aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen.
Hoewel Paulus hier de laatste Geestes uitingen opnoemt, is zijn onderwijs over Gods Charisma daarmee nog niet afgelopen. In de volgende verzen, (na 1 Kor. 12 vers 11) vervolgt hij zijn onderwijs met de reden waarom (nieuwe) gelovigen door Gods Geest geleid dienen te worden en waarom JHWH Zijn manifestaties door Zijn Geest aan de gelovigen doorgeeft. Je kunt dit opmaken omdat Paulus twee maal het woordje ‘Want’ gebruikt.
Vers 12 Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt.
Er is één Geest, zo is er ook maar één lichaam, en dit ene lichaam is slechts één Eklesia (kerk) bestaande uit verscheidene personen uit alle volkeren (inclusief het Joodse) die één ding gemeen hebben. Zij zijn allen met één en dezelfde Geest vervuld. Nog één maal, één universele lichaam (kerk/volk) van alle gelovigen op aarde die de voorwaarde, de leiding van de Heilige Geest om te kunnen wandelen in Gods Gerechtigheid hebben geaccepteerd en daardoor medeburgers van Israel zijn geworden.
Ef.2:10-12 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken [Gods Gerechtigheid] te doen, die God tevoren [in Zijn Tora] bereid heeft, opdat wij daarin [Gods Gerechtigheid] zouden wandelen. Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israels en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.
Helaas begrijpen velen dit wereldwijde eenwordingsproces van Gods Geest niet. Dat is één van de redenen waarom er zoveel misverstanden en misleidingen over Gods Charisma is, vooral over ‘het spreken in tongen’. Zonder het te beseffen wordt het tegenovergestelde bewerkstelligd, geroepen gelovigen worden verdeeld en van elkaar gescheiden. Dit kan nooit Gods bedoeling zijn met dit charisma.
Vanaf de zondeval is het altijd Gods plan geweest om de wereld te bereiken met het Evangelie van Zijn Koninkrijk. Hij koos daar als eerste één man voor uit; Abra(ha)m. Toen God Abram voor het eerst riep (Gen. 12:1-2Gen. 12:1-2
NBG-vertaling 1951 - NBG51
De roeping van Abram
12
1 De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal;
2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn.) maakte JHWH bekend waarom: en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. En Abram gehoorzaamde direct en ging heen daar waar God hem gewezen had. Abram, hij wordt de geloofsvader voor alle volkeren genoemd. Weet je ook waarom? Vanwege zijn onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. God zei; “Ga” en Abram ging.
Stel je voor één lichaam, één bruid die zich nu aan gereed maken is om straks als énige vrouw naast JHWH in Zijn komende Koninkrijk te mogen gaan regeren. Om dit te kunnen bereiken, gebruikt JHWH onder andere Zijn Charisma van het spreken in tongen en het vertalen van tongen. Met het doel om al die (on)gelovigen uit de volkeren, op één lijn te krijgen.
In de Tenach (O.T.) was het volk Israel die deze belofte/opdracht van God aan Abraham voortzette. Het aantal vreemdelingen (niet Israëlieten) die zich bij het uitverkoren volk aansluit was erg laag. Door de komst van het (ver)Nieuwe(de) Verbond (Jer. 31:31Jer. 31:31
NBG-vertaling 1951 - NBG51
31 Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.) dat door Jezus werd gerealiseerd heeft de blijde boodschap, het evangelie van Gods Koninkrijk een nieuwe impuls gekregen. Nu is het God Zelf die met Zijn Eigen Geest door gehoorzame gelovigen heen de overige volkeren van deze wereld met het Evangelie van Zijn Koninkrijk gaat bereiken. Dit is dan ook de hoofdreden geweest waarom Jezus de opdracht gaf waarbij Gods Charisma ‘het spreken in tongen’ ter sprake komt.
Marc.16:15-17 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken.
Aan de discipelen die bij Hem waren gaf Jezus voor het eerst de opdracht om de wereld in te gaan om het Evangelie van het God’s Koninkrijk te verkondigen. En het maakte niet uit of de ongelovigen in een andere taal spraken. Wie in de Tora, Gods levensinstructies gingen geloven, dat wil zeggen net als Abraham accepteren en gehoorzamen, moesten zich laten dopen tot vergeving van hun oude wandel die in de zonde lag en zij werden vervuld met Gods Geest die hen leidde naar de Volle Waarheid (Joh. 3:3,5Joh. 3:3,5
NBG-vertaling 1951 - NBG51
3 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.) zodat zij in staat zouden zijn om het komende Koninkrijk van God in te kunnen gaan.
De gelovigen aan wie Jezus deze zendingsopdracht gaf, zou JHWH bijstaan met het charisma van kracht om de boze geesten uit te kunnen drijven en voor de volkeren die in een andere taal spraken, met het charisma om te kunnen spreken in die vreemde maar bestaande taal, oftewel het spreken in tongen. Voor de gelovigen, zij die in de bediening staan (in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven) was het een nieuwe taal. Daar zal ook het charisma van vertalen van tongen bij komen kijken. Want wat moet je als een wildvreemde die jou taal niet spreekt opeens begint te antwoorden.
Deze zendingsopdracht van Jezus, met de benodigde charisma’s heeft haar aanvang op de pinksterdag waarop ook de beloofde gave/gift in vervulling ging, dat JHWH Zijn Geest heeft gegeven. We kunnen dit lezen in Handelingen 2. Om de juiste toedracht van deze belangrijke gebeurtenis te kunnen begrijpen zul je de aanloop (Handelingen 1) ook moeten lezen. De uitstorting van Gods Geest en het spreken in vreemde talen was het gevolg van de gehoorzaamheid van de twaalf apostelen.
Hand.1: 2- 3 tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.
De blijde boodschap ‘het Evangelie van Gods Koninkrijk’ staat bovenaan op de agenda. Nogmaals herhaalt Jezus hier in voorbereiding (net als in Marcus 16 vers 15), nadrukkelijk het belang van deze wereldevangelisatie, waar tevens het werk van Gods Geest centraal staat (zie het hoofdstuk over het charisma ‘Kracht’).
Hand.1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.
Lucas de schrijver van het boek Handelingen die zelf ook deel uit maakte van de groep van de twaalf apostelen, benoemt de apostelen die het spreken in tongen ontvingen met ‘zij’ (vers 12 en 13). In vers 14 wordt deze groep door Lucas bestempeld als ‘allen’.
Hand.1:12-13 Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan. En toen zij in de stad gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden: Petrus en Johannes en Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus.
Inclusief hijzelf (Lucas) gaat het hier duidelijk over de twaalf apostelen van Jezus samen met enige vrouwen en directe familie van Jezus.
Hand.1:14 Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
Op de dag na de zevende sabbat, na de kruisiging van Jezus, werd zoals beloofd, De Heilige Geest gegeven. En volgens de instructies uit de Tora kwamen de twaalf apostelen op deze Pinkster-Pelgrimsdag (zie Lev. 23:15-22Lev. 23:15-22
NBG-vertaling 1951 - NBG51
15 Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn;
16 tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult gij een nieuw spijsoffer de HERE brengen.
17 Uit uw woonplaatsen zult gij twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de HERE.
18 Bij het brood zult gij zeven gave eenjarige schapen offeren en een jonge stier en twee rammen; zij zullen een brandoffer voor de HERE zijn, met de bijbehorende spijsoffers en plengoffers, een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de HERE.
19 Dan zult gij een geitebok ten zondoffer, en twee eenjarige schapen ten vredeoffer bereiden.
20 En de priester zal ze bewegen, bij het brood der eerstelingen, als beweegoffer voor het aangezicht des HEREN bij de twee schapen: zij zullen de HERE heilig zijn, zij zijn voor de priester.
21 Op deze zelfde dag zult gij een oproep doen uitgaan, gij zult een heilige samenkomst hebben, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten; het is een altoosdurende inzetting, in al uw woonplaatsen, voor uw geslachten.
22 Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben de HERE, uw God.) in Jeruzalem bij elkaar. Lucas vervolgt zijn verhaal over dezelfde groep gelovigen (de twaalf Apostelen, de vrouwen en familie van Jezus) en noemt hen nog steeds ‘allen’.
Hand.2:1 En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen. En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.
Precies zoals Jezus aan de twaalf apostelen voorzegd en geboden heeft (Marc. 16:15-17Marc. 16:15-17
NBG-vertaling 1951 - NBG51
15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.
16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.
17 Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken,) ontvingen ‘zij’, de apostelen het charisma om in tongen/vreemde talen te spreken. Het doel moge nu wel bekend zijn, maar voor hen die het (nog) niet door hebben geeft Lucas voor alle zekerheid nog een bevestiging.
Vers 5-8 Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?
Door gehoorzaamheid aan de oproep in de Tora (Lev. 23:15-22Lev. 23:15-22
NBG-vertaling 1951 - NBG51
15 Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn;
16 tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult gij een nieuw spijsoffer de HERE brengen.
17 Uit uw woonplaatsen zult gij twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de HERE.
18 Bij het brood zult gij zeven gave eenjarige schapen offeren en een jonge stier en twee rammen; zij zullen een brandoffer voor de HERE zijn, met de bijbehorende spijsoffers en plengoffers, een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de HERE.
19 Dan zult gij een geitebok ten zondoffer, en twee eenjarige schapen ten vredeoffer bereiden.
20 En de priester zal ze bewegen, bij het brood der eerstelingen, als beweegoffer voor het aangezicht des HEREN bij de twee schapen: zij zullen de HERE heilig zijn, zij zijn voor de priester.
21 Op deze zelfde dag zult gij een oproep doen uitgaan, gij zult een heilige samenkomst hebben, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten; het is een altoosdurende inzetting, in al uw woonplaatsen, voor uw geslachten.
22 Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen: Ik ben de HERE, uw God.), kwamen op deze Pinkster-Pelgrimsdag Israëlieten bijeen afkomstig uit verschillende landen. Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, (vers 9 en 10). Merk op dat de het spreken in tongen niets anders is dan het spreken in een vreemde maar bestaande taal. Er is niets geheimzinnigs bij het spreken in tongen/vreemde taal.
Lev.23:21 Jullie moeten die dag als heilige dag samen vieren en mogen dan niet werken. Dit voorschrift blijft voor jullie voor altijd van kracht, generatie na generatie, waar je ook woont.
Dan begint Petrus te spreken, maar ook de elf andere apostelen (Hand. 2:11Hand. 2:11
NBG-vertaling 1951 - NBG51
11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken.) beginnen het Evangelie van Gods Koninkrijk te verkondigen. Op die dag kwamen 3000 Israëlieten, voornamelijk Joden, tot geloof. Het startsein was gegeven en wereldevangelisatie werd een feit. Het duurde niet lang of het Evangelie van het Koninkrijk Gods bereikte ook in getale de niet Israëlieten. In Handelingen 10 kunnen we lezen dat ook de heidenen tot geloof kwamen.
Hand.10:44-47 Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis [Israëlieten], die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken.
Ook zij (de heidenen) ontvingen de gift van JHWH, Zijn Geest. “Want ook zij hoorden” (in vers 46) de apostelen in hun eigen taal de grote daden van God verkondigen. “Zij hoorden” is een verwijzing naar de laatste genoemde groep personen. Hier is dat de groep heidenen die tot geloof gekomen zijn en Gods Geest als gave ontvingen. In de laatste gedeelte van de zin is “hen” een verwijzing naar de apostelen. Wederom zien we een exacte vervulling van de zendingsopdracht zoals Jezus gesproken heeft in (Marc. 16:15-17Marc. 16:15-17
NBG-vertaling 1951 - NBG51
15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.
16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.
17 Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken,). En Paulus bevestigt dit nog eens in zijn onderwijs:
1Kor.14:22 Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.
Wat Paulus zegt, is dat het spreken in tongen/vreemde talen een teken voor ongelovigen is, uitgesproken door gehoorzame gelovigen onder leiding van Gods Geest. Een mooi voorbeeld is die van Corrie ten Boom en Betty Smit die Gods Charisma van het spreken in een vreemde taal op bijzondere wijze hebben meegemaakt door aan mensen uit een ander land het Evangelie van Gods Koninkrijk in hun eigen taal te verkondigen.
Even terug naar Handelingen 2. Dit teken is precies wat er ook op Pinksteren is gebeurd. Ze waren allemaal verbaasd, toen zij deze ongeletterde Galliërs hoorden spreken in hun eigen moedertaal. Aan het einde van deze gebeurtenis zien we dan ook het resultaat. Het doel waarvoor JHWH met Zijn Geest het Charisma spreken in tongen/vreemde talen door de zendelingen heen werkte.
Hand.2:41-42 Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.
Het woordje ‘tongen’ komt van het Griekse woord ‘Glossa’ en betekent in de eerste plaats ‘tong’ als lid van het lichaam, een orgaan van meningsuiting. Ten tweede een taal of dialect gebruikt door een volk die zich daarmee onderscheidt van andere volkeren of naties. En dit laatste is precies waar het charisma voor het spreken in tongen/vreemde talen voor is bedoeld (Marc. 16:15Marc. 16:15
NBG-vertaling 1951 - NBG51
15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.), alle volkeren die een andere taal spreken dan je eigen moedertaal te bereiken met het Evangelie van Gods Koninkrijk.
Althans zo heeft Jezus het opgedragen en we zien het in handeling 2 en 10 tot werkelijkheid komen. Waarom Bijbelvertalers niet het woord ‘taal’ of ‘talen’ maar ‘tongen’ gebruikt hebben is naar mijn mening dan ook een verkeerde keuze geweest. Erg jammer, want van dit charisma met het oog op ‘tongen’ is een aparte leer gemaakt die gelovigen niet tot één lichaam maakt maar juist verdeeld.
Het onderwijs van Paulus over Gods Charisma is toch zo duidelijk. Niet voor niets, zegt hij telkens dat het die ene God, diezelfde Geest is die het charisma bewerkstelligt. In het elfde vers van hoofdstuk 12 over de onderwijzing van Gods Charisma herhaalt hij het nog eens, ik meen voor de veertiende keer. Nogmaals:
1Kor.12:11 Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.
Ondanks dat Paulus dit herhaaldelijk bij elke charisma benadrukt komt het in de gemeente van de Korintiërs helaas niet door. Niemand, ook ik niet heeft het recht om de Charisma’s van JHWH tegen te houden (1 Kor. 14:391 Kor. 14:39
NBG-vertaling 1951 - NBG51
39 Zo dan, mijn broeders, streeft ernaar te profeteren, en belemmert het spreken in tongen niet.). Dus ook Gods Charisma om te spreken in een vreemde taal niet. Hij is en blijft de initiator van elke Charisma, ook het spreken in vreemde talen. Zoals de Geest het hun gaf uit te spreken (Hand. 2:4Hand. 2:4
NBG-vertaling 1951 - NBG51
4 en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.b).
God geeft Zijn Gave, Zijn Eigen Geest alleen aan hen die hij vertrouwt en gehoorzaam zijn aan Zijn Woord. In de gemeente te Korintië was dit ver te zoeken. Er vonden handelingen plaats die nog erger waren dan in de wereld en die het daglicht niet konden verdragen. Leiding was totaal zoek. Daarnaast was veel onrust vanwege de vele nationaliteiten. Gemeenteleden van Korintië spraken niet dezelfde taal. Iedereen deed maar wat. Er was geen onderscheid in charisma en bedieningen en wie welke bediening had (1 Kor. 12:12-311 Kor. 12:12-31
NBG-vertaling 1951 - NBG51
Allen leden van één lichaam
12 Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus;
13 want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt.
14 Want het lichaam bestaat toch ook niet uit één lid, maar uit vele leden.
15 Indien de voet zeggen zou: omdat ik niet de hand ben, behoor ik niet tot het lichaam, behoort hij daarom niet tot het lichaam?
16 En indien het oor zeggen zou: omdat ik niet het oog ben, behoor ik niet tot het lichaam, behoort het daarom niet tot het lichaam?
17 Als het lichaam geheel en al oog was, waar bleef het gehoor? Als het geheel en al gehoor was, waar bleef de reuk?
18 Nu heeft God echter de leden, elk in het bijzonder, hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij heeft gewild.
19 Indien zij alle één lid vormden, waar bleef het lichaam?
20 Maar nu zijn er wel vele leden, doch slechts één lichaam.
21 En het oog kan niet zeggen tot de hand: ik heb u niet nodig, of ook het hoofd tot de voeten: ik heb u niet nodig.
22 Ja, veeleer zijn die leden van het lichaam, welke het zwakst schijnen, noodzakelijk,
23 en juist die delen van het lichaam, welke wij minder in ere houden, bekleden wij meer eervol, en onze minder edele leden worden met groter eer behandeld,
24 doch onze edele leden hebben dat niet nodig. God heeft evenwel het lichaam zó samengesteld, dat Hij meer eer gaf aan hetgeen misdeeld was,
25 opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk voor elkander zouden zorgen.
26 Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde.
27 Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden.
28 En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, om te helpen, om te besturen, en verscheidenheid van tongen.
29 Zijn zij soms allen apostelen? Allen profeten? Allen leraars? Allen krachten?
30 Hebben soms allen gaven van genezing? Spreken soms allen in tongen? Vertolken zij soms allen?
31 Streeft dan naar de hoogste gaven.
En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert.). En toch ontvingen zij het onderwijs over Gods Charisma, want God is genadig en Paulus kreeg opdracht om orde op zaken te stellen, om te komen tot één lichaam van Christus (1 Kor. 12:121 Kor. 12:12
NBG-vertaling 1951 - NBG51
Allen leden van één lichaam
12 Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus;-). Om te beginnen moedigt hij hen aan om te wandelen in de liefde vanuit de eerste twee geboden uit het Verbond van JHWH (1 Kor. Hoofdstuk 13).
Ter informatie: De plaats Korintië ligt op een belangrijke handelsroute die als havenstad de Ionische Zee, via de Golf van Korintië , met de Egeïsche Zee verbindt. De vele gelovigen die langs kwamen en misschien wel bleven deed de groep weinig goeds doordat zij in hun eigen moedertaal bleven spreken. Vanwege het ontbreken van goed leiderschap ontstonden er kliekjes met eigen leerstellingen waar ook in een eigen taal of dialect gesproken werd. De samenkomst was niet meer dan een markt waar iedereen in zijn/haar eigen taal sprak en dat door andere medegelovigen niet te volgen of te verstaan was. Een heel hoofdstuk 14 wijdt Paulus zich over dit communicatieprobleem en geeft richtlijnen hoe de orde weer terug in de samenkomst kan komen.
Is Gods Charisma tot voordeel en groei van Gods Koninkrijk? Hebben we alle manifestaties van Zijn Geest vandaag nog steeds nodig? Absoluut, ze zijn vandaag nog steeds nodig, precies zoals het in de vroege Kerk (Hand. 2) voor het eerst werden waargenomen. God werkt door alle charisma’s en vult een praktische noodzaak. Je kunt alleen op één manier een zoon of dochter van God zijn, dat is als je je laat leiden door Zijn Geest. Met het doel om één volk te worden, het nieuwe volk van het komende Koninkrijk van God. Zorg dat je zeker weet dat je deel uit maakt van dit universele lichaam van Christus dat JHWH wereldwijd aan het verzamelen is door met Zijn Charisma door gelovigen heen te werken.
Rom.9:19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen [en dochters] Gods.
Rom.8:14 Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen [en dochters] Gods.
1 Kor.12:10 aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen.
In onze studie over de Charisma van JHWH, zijn we gekomen bij de zevende uiting van Gods Geest; het onderscheiden van geesten. Hadden Adam en Eva zich in het paradijs laten leiden onder dit charisma, het onderscheiden van geesten, dan was de zondeval er waarschijnlijk niet geweest. In mijn opinie hadden zij de misleiding van de slang kunnen zien aankomen. Wanneer zij dagelijks van de boom des levens hadden gegeten, dan zouden zij niet geïnteresseerd zijn geweest in (de boom van) kennis van goed en kwaad. Want eten van de boom des levens, het Woord van God, geeft leven in overvloed, maar het eten van de boom van kennis van goed en kwaad geeft het tegenovergestelde.
Gen.2:17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
Tot op de dag van vandaag is de keuze van welke boom men eet en de gevolgen daarvan, niet anders. De tegenstander (satan) maakt het de mens er niet eenvoudiger op, ook hij weet wie zich niet houdt aan de leefregels die Vader JHWH in Zijn Woord gegeven geeft. Zij zijn een makkelijke prooi om te laten eten van de verkeerde boom, die van kennis van goed en kwaad. Zij worden velen jarenlang beziggehouden met misleidende leerstellingen die uiteindelijk niet zullen resulteren in een overvloedig leven. Het Bijbelse charisma voor het onderscheiden van geesten werkt voor hen niet meer, immers zij (her)kennen de waarheid niet en zijn vroegtijdig (geestelijk) gestorven.
Het onderscheiden van geesten begint bij het onderscheiden van deze twee bomen. Leven volgens Gods instellingen (de boom des levens) of het volgen van menselijke leerstellingen die vaak een boodschap geven over goed en kwaad. Begrijp wel, de Bijbel staat vol voorbeelden van menselijke goed/kwaad omdat zij Gods instellingen hadden nagelaten; een leven van overvloed met JHWH nabijheid en zegen welke beschreven staan in de Tora, Gods instructies.
In deze laatste dagen zie je dat steeds meer gelovigen wakker worden en teruggaan naar de Tora, de boom des levens om daarvan te eten zoals God het heeft bedoeld. Maar de tegenstander weet dat ook, volgens openbaringen zal hij in deze laatste dagen dan ook speciaal gaan richten op deze groep gelovigen.
Op.12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van JHWH bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.
De tegenstander (satan) heeft het speciaal gemunt op Gods volk die de geboden van JHWH onderhouden, dat zijn zij die Gods Verbond hebben geaccepteerd en daardoor leven. Net zoals Jezus dat onderwees en uitdroeg.
Begrijp heel goed dat wat hier in Openbaringen 12 vers 17 geschreven staat, niet gaat om mijn of om jouw getuigenis over Jezus, maar om het getuigenis afkomstig van Jezus, die getuigd over jou en mijn levenswandel in Gods Gerechtigheid. Jezus, Zelf zal aan de Vader een getuigenis afleggen met daarin ieders levenswandel of zijn volgens Zijn instructies zijn uitgevoerd. Denk aan het verhaal over de vijf dwaze en vijf wijze maagden. We noemen dit getuigenis, het getuigenis van het zoonschap. Want door de wandel in Gods gerechtigheid, Zijn Tora heeft Jezus Zelf het getuigenis van het zoonschap ontvangen.
Joh.5:34,36 maar Ik behoef het getuigenis van een mens niet, doch Ik zeg dit, opdat gij behouden wordt. Maar Ik heb een getuigenis, gewichtiger dan dat van Johannes; want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft om te volbrengen, juist die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft.
Het uiteindelijke doel van de tegenstander met de ware gelovige is dus net zoals hij bij Adam en Eva deed, je levenswandel in gerechtigheid te ontnemen. Een leven in overeenstemming met de werken (instructies) die Vader JHWH ons in Zijn Woord gegeven heeft. Ondanks dat de tegenstander het gemunt heeft op hen die de geboden van JHWH onderhouden, is er een macht die vele malen groter is dan hij. Om stand te kunnen houden zal JHWH Zelf met Zijn eigen Geest Zijn ware volk bijstaan met Zijn charisma voor het onderscheiden van geesten.
2 Tim.1:7 Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.
Merk op dat één kleine misstap (zie Adam en Eva) grote gevolgen kan hebben. Het blijft daarom noodzakelijk om zelf het Woord van God te bestuderen. Ook al geeft Gods Woord je onderscheiding van geesten voor eenvoudige zaken, het is de basis om Gods Charisma te kunnen ontvangen. Daar waar de menselijke geest te kort schiet komt Hij met Zijn charisma van onderscheiding des geesten om de misleiding te ontmaskeren. Hij alleen kan en zal je leiden tot de volle waarheid.
1Joh.4:1 Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.
De donkere kant van het christendom is dat goedgelovigen worden wijsgemaakt dat door het volgen en uitvoeren van goede zaken zoals humanistische activiteiten, zij gehoor gegeven aan Gods normen voor het leven. Een mooi gebaar, want het is goed om je medemens te helpen, daar is niets op tegen. Echter, dit is niet het doel dat JHWH met zijn kinderen wil bereiken. Deze activisten hebben het plan en het doel van Gods verlossing duidelijk (nog) niet begrepen. Zij leren het volk niet om Gods Gerechtigheid aan te doen; Gods levensstijl, dat nodig is om te leven en te wandelen in Zijn Koninkrijk.
Waarom zijn deze levensinstructies nu zo belangrijk? Om de geesten te kunnen beproeven (of zij van God komen) heb je niet alleen kennis van Gods Woord nodig maar des temeer een levenservaring en levensstijl in overeenstemming met datzelfde Woord.
Jer.31:33b Ik zal mijn Tora [levensinstructies] in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Joh.14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden [levensinstructies] bewaren.
Joh,14:24-26 Wie Mij niet liefheeft bewaart mijn woorden niet; en het woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, die Mij gezonden heeft. Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al [de levensinstructies] wat Ik u gezegd heb.
Jezus, die het Woord Zelf vervuld heeft door de levensinstructies van Zijn Vader JHWH op te volgen, heeft dit gedaan om voor ons een voorbeeld te zijn, om ons daarin te onderwijzen en om ons deelgenoot te maken van Zijn familie. Dit onderwijs van Hem dat afkomstig is uit de Tora, de Profeten en Schriften is en zal nooit veranderen.
Nog niet eerder in de geschiedenis is de Gave, het ontvangen van de Geest van God, vandaag de dag zo nodig geweest om jou en mij in deze waarheid te leiden. Hij is je persoonlijke leraar voor vandaag. Let op de woorden van Jezus, Hij zal je niet iets nieuws leren, maar in herinnering brengen al wat Hij je al geleerd heeft en opgeschreven staat in je Bijbel. Het Levende Woord, de boom des levens waar je met een gerust hart van kunt eten.
Een geest die van God afkomstig is, door bijvoorbeeld een bediening van een leraar, zal dus onder leiding van Gods Geest alleen herhalen wat God al eerder in Zijn Woord gezegd en geschreven heeft. Indien hij iets uit legt, zal hij verwijzen naar hetzelfde Woord van God dat in de context van dezelfde Bijbelse boodschap staat. Daarnaast zal hijzelf een beoefenaar zijn van wat hij leert. Dit is de basis om een geest te beproeven of zij uit God komt (1 Joh. 4:11 Joh. 4:1
NBG-vertaling 1951 - NBG51
Het beproeven der geesten
4
1 Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.). Het is ook een waarschuwing en een opdracht van de Vader voor elke gelovige die een boodschap aanhoort, om de geest van de boodschapper te beproeven.
Op voorwaarde dat je Gods onderwijs in je leven toepast, heb je een eerste stap gezet om de geesten te kunnen onderscheiden of zij wel of niet van God komen. Het is goed om kennis van Gods Woord te hebben, maar alleen kennis is niet voldoende. De tegenstander weet dat, ook hij verdiept zich in Gods Woord (Mat. 4:6Mat. 4:6
NBG-vertaling 1951 - NBG51
6 en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven:
Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u,
en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot.). Velen, zo niet allen bedienen zich op een of andere wijze van het Woord. Aan de buitenkant kan je moeilijk zien of je met een serieuze gelovige te maken hebt. Het opvolgen van Gods instructies is alleen mogelijk met je hart, van binnenuit. Zowel Jezus, als de apostelen waarschuwen dan ook voor deze valse leraren en profeten die aan de buitenkant lieve en aardige mensen zijn, maar van binnen hun hart op de verkeerde plek hebben.
Mat.7:15 Wacht u voor de valse profeten, die in schapenvacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven.
In de eerste instantie zijn zij niet te herkennen omdat zij dezelfde klederdracht dragen, dat wil zeggen, dezelfde levenswandel bewandelen die vele gelovigen ook bewandelen. Vergelijkbare vroomheid, trouw en liefde, ja zelfs net zo getuigen dat Jezus de Zoon van God is. Een betere broeder of zuster in de Heer heb je niet kunnen bedenken. Totdat je Gods Woord zelf gaat bestuderen en je tot ontdekking komt dat … “Mij zullen ze niet kunnen verleiden.” Zul je zeggen, maar vergis je niet, het zijn er velen die door hen misleid zijn en nog velen zullen misleid worden.
Mat.24:11 En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden.
Kijk in je eigen hart of je vandaar uit Gods wil doet, kijk of die overeen komt met de levensstijl van je broeder of zuster. Zowel het goede als het kwade heeft haar oorsprong, je hart (Mat. 6:21Mat. 6:21
NBG-vertaling 1951 - NBG51
21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. ; Mat. 9:4Mat. 9:4
NBG-vertaling 1951 - NBG51
4 En daar Jezus hun overleggingen kende, zeide Hij: Waarom overlegt gij kwaad in uw hart?). Daarom is het noodzakelijk om ook de doelstellingen en motieven achter de boodschap te (her)kennen. Het doel van Gods Geest is ons bekend, de Tora (instructies van JHWH) bekent maken, in onze harten schrijven zodat we daarmee in overeenstemming zullen leven. Het doel van de geest van de tegenstander is al het mogelijke om gelovigen hiervan te weerhouden of vandaan te halen. Dit misleidende proces (Mat. 5 vers 17 t/m 20) vindt plaats binnen de gemeente. Het tweede Testament noemt voornamelijk de bediening van leraar die hier een rol in speelt. Dat wil niet zeggen dat andere bedieningen vrijuit gaan.
2 Pet.2:1 Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen,
Zij onderwijzen alles wat interessant, aannemelijk en vooral wat goed is om op te volgen. Maar zodra het op gerechtigheid ‘Gods manier van leven’ aankomt, bijvoorbeeld Tora lessen die nodig zijn om in overeenstemming daarmee in Gods Koninkrijk te kunnen leven, worden zij kritisch en wijzen het dan ook vaak af. Op zich kan ieder onderwijs natuurlijk een positieve uitwerking hebben, maar als het geen toegevoegde waarde heeft om Gods doel te bereiken (Op. 12:17Op. 12:17
NBG-vertaling 1951 - NBG51
17 En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben;) is het onderwijs misleidend en dient men daarvan te distantiëren (Op. 18:4Op. 18:4
NBG-vertaling 1951 - NBG51
4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen.). En natuurlijk kun je dit niet altijd van te voren weten omdat je waakzaamheid je wel eens in de steek laat. Ben je een trouwe volgeling van Jezus en zit je hart op de goede plek, dan zal Gods Geest je kunnen bijstaan met Zijn Charisma voor het onderscheiden van geesten.
Paulus, Barnabas en later ook Johannes waren door de Heilige Geest uitgezonden om in Cyprus het Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen. Na deze taak volbracht te hebben ontmoette zij een misleidende profeet, in werkelijkheid een tovenaar. Door zijn Joodse afkomst is hij bekend met Gods Woord (Tenach). In de rol van profeet zal hij zeker het Woord van God gebruikt hebben om anderen te misleiden. Zijn doel en/of motief was echter aanzien en/of geld, vandaar dat hij zich ophield bij een rijke en belangrijke persoon. Met de komst van de apostelen zag hij dat wat hij al bereikt had en zijn toekomst in gevaar kwam.
Hand.13:6-10 En na het gehele eiland doorgetrokken te zijn tot aan Pafos, troffen zij een zekere tovenaar aan, een valse profeet, een Jood, wiens naam was Barjezus; hij hield zich op bij de landvoogd Sergius Paulus, een verstandig man. Deze begeerde het woord Gods te horen en liet Barnabas en Saulus tot zich roepen. Maar Elymas, de tovenaar, want zo wordt zijn naam vertaald, verzette zich tegen hen en trachtte de landvoogd van het geloof afkerig te maken. Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld met de heilige Geest, zag hem scherp aan, en zeide: Zoon des duivels, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?
Paulus, onder de leiding van de Heilige Geest, doorzag met Gods Charisma, de onderscheiding van geesten, de werkelijke aard van de profeet, een zoon van de tegenstander. Hij trachtte de landvoogd van ‘Gods Levenswandel’ weg te halen door ‘goed en kwaad’ te leren. Paulus geeft naar aanleiding hiervan enkele kenmerken die de valse leraar ontmaskert.
1) zijn (eigen) doel en motief bereikte door list en bedrog. Vaak door het geven van valse beloften. 2) Hij was een tegenstander van Gods Gerechtigheid, tegen de leer des Heren. Zijn eigen levenswandel was waarschijnlijk ook niet conform deze levensinstructies anders was dat wel door de apostelen opgevallen. En 3) hij verdraaide de teksten uit Gods Woord, precies zoals Jezus voorzegd had in (Mat. 5:17-20Mat. 5:17-20
NBG-vertaling 1951 - NBG51
Jezus en de wet
17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.
19 Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.
20 Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.). Het is noodzakelijk om alles na te lezen in je eigen Bijbel, zie ook (Hand. 17:10-11Hand. 17:10-11
NBG-vertaling 1951 - NBG51
10 Maar de broeders zonden terstond in de nacht Paulus en Silas naar Berea, die, daar aangekomen, naar de synagoge der Joden gingen;
11 en dezen onderscheidden zich gunstig van die te Tessalonica, daar zij het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren.).
Zolang de landvoogd niet op de boodschap van de apostelen inging, zouden zijn ogen niet geopend zijn en zou hij gebonden blijven aan de boodschap/lering van deze valse profeet/leraar. Gods ware leraren zijn van grote betekenis ook vandaag. Kijk naar hun wandel of deze in overeenstemming is met het Verbond van God (Zijn Gerechtigheid). Uiteindelijk zal elke profeet, leraar of welke bediening ook zijn of haar verdiende loon krijgen.
Vers 12 Toen de landvoogd zag, wat er gebeurd was, kwam hij tot geloof, zeer getroffen door de leer des Heren.
De landvoogd komt gelukkig tot de erkentenis van de waarheid, het onderwijs van JHWH, het ware leven. Vaak zie je om je heen dat wanneer gelovigen zich gaan houden aan Gods Instructies, de Tora, de valse leraar zich van hen afkeert. Dit komt omdat zij niet tegen de waarheid van God opkunnen en omdat de ware gelovige die vervolgens in de gerechtigheid (Gods levensstijl) wandelt niet zomaar meer te misleiden is. De eens met veel “liefde” verkondigde broederschap valt dan direct door de mand. Zo zijn er gemeenten die hun eigen weg gaan en eigen doelstellingen voor ogen hebben vaak terughoudend tot afkerig tegenover leden die tot geloof gekomen zijn in ‘de leer des Heren’.
Het ware onderwijs dat van Gods Geest afkomstig is, heeft een andere uitwerking dat die van andere geesten. De Geest (Ruach) van JHWH wordt in de Bijbel vaak in combinatie met ‘Heilig’ (Kodesh) geschreven, De Heilige Geest. In het Hebreeuws RUACH ha KODESH. ‘Kodesh’ betekent ‘apart zetten’ of ‘apart gezet’. Natuurlijk zegt het woordje ‘Heilig’ iets over de toestand van de Geest.
We weten dat God Heilig (apart gezet) is, dat zijn naam JHWH Heilig (apart gezet) is, dat zijn Sabbat Heilig (apart gezet) is en dat Zijn Geest Heilig (apart gezet) is. Deze uitspraken staan in de voltooide tijd en daar kan niets meer aan veranderd worden. Het enige dat nog veranderd kan worden zijn wij, de mens.
Ex.21:13 Gij dan, spreek tot de Israëlieten: maar mijn sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht, zodat gij weet, dat Ik JHWH ben, die u heilig.
Wat velen niet weten is dat het woordje ‘Heilig’ ook een werkwoord is, ‘apart zetten’. En niemand anders dan de Geest van JHWH heiligt Zijn ware kinderen door hen apart te zetten zoals Hij Zijn Zoon Jezus de Messias apart heeft gezet voor Vader JHWH. Er is geen enkele geest dan alleen de Geest van God die jou en mij voor JHWH apart kan zetten. Hoe kun je weten dat je apart gezet bent? Door diep in je hart te kijken, want de Geest van JHWH schrijft de Tora (Zijn Levensinstructies) in je hart. Daar waar de stromen van levend water opspringt en het leven van JHWH vandaan komt.
1 Pet.1:16 er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.
Laat je apart zetten door Ruach ha Kodesh.